Vaststelling Nederlanderschap; art. 4 lid 1 (oud) en 17 RWN. Foutieve buitenlandse geboorteakte; (on)geldigheid naar Dominicaans recht. Bezit van staat overeenkomstig art. 1:209 BW. Eis van duurzaamheid.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 426 Rv
Genoemd in 458 uitspraken · Officiële wettekst
458 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Cassatie. Wet griffierechten burgerlijke zaken. Beroep op ‘hardheidsclausule’ art. 282a lid 4 in verbinding met art. 427b Rv. Cassatieadvocaat wordt geacht op de hoogte te zijn van aan de orde zijnde termijn en verstrekkende gevolgen van overschrijding daarvan. Nochtans toepassin
Arbitrage; art. 1027 Rv. Verzoek tot benoeming arbiters kan worden afgewezen indien aanstonds en zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat overeenkomst tot arbitrage ontbreekt. Rechtsmiddelenverbod art. 1070 Rv. niet van toepassing indien verzoek niet wordt toegewezen. In
Art. 81 RO. IPR. Verzoek tot teruggeleiding minderjarige op de voet van art. 12 Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980. Uitvoeringswet Kinderontvoeringsverdragen; art. 12, 13.
Cassatie. Cassatieberoep tegen tussenbeschikking. Niet-ontvankelijkheid; art. 401a, 426 Rv. Door rechtbank gegeven toestemming tot tussentijds appel houdt niet tevens toestemming in tot tussentijds cassatieberoep (HR 21 oktober 2005, LJN AU3723). Cassatierekest bevat niet tevens
Art. 81 RO. Faillissementsrecht. Procesrecht. Nadat vernietiging van beschikking rechter-commissaris, waarin de curator is gemachtigd tot verkoop van de woning van gefailleerde kracht van gewijsde heeft verkregen, nog verlening van machtiging aan curator tot verkoop woning gefail
Kinderontvoering. Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). Verordening Brussel IIbis. Verzoek terugkeer naar buitenland te bevelen van kinderen, waaronder een zuigeling, die de haar man achterna gereisde moeder vanuit het buitenland mee terug heeft genomen naar Nederland, alwaar z
Uitspraak van de Ondernemingskamer 16 juni 2011; VEB NCVB c.s./ Ageas N.V., voorheen Fortis N.V.
Strafprocesrecht. Antillenzaak. Schade als gevolg van uitgeoefend geweld door politieambtenaren. Exclusieve bevoegdheid strafrechter. Ontvankelijkheid. Schade die verdachte lijdt als gevolg van handelingen die zijn gepleegd met het oog op of in verband met de toepassing van een s
WSNP. Na beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op bankrekening van bewindvoerder overgemaakte teruggaven inkomstenbelasting door rechtbank aangemerkt als nagekomen baten in de zin van art. 194 F., waarvan rechtbank vereffening en verdeling heeft bevolen. Voor zo
Faillissement (art. 57 F.); verleggingsregeling als bedoeld in art. 12 lid 4 Wet op de omzetbelasting 1968 jo. art. 24ba lid 1, aanhef en onder d, Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968; Richtlijn 2006/112/EG. Onderhandse verkoop door curator krachtens overeenstemming met pandhou
Faillissementsrecht. Bevel tot hervatting van vereffening van faillissementsboedel naar aanleiding van nagekomen baten (o.g.v. art. 194 F.).
Faillissementsrecht. Verzoek ex art. 69 F. gericht op geldend maken van aanspraken jegens de boedel; rechtsgang art. 69 en 67 F. strekt daartoe niet. (art. 81 RO).
Enquêterecht. Verzoek als bedoeld in art. 2:345 lid 1 BW kan niet meer worden ingetrokken indien hierop met een uitdrukkelijk dictum is beslist; meest gerede partij kan zich met een verzoek tot beëindiging tot de ondernemingskamer richten. Oordeel dat curatoren van de failliete r
Internationale kinderontvoering. Verzoek vader op grond van art. 12 HKOV tot onmiddellijke teruggeleiding van het kind naar Canada. Weigeringsgrond van art. 13 lid 1, aanhef en onder a, HKOV. Berusting kan slechts onder strenge voorwaarden worden aangenomen, waarbij alle omstandi
Huwelijksvermogensrecht. Echtscheiding. Partneralimentatie. Onmogelijkheid aan arbeidsproces deel te nemen wegens gezondheidsklachten. (art. 81 RO).
Enquêterecht. Wanbeleid. Tijdelijke overdracht ex art. 2:356 BW van aandelen van in buitenland gevestigde aandeelhouder in vennootschap die onderwerp is van enquête. Bevoegdheid bestuurder om namens die buitenlandse aandeelhouder op te treden, te beoordelen o.g.v. Wet conflictenr
Familierecht/Procesrecht. Echtscheiding. Verevening en verrekening van pensioenrechten. Bij gebreke van incidenteel beroep tegen uitspraak rechtbank over hoogte onderhoudsbijdrage kon hof deze bijdrage in appèl niet op lager bedrag vaststellen.
Cassatie. Ontvankelijkheid cassatieberoep; cassatietermijn van drie maanden; Rijkswet op het Nederlanderschap schrijft geen afwijkende cassatietermijn voor en kent ook geen afwijkende bepaling omtrent het aanvangstijdstip voor de cassatietermijn; toepasselijkheid van art. 426 lid
Cassatie. Ontvankelijkheid cassatieberoep; cassatietermijn van drie maanden; Rijkswet op het Nederlanderschap schrijft geen afwijkende cassatietermijn voor en kent ook geen afwijkende bepaling omtrent het aanvangstijdstip voor de cassatietermijn; toepasselijkheid van art. 426 lid
Cassatie. Ontvankelijkheid cassatieberoep; cassatietermijn van drie maanden; Rijkswet op het Nederlanderschap schrijft geen afwijkende cassatietermijn voor en kent ook geen afwijkende bepaling omtrent het aanvangstijdstip voor de cassatietermijn; toepasselijkheid van art. 426 lid
Cassatie. Ontvankelijkheid cassatieberoep; cassatietermijn van drie maanden; Rijkswet op het Nederlanderschap schrijft geen afwijkende cassatietermijn voor en kent ook geen afwijkende bepaling omtrent het aanvangstijdstip voor de cassatietermijn; toepasselijkheid van art. 426 lid
Internationaal privaatrecht. Cassatietermijn; rechtsmiddel als bedoeld in art. 43 EEX-Verordening geen hoger beroep in de zin van art. 426 lid 2 Rv.; gronden voor weigering of intrekking van een exequatur; prejudiciële vragen aan HvJEU.
Internationaal privaatrecht. Cassatietermijn; rechtsmiddel als bedoeld in art. 43 EEX-Verordening geen hoger beroep in de zin van art. 426 lid 2 Rv.; gronden voor weigering of intrekking van een exequatur; prejudiciële vragen aan HvJEU.
Familierecht. Verlening machtiging uithuisplaatsing minderjarige. Verzoekschrift niet getekend door advocaat bij de Hoge Raad; niet-ontvankelijk cassatieberoep (art. 426a lid 1 Rv). Geen herstel door later ingediend tweede verzoekschrift, omdat dat niet is ingediend binnen 14 dag