Intellectuele eigendom; auteursrecht. Fotostock-zaak. Proceskostenveroordeling.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 332 Rv
Genoemd in 365 uitspraken · Officiële wettekst
365 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Hoger beroep van alleen conventie betreffende bedrag onder appelgrens; toch vatbaar voor hoger beroep door reconventie (waartegen geen hoger beroep) ; verzoek horen getuige gepasseerd nu niet ter zake dienende. Beroep op wanprestatie zinloos.
Huur woonruimte.
Arbeidszaak. Uitleg afspraken tussen vakbonden en werkgever in samenhang met artikel 34 A CAO Goederenvervoer Nederland met betrekking tot de vergoeding van extra kosten voor woon/werkverkeer.
Samenvatting: art 332 Rv art 122 lid 1 Rv Naam van appellant onjuist vermeld in de dagvaarding in hoger beroep. Het hof verwijst naar het arrest van de Hoge Raad ECLI:NL:HR:2013:1881. Voortaan zullen bij de beoordeling of de aanduiding van een procespartij kan worden gewijzigd na
beschuldiging diefstal/verduistering vernietiging verklaring werknemer tot opzegging arbeidsovereenkomst door werknemer ondertekende schuldbekentenis
Geïntimeerde is tijdens procedure in eerste aanleg door fusie opgegaan in een andere rechtspersoon. Geïntimeerde heeft verzocht de fusie in de administratie te verwerken en appellante zich daar niet tegen heeft verzet. De procedure in hoger beroep wordt voortgezet tegen de bij de
Art. 80a lid 1 RO. Procesrecht. Feitelijke grondslag. Hoor en wederhoor.
Incasso onbetaald gelaten pensioenpremies. Eiswijziging. Appelgrens. Vordering onvoldoende inzichtelijk.
Vordering tot teruggave bankgarantie.
Art. 96 Rv. Art. 333 Rv. “Omgekeerde prorogatie”. Niet-ontvankelijkheid hoger beroep
Vordering tot afgifte van werkbriefjes. Toelaatbaar op grond van artikel 843b RV.
Huur woonruimte; verhuur kamer aan student; geen huurovereenkomst naar aard van korte duur (7:232 lid 2 BW); restrictieve toepassing; terughoudendheid temeer geboden, gelet op mogelijkheid die artikel 7:274 lid 4 BW biedt tot beëindiging verhuur aan student na afloop van studie.z
Verdeling van een nalatenschap. Processueel ondeelbare rechtsverhouding. Niettemin appel tegen medegedaagden in eerste aanleg niet ontvankelijk. Ook geen oproeping van hen op de voet van art. 118 Rv. Zij kunnen zich desgewenst voegen of tussenkomen.
Incidentele vorderingen over en weer in twee administratief gevoegde zaken. Het beroep op de exeptio plurium litis consortium wordt in beide zaken verworpen. De incidentele vorderingen tot executie van het bestreden vonnis worden in beide zaken afgewezen.
Procesrecht. Ontvankelijkheid hoger beroep. Appelgrens indien over het gevorderde in meer (deel)vonnissen is beslist; art. 332 lid 1 Rv.
Incidentele vordering tot niet-ontvankelijkheid; hoger beroep tegen vonnis in een zaak slas bedoeld in artikel 96 Rv?
Verwarring omtrent appellabiliteit.
artikel 127 Rv; inschrijven zaak door gedaagde m.o.o. proceskostenveroordeling; misbruik van recht?
Procesrecht: appel niet-ontvankelijk
Appellant is niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep nu de vordering waarover de kantonrechter in eerste aanleg had te beslissen niet meer beloopt dan € 1.750,- (art. 332 Rv). De uitsluiting van hoger beroep in dit soort zaken wordt niet doorbroken door, kort gezegd, de
Art. 81 lid 1 RO. Appelgrens na vermindering van eis in eerste aanleg. Art. 332 lid 1 Rv.
BOPZ. Verzoek machtiging voortgezet verblijf; art. 15 Wet Bopz. Termijn voor beslissing rechtbank nadat op verzoek van betrokkene ingewonnen deskundigenbericht ter griffie is ingekomen; art. 5 lid 1 onder e EVRM. Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen afwijzing verzoek om sch
vordering ingesteld door verkeerde partij; geen wisseling van partij in eerste aanleg.
Verdeling gemeenschap. Niet-ontvankelijkheid principaal appel tegen medegedaagden en incidenteel appel door oorspronkelijk gedaagden.