Is een aanspraak op uitkering in geld voor (niet-genoten) vakantiedagen boedelschuld in het kader van een faillissement ?
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 392 Rv
Genoemd in 495 uitspraken · Officiële wettekst
495 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
RWN: prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Moet bij het toepassen van de erkenningsregel van artikel 10:101 BW het toetsen van de geldigheid van het aan de afstamming ten grondslag liggende huwelijk al dan niet een zelfstandig vereiste zij
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, veertiendagenbrief (art. 6:96 lid 6 BW). Aanvang veertiendagentermijn. Stelplicht en bewijslast. Gevolgen van onjuiste vermelding van de termijn. Rol van de rechter; verstek en tegenspraak. Gevolg
‘Effectenlease zaak. Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Het betreft de wijze van schadeberekening wegens schending van de zorgplicht in zaken waarin geen sprake was van een onaanvaardbaar zware financiële last bij het aangaan van de effectenlease-overeenkomst die aan de vorder
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Internationaal publiekrecht. Conservatoir beslag op eigendommen van vreemde staten. Omvang immuniteit van executie. Verwijzing naar HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1387, NJ 2010/525 (Azeta/JCR en Staat), en HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:45
Beschikking met prejudiciële vragen over voorwaardelijke ontbinding.
Prejudiciële vragen over de buitengerechtelijke incassokosten (BIK). Inhoud en moment van ontvangst veertiendagenbrief. Stel- en bewijsplicht. Reparatie van onjuiste veertiendagenbrief mogelijk? Verstek of tegenspraak.
Faillissementsrecht. (Stil) pandrecht op geldvorderingen. Wie is (tot) wanneer inningsbevoegdheid? Toepasselijkheid art. 58 Fw. Onredelijke termijn.
Omvang buitengerechtelijke kosten na beantwoording prejudiciële vragen door de Hoge Raad. (Zie ook ECLI:NL:GHSHE:2014:2234; ECLI:NL:GHSHE:2014:5062; ECLI:NL:GHSHE:2015:319; ECLI:NL:HR:2015:1868) Werkelijke kosten en ontbreken specificatie
Prejudiciële vraag. Is een beding dat voorziet in de mogelijkheid van verhaal van een bestuursrechtelijke boete nietig wegens strijd met de openbare orde? Vervolg op Hof Den Bosch 21 april 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:1495.
Is beding in huurovereenkomst dat huurder een eenmalig bedrag van € 115 wegens administratiekosten verschuldigd is in strijd met artikel 7:264 BW? Kantonrechter oordeelt aan de hand van het criterium dat de Hoge Raad heeft geformuleerd in het arrest van 6 april 2012 (ECLI:NL:HR:2
Prejudiciële vragen. Forfaitaire verhuiskostenvergoeding bij renovatie. Het hof neemt zich voor prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen over de forfaitaire verhuiskostenvergoeding bij renovatie van huurwoningen. De vragen gaan over de controverse of de huurder aanspraak h
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Effectenlease. Verbintenissenrecht. Ingangsdatum wettelijke rente over de door de aanbieder van effectenleaseovereenkomsten aan de afnemer te vergoeden inleg (termijnbetalingen en aflossingen minus dividenduitkeringen). Dag van beëindiging effec
Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad omtrent de betekenis van het begrip “kosten” in art. 6:44 BW en omtrent de omvang van buitengerechtelijke kosten in het geval van een bedongen incasso percentage in een B2B relatie. Vervolg op ECLI:NL:GHSHE: 2014: 2234 en ECLI:NL:GHSHE:2014:50
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Insolventierecht. Verzoek omzetting faillissement in schuldsanering, art. 15b Fw. Aan het verzoek(schrift) te stellen eisen, art. 15b lid 2 en 284 Fw. Is verklaring als bedoeld in art. 285 lid 1, onder f, Fw vereist? Redelijke wetstoepassing. Re
Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Uitleg art. 241c lid 2 Fw. Geldt deze bepaling mede ten behoeve van houder van stil pandrecht op aan schuldenaar toebehorende zaak? Verschil met HR 17 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE7451, NJ 2009/92 (Singulus/Nemox). Strekking van art. 241c
Vervolg op Rb. Amsterdam 26 juni 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:4617. Rechtbank stelt Hoge Raad ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing de volgende rechtsvraag: Kan een rechtspersoon in de zin van artikel 3:305a lid 1 BW, uit hoofde van zijn aan dit artikel ontleende be
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht; arbeidsrecht. Is boedel over loon dat o.g.v. art. 40 Fw boedelschuld is wettelijke verhoging (art. 7:625 BW) en wettelijke rente verschuldigd, ook over loon dat valt onder loongarantieregeling van art. 61 e.v. Werkloosheidsw
De rechtbank is voornemens om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen over de te volgen procedure bij verzoeken tot benoeming van een voogd over alleenstaande minderjarige asielzoekers.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; art. 3:40 BW; art. 7A:1825 e.v. BW; kansspelovereenkomsten; Wet op de kansspelen; verbod op zonder vergunning gelegenheid geven om deel te nemen aan kansspelen; strekking van het verbod; kansspelen via internet; zijn kansspe
Hoger beroep op beslissing van de RC in een WSNP verzoek om de kosten van het beschermingsbewind op te nemen in het vrij te laten bedrag. De rechtbank wijst het hoger beroep af omdat geen van de aangevoerde doorbrekingsgronden slaagt. Geen onjuiste toepassing van artikel 295 Fw,
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv) over non-binaire geslachtsregistratie in registers burgerlijke stand. X-registratie vraagt om keuzes van rechtspolitieke, juridische en beleidsmatige aard die zijn voorbehouden aan de wetgever. Prejudiciële vragen lenen zich niet voor beantwoordi
In deze zaak stelt eiser zich op het standpunt dat de aan hem opgelegde verhogingen van verkeersboetes als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) onrechtmatig zijn, omdat de wettelijke bepalingen op grond waarvan deze verhogingen zijn
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Jeugdrecht. Plaatsing in een pleeggezin mogelijk als pleegzorgaanbieder niet achter de plaatsing staat? Formele pleegzorg (art. 5.1 Jeugdwet) en informele pleegzorg. Geschillenregeling over uitvoering voogdij na gezagsbeeïndiging? Concept wetsvo
Beschikking rechter-commissaris. Curatoren willen een procedure starten voor een beperkte groep schuldeisers. Afwijzing procesmachtiging in verband met procesrisico en beperkt boedelbelang. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2025:5959)