Verzoek tot herstel van gezamenlijk ouderlijk gezag. Cassatieberoep niet-ontvankelijk. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 426 Rv
Genoemd in 458 uitspraken · Officiële wettekst
458 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Familierecht. Erfrecht. Erfdeel onder testamentair bewind totdat erfgenaam 22 jaar is. Renteopbrensten van onder bewind gesteld vermogen: burgerlijke vrucht? Art. 3:9 lid 2 BW. Ouderlijk vruchtgenot over renteopbrengsten? Art. 1:253l BW. Renteopbrengsten opeisbaar? Art. 4:175 li
Art. 80a lid 1 RO. Bopz. Machtiging voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis. Ontslagverzoek op de voet van art. 49 lid 5 Wet Bopz.
Faillissementsrecht. Verzoek tot vernietiging beschikking rechter-commissaris tot horen van getuigen, art. 66 lid 1 Fw. Toetsing beschikking in hoger beroep, art. 67 Fw. Ruime bevoegdheid rechter-commissaris.
Cassatie. Wet griffierechten burgerlijke zaken. Griffierecht door indiener verweerschrift niet tijdig voldaan. Toepasselijkheid art. 282a juncto 427b Rv in faillissementsprocedure; art. 362 Fw. ‘Hardheidsclausule’. Faillissementsrecht. Verzoek tot vernietiging beschikking waarbij
Art. 81 lid 1 RO. Wet tarieven in burgerlijke zaken, art. 40. Verzetprocedure; hoger beroep; ontvankelijkheid.
Art. 81 lid 1 RO. Kinderalimentatie, art. 1:395a BW. Behoefte, art. 3.17, 3.18 WSF. Terugbetaling.
Art. 81 lid 1 RO. Verdeling (beperkte) huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding, finaal verrekenbeding, waardering echtelijke woning.
Faillissementsrecht. Cassatieberoep tegen vaststelling salaris curator na vernietiging vonnis van faillietverklaring in hoger beroep, art. 15 lid 3 Fw; niet-ontvankelijk. Rechtsmiddelenverbod, geen beslissing in de zin van art. 71 in verbinding met 85 Fw.
Door failliet ingesteld cassatieberoep in een door curator overgenomen geding; niet-ontvankelijkheid, art. 27 lid 3 Fw (HR 11 januari 2002, LJN AD4929, NJ 2003/311 en HR 23 april 2010, LJN BL5450, NJ 2010/245). Geldt ook in verzoekschriftprocedure.
Faillissementsprocesrecht. Procedure die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel heeft, op de voet van art. 28 lid 2 Fw overgenomen door curator. Beschikking rechter-commissaris op verzoek curator tot aangaan schikking; hoger beroep daartegen door failliet niet-ontv
Procesrecht. Sprongcassatie in rekestprocedure mogelijk? Voorlopig getuigenverhoor; verschoningsrecht voor advocaat in dienstbetrekking.
Faillissementsprocesrecht. Procedure die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel heeft, op de voet van art. 28 lid 2 Fw overgenomen door curator. Beschikking rechter-commissaris op verzoek curator tot aangaan schikking; hoger beroep daartegen door failliet niet-ontv
Faillissementsprocesrecht. Procedure die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel heeft, op de voet van art. 28 lid 2 Fw overgenomen door curator. Beschikking rechter-commissaris op verzoek curator tot aangaan schikking; hoger beroep daartegen door failliet niet-ontv
Art. 81 lid 1 RO. Faillissement. Art. 69 Fw. Beschikking rechter-commissaris aangaande redelijke termijn als bedoeld in art. 58 lid 1 Fw.
Verzoek vaststelling Nederlandse nationaliteit; art. 1 onder c van de Wet op het Nederlanderschap en ingezetenschap van 1892. Aanvulling argumenten en bewijsstukken na tussenbeschikking rechtbank.
Erfrecht. Verzoek tot vestiging vruchtgebruik op de voet van art. 4:30 lid 6 BW. Uitleg verzoek; grenzen rechtsstrijd; art. 23, 24, 149 Rv. Klachten deels verworpen met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
Art. 81 lid 1 RO. Nationaliteit. Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname (TOS); optierecht art. 6 lid 4; woonplaatsvereiste.
Art. 81 RO. Faillissement; afwijzing door rechter-commissaris van verzoek schuldeiser tot houden van verificatievergadering wegens gebrek aan boedel-actief; art. 67 en 137a Fw.
Herroeping. Uitleg art. 388 lid 2 Rv. Reikwijdte. Mogelijkheid van doorbreking appelverbod op in rechtspraak erkende gronden? Aard van de beslissing. Mogelijkheid van cassatieberoep; art. 398 Rv. Omvang toetsing in cassatie; art. 80 lid 1 RO.
Art. 81 RO. Teruggeleiding achtergehouden kind, art. 12 Haags Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (HKOV).
Voogdijkwestie. In appel niet-verschenen maar door hof wel als belanghebbende aangemerkte persoon in cassatie als verschenen belanghebbende te beschouwen. Art. 426b Rv; termijnbepaling door HR.
Nationaliteit. Verzoek tot vaststelling Nederlanderschap; “belanghebbende” in de zin van art. 18 lid 2 RWN; maatstaf (vgl. HR 10 november 2006, LJN AY8290, NJ 2007/45).
BOPZ-zaak. Griffierecht voldaan na afloop van in art. 3 lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) genoemde termijn. Beroep toch ontvankelijk. Het feit dat BOPZ-zaken ingevolge Wgbz niet van griffierechten zijn vrijgesteld, berust op een misslag. Ontheffing geldt ook voor
Art. 81 RO. Haags Kinderontvoeringsverdrag; verzoek om teruggeleiding; geen weigeringsgrond als bedoeld in art. 13 Hkov.