*
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 392 Rv
Genoemd in 495 uitspraken · Officiële wettekst
495 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Gelden de vereisten van arti. 3:84 BW voor de overgang van fosfaatrechten van het vermogen van de rechthebbende op de fosfaatrechten naar het vermogen van een ander? Betekenis van art. 27 Mw
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Procesrecht. Mogen in het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven en in het Procesreglement verzoekschriftprocedures in handels- en insolventiezaken gerechtshoven regels worden opgenomen over de omvang van p
x
Stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad met mogelijkheid van aanvulling door partijen inzake de vraag in wiens vermogen de fosfaatrechten vallen die bij RVO op naam van huurder staan geregistreerd, de huurder of de verhuurder.
Vonnis aanhouding homologatie akkoord in een Whoa procedure om partijen een akte te laten nemen over voornemen Rechtbank om prejudiciële vraag te stellen aan Hoge Raad.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Is bij het boeken van accommodaties via een platform als dat van Airbnb sprake van bemiddeling (art. 7:425 BW)? Is het courtageverbod van art. 7:417 lid 4 BW, op grond waarvan de tussenpersoon in voorkomend geval geen recht heeft op loon jegens
vervolg van 16 februari 2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:499). Het hof houdt iedere verdere beslissing aan totdat de Hoge Raad de door de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam gestelde prejudiciële vragen (ECLI:NL:RBAMS:2021:174) zal hebben beantwoord, waarna partijen op de uit
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv.). Huurrecht. Beding waarbij verhuurder kosten in rekening brengt bij sluiten huurovereenkomst; ‘niet redelijk voordeel’ in de zin van art. 7:264 lid 1 BW? Aan tegenprestatie door de verhuurder te stellen eisen, mede in licht van HR 6 april 2012,
Prejudiciële vragen: geldt de uitspraak van art. 7:267 lid 4 BW (“scheidingsregeling”) ook jegens de verhuurder? Is art. 7:267 lid 4 BW ook van toepassing bij contractuele medehuurders die noch gehuwd, noch geregistreerd partner zijn en zo ja, geldt deze uitspraak ook jegens de v
Prejudiciële zaak (art. 392 Rv). Huurrecht. Procedure op de voet van art. 7:262 BW tegen uitspraak huurcommissie. Moet gedaagde in een dergelijke procedure die zijnerzijds - evenals de eiser - een beslissing van de kantonrechter wenst over een punt waarover de huurcommissie om ee
Naarmate een pleeggezinplaatsing in het gedwongen kader langer duurt, wordt steeds belangrijker dat duidelijk geregeld is welke bevoegdheden de ouders (nog) hebben, welke de GI die belast is met de uitvoering van de maatregelen en welke bevoegdheden de pleegouders en het pleegkin
Naarmate een pleeggezinplaatsing in het gedwongen kader langer duurt, wordt steeds belangrijker dat duidelijk geregeld is welke bevoegdheden de ouders (nog) hebben, welke de GI die belast is met de uitvoering van de maatregelen en welke bevoegdheden de pleegouders en het pleegkin
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Effectenleaseovereenkomst. Buitengerechtelijke vernietiging o.g.v. art. 1:89 lid 1 BW in verbinding met art. 1:88 lid 1, onder d, BW. Bindt een beslissing over de rechtsgeldigheid van de vernietiging in een procedure waarin slechts een van beide
Verzet tegen weigering van de griffier om te voldoen aan een verzoek tot verstrekking van afschriften/uittreksels uit het roljournaal.
prejudiciële vragen aan de HR in een PIP-zaak
Effectenlease. Vernietiging van de leaseovereenkomst op grond van artikel 1:88 in verbinding met 1:89 BW. Als bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis is beslist dat de rechtsvordering tot vernietiging is verjaard in een procedure waarin één van de echtgenoten partij was, heeft d
prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Kort gezegd is niet duidelijk op welke wijze een verzoek ex artikel 1062 Rv (een verzoek om een arbitraal vonnis ten uitvoer te mogen leggen) moet worden beoordeeld als het én om een arbitraal verstekvonnis gaat én gedaagde een consument is.
Prejudiciële vragen. Aanwijzing gecertificeerde instelling inhoudende schorsing van door rechter vastgestelde zorgregeling.de Reikwijdte van en verhouding tussen artikelen 1:265f en 1:265g BW. Toepasselijkheid HR 25 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1019 op art. 1:265f BW. Schorsing v
Vonnis van meervoudige kamer mede gewezen door rechter die inmiddels tot raadsheer in hof was benoemd. Is dat vonnis nietig? Vervolg op ECLI:NL:GHAMS:2017:1759 en ECLI:NL:GHAMS:2017:4162. Afdoening na beantwoording prejudiciële vragen (HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:604). HR 1
De advocaat van gedaagde heeft bericht het eens te zijn met het voornemen om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen en met de inhoud van de in het tussenvonnis van 13 februari 2018 geformuleerde vragen. De advocaat van Eigen Haard heeft verzocht af te zien van het voorne
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verzekeringsrecht (WAM). Art. 11 lid 1 en art. 13 lid 7 WAM. Is de in het RDW-register vermelde WAM-assuradeur jegens een benadeelde verplicht dekking te verlenen voor een schadevoorval dat heeft plaatsgevonden op de dag waarop volgens het regis
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Komt tijdens surseance vervallen rente die in de surseance buiten beschouwing moet blijven (art. 260 Fw), in aanmerking voor verificatie in opvolgend faillissement? Betekenis van art. 249 Fw.
Gezag. Beëindiging ex artikel 1:266 BW. Het hof is voornemens prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad ex artikel 392 e.v. Rv. In eerste aanleg is het gezag van beide ouders beëindigd. Eén van de ouders (de vader) is in hoger beroep gekomen van die beschikking, doch alleen
Luchtvaartkartel. Toepasselijk recht. Mogelijke aanknopingspunten.