Prejudiciële zaak (art. 392 Rv). Huurrecht. Procedure op de voet van art. 7:262 BW tegen uitspraak huurcommissie. Moet gedaagde in een dergelijke procedure die zijnerzijds - evenals de eiser - een beslissing van de kantonrechter wenst over een punt waarover de huurcommissie om ee
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 339 Rv
Genoemd in 336 uitspraken · Officiële wettekst
336 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
(Appel)procesrecht. Toepassing art. 140 en 339 Rv. Verschoonbare termijnoverschrijding? Geval waarin inleidende dagvaarding niet in persoon is betekend en vonnis aan bij verstek veroordeelde niet bekend is geworden voorafgaand aan verstrijken appeltermijn. Hoger beroep binnen red
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Intellectueel eigendomsrecht. Procesrecht. Octrooizaak. Is art. 1019h Rv van toepassing op werkzaamheden die uitsluitend betrekking hebben op de vraag of de overschrijding van de appeltermijn verschoonbaar is? Kosten van het cassatieberoep: art. 1019h Rv of het liquidatietarief?
Procesrecht. Aanvang, lengte en einde van rechtsmiddeltermijnen (art. 339 lid 1, 358 lid 2, 402 lid 1 en 426 lid 1 Rv).
Kort geding; geschil over onrechtmatig gebruik bedrijfsgeheimen; verlof conservatoir bewijsbeslag; inzagevordering art. 843a Rv; vereisten ‘rechtmatig belang’ en ‘bepaalde bescheiden’ voor inzagevordering; samenhang tussen vereisten ‘rechtmatig belang’ en ‘bepaalde bescheiden’?;
Procesrecht. Dagvaarding tegen foutieve verschijndag; herstelexploot niet tijdig aangebracht; herstel mogelijk door tweede herstelexploot dat vóór oorspronkelijk aangezegde foutieve verschijndag is uitgebracht? Art. 125 Rv (HR 11 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7203, NJ 2011/528
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Procesrecht. Uitleg van clausule in distributieovereenkomst (voetbal)televisiekanalen.
Ontvankelijkheidsincident. Overgangsrecht Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Geldt voor een na 1 januari 2025 genomen rechterlijke beslissing op een inzageverzoek ex art. 843a Rv-oud de korte cassatietermijn van acht weken (art. 200 lid 2 Rv) die de nieuwe wet voor
Procesrecht. Cassatie, ontvankelijkheid van beroep tegen een uitspraak van het hof Leeuwarden in een pachtzaak tot ambtshalve onbevoegdverklaring tot kennisneming van het hoger beroep met verwijzing naar de pachtkamer van het hof Arnhem; verwijzingen tussen de gewone rechter en d
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Executiegeschil n.a.v. beslag op schilderijen. Vernietigbaarheid van (vaststellings)overeenkomst in notariële akte wegens dwaling?
De niet verschenen gedaagde, die bij verstek is veroordeeld, kan niet het rechtsmiddel verzet instellen tegen een vonnis als bedoeld in artikel 140, lid 2 Rv, maar slechs hoger beroep. Dat volgt tevens uit artikel 335, lid 2 Rv. Eiser dient niet-ontvankelijk te worden verklaard i
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Veroordeling tot medewerking aan verkoop en levering van woning, met bepaling dat vonnis in plaats van de akte kan komen. Hoger beroep niet-ontvankelijk omdat rechtsmiddel niet tijdig is ingeschreven in rechtsmiddelenregister? Art. 3:300 lid 2 en 3:
Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter. Pluraliteit gedaagden. Voldoende samenhang (en doelmatigheid) in de zin van art. 7 lid 1 Rv. in samenhang met art. 6 sub 1 Brussel I-Verordening. Geldigheid appeldagvaarding bij kennelijke vergissing. Ontvankelijkheid milieuorganisa
(Appel)procesrecht. Toepassing art. 140 en 339 Rv. Verschoonbare termijnoverschrijding? Geval waarin inleidende dagvaarding niet in persoon is betekend en vonnis aan bij verstek veroordeelde niet bekend is geworden voorafgaand aan verstrijken appeltermijn. Hoger beroep binnen red
Proces- en goederenrecht. Toewijzing van verklaring voor recht dat hypotheekrechten als gevolg van art. 3:45 BW nietig zijn. Hoger beroep niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de verplichting om een hoger beroep tegen een vonnis met een verklaring van waardeloosheid van een
Art. 81 lid 1 RO. Belastingrecht. Kort geding. Executie van dwangsommen, verschuldigd ingevolge HR 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:1042, NJ 2013/559. Wijze waarop de belastingplichtige aan de veroordeling tot verschaffen van inlichtingen moet voldoen. Oproeping voor onderhoud to
Procesrecht. Veroordeling bij verstek bij vonnis op tegenspraak, art. 140 lid 3 Rv. Termijn waarbinnen de veroordeelde met het vonnis bekend is geraakt (HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2894). Verschoonbare termijnoverschrijding hoger beroep.
Procesrecht. Incidentele vordering tot (onvoorwaardelijke) uitvoerbaarverklaring bij voorraad op de voet van art. 234 Rv.; voorwaarde van zekerheidsstelling; omvang stelplicht.
Overheidsprivaatrecht. Uitleveringsrecht. Kort geding tegen uitlevering aan VS voor vervolging wegens moord. Uitlevering in strijd met art. 3 EVRM wegens mogelijkheid levenslange gevangenisstraf of wegens detentieomstandigheden? Kan beroep op omstandigheden na arrest hof o.g.v. a
Kort geding. Internationaal publiekrecht. Onrechtmatige daad. Gebod aan Staat tot staken uit- en doorvoer F-35-onderdelen naar Israël. Beoordelings- en beleidsruimte Staat op terrein buitenlandse politiek en defensie; verplichting herbeoordeling verleende vergunning o.g.v. EU Gem
In deze zaak spelen drie geschilpunten, twee in principaal hoger beroep en een in incidenteel hoger beroep. Deze geschilpunten worden door het hof afzonderlijk behandeld. Geschilpunt 1: Tussen de partijen in dit geding is een investment agreement tot stand gekomen. Appellanten in
Huurzaak. Vorderingen in conventie en in reconventie na uitspraak van de huurcommissie. De huurcommissie heeft op basis van het aantal punten de redelijkheid van de aanvangshuurprijs vastgesteld en verder geoordeeld dat zij geen aanleiding ziet om de aanvangshuurprijs in verband
Procesrecht. Incident tot voeging in cassatie, art. 217 Rv. Stuit voeging in cassatie af op omstandigheid dat partij die voeging vordert, (na voeging in eerste aanleg) in hoger beroep partij was en niet zelf cassatieberoep heeft ingesteld? Belang bij voeging? Afwijzing vordering
Procesrecht. Incident tot voeging in cassatie, art. 217 Rv. Belang van Zorginstituut bij voeging in procedure over uitleg Regeling zorgverzekering? HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:306.