Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. 1. Prejudiciële procedure in strafzaken. 2. Beantwoording vragen over o.a. betekenis van (internationale of interstatelijke) vertrouwensbeginsel voor beoordeling van rechtmatigheid en betrouwbaarheid van resultaten die zijn verkregen met t
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 394 Rv
Genoemd in 21 uitspraken · Officiële wettekst
21 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vraag, art. 392 Rv. Beschermingsbewind, taak bewindvoerder, beheer en beschikking, art. 1:438 en 441 BW. Procesbevoegdheid bewindvoerder in procedures over onder bewind gestelde goederen, instellen van rechtsmiddelen, overneming als formele procespartij van tegen rec
Vrijheid van kapitaalverkeer; art. 56 EG (thans art. 63 VWEU). Dividendbelasting, art. 10(2) Wet DB 1965 (tekst tot 1 januari 2008); art. 28 Wet Vpb 1969. Vervolg op Köln-Aktienfonds Deka en ECLI:NL:HR:2020:1674. Voorwaarde van vervangende betaling: betaling aan Nederland? Betali
Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Bewijsbeslag, mogelijkheid, wettelijke grondslag, art. 843a in verbinding met art. 730 Rv, overeenkomstige toepassing art. 1019a lid 1 en 3, 1019b lid 3 en 4, en 1019c Rv. Geen fishing expeditions. Beginselen van proportionaliteit en subsidia
Effectenlease. Vervolg van ECLI:NL:GHAMS:2019:3735 en ECLI:NL:HR:2020:810 (prejudiciële vragen). Vernietiging van de leaseovereenkomst op grond van artikel 1:88 in verbinding met 1:89 BW. Bindt de beslissing over de rechtsgeldigheid van de vernietiging in een procedure, waarin sl
Vervolg op prejudiciële beslissing van de HR van 9 oktober 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3018); effectenleaseovereenkomst; stuiting verjaring bevoegdheid buitengerechtelijke vernietiging op de voet van art. 1:89 BW door collectieve vordering in de zin van art. 3:305a BW;
Effectenlease-overeenkomst. Geldt voor het Dexia Aanbod het toestemmingsvereiste van art. 1:88 BW? Belang bij antwoord op die vraag? Verjaring van de vordering tot vernietiging van de effectenleaseovereenkomst; beroep op stuiting van de verjaring door een collectieve actie, indie
Eindvonnis in zaak waarin aan de Hoge Raad prejudiciële vragen zijn gesteld over de overdraagbaarheid van vorderingen van een bank op een niet-bank. (beantwoord in Hoge Raad 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1274).
In deze zaak stelt eiser zich op het standpunt dat de aan hem opgelegde verhogingen van verkeersboetes als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) onrechtmatig zijn, omdat de wettelijke bepalingen op grond waarvan deze verhogingen zijn
Vonnis na prejudiciële beslissing. Art. 393 lid 10 jo 394 lid 2 Rv. Compensatie idzv ieder draagt eigen kosten. Vragen zijn ambtshalve gesteld en andere partijen zijn niet in de prejudiciële procedure verschenen..
Eindvonnis in een van de twee zaken waarin de rechtbank prejudiciële vragen heeft gesteld aan de Hoge Raad over de overdraagbaarheid van vorderingen van een bank aan een niet-bank (zie HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1276). Uit de door de Hoge Raad gegeven antwoorden is af te le
Tussenbeschikking. Zie ECLI:NL:GHAMS:2019:12, ECLI:NL:GHAMS:2018:115, ECLI:NL:GHAMS:2018:1292.ECLI:NL:GHAMS:2018:301.
Afwijzing verzoek tot betaling van een transitievergoeding aan AOW-gerechtigde. Het verzoek tot het stellen van aanvullende prejudiciële vragen aan de Hoge Raad of het stellen van prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie wordt afgewezen.
Vervolg op Rb. Amsterdam 20 oktober 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:6699 en HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:771. Omzetting kerkgenootschap in stichting. Belanghebbenden.
Vervolg op Rb. Amsterdam 26 juni 2013 (ECLI:NL:RBAMS:2013:4617), Rb. Amsterdam 18 september 2013 (ECLI:NL:RBAMS:2013:5910) en HR 28 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:766). De rechtbank beantwoordt de resterende ‘voorvragen’.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Rechtsbijstandverzekering. Vrije advocaatkeuze bij ontslagprocedure bij UWV (art. 6 BBA)? Art. 4:67 Wft. Richtlijn 87/344/EEG en HvJEU 7 november 2013, zaak C-442/12, ECLI:EU:C:2013:717. Moet ontslagprocedure worden aangemerkt als ‘administratiev
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vervolg op HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2901, NJ 2014/428 en HvJEU 7 april 2016, ECLI:EU:C:2016:216. Rechtsbijstandverzekering. Vrije advocaatkeuze bij ontslagprocedure bij UWV (art. 6 BBA)? Art. 4:67 Wft. Richtlijn 87/344/EEG. Moet ontslag
Korte samenvatting: Uitleg van art. 241c lid 2 Fw. Eindvonnis na beantwoording door de Hoge Raad van een prejudiciële vraag.
Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Beoordelingsvrijheid Hoge Raad, gebondenheid aan feitelijke beslissingen. Kan hypotheekakte na uitwinning dienen als executoriale titel in de zin van art. 430 Rv voor restantvorderingen? Uitleg HR 26 juni 1992, LJN ZC0646, NJ 1993/449 (Raboba
Deurwaarders kort geding. Prejudiciële vraag aan de Hoge Raad op de voet van artikel 392 Rv: Levert de grosse van de tussen partijen opgemaakte notariële hypotheekakte tevens een executoriale titel op in de zin van artikel 430 Rv, voor de na uitwinning van het hypotheekrecht over
Art. 81 RO. Cassatieberoep tegen beschikking kantonrechter op verzoek tot herroeping; artt. 382, 388, 390, 391 Rv.