Ontvankelijkheid. Appelgrens. Vordering van 500 euro is onder de appelgrens. Dat de totale schuld meer dan € 8.000,- bedraagt doet daaraan niet af.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 332 Rv
Genoemd in 365 uitspraken · Officiële wettekst
365 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Vonnis appellabel? In eerste aanleg heeft kantonrechter vordering tot afgifte Mercedes Benz toegewezen op straffe van verbeurte van een dwangsom. Hof: eiser in eerste aanleg heeft auto een jaar voor diefstal gekocht voor € 250,-. Verbeurde dwangsommen tellen niet mee voor de waar
Incidentele vorderingen. Voeging. Opgave van facturen voor verrichte werkzaamheden en van accountantsverklaring i.v.m. beweerd overtreden van concurrentiebeding. Ambtshalve matiging dwangsom.
Hoger beroep deelgeschilprocedure. Toepasselijk recht bij ongeval in Duitsland, waarbij Nederlandse passagier van Nederlandse auto gewond raakte. Verordening Rome II artt. 4 en 28; Haags Verkeersongevallenverdrag artt. 3, 4 en 11. Duits recht toepasselijk.
Procedure aanhangig gemaakt door de deurwaarder op de voet van artikel 438 lid 4 Rv. Onderwerp van geschil is het door de deurwaarder geconstateerde bezwaar. Daarmee is onverenigbaar dat thans op de voet van artikel 130 Rv, bij wijze van wijziging van eis, jegens geïntimeerde een
opschorting
Overheidsaanbesteding. Ontvankelijkheid van partijen in hoger beroep na tussenkomst en voeging in eerste aanleg en mogelijkheid tot tussenkomst in hoger beroep. Uitleg aanbestedingsdocumentatie.
Appelgrens: vordering van onbepaalde waarde. Relatie kettingbeding met nog te sluiten overeenkomst waarnaar (naar de standaardtekst waarvan) in het kettingbeding wordt verwezen. Terecht beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.
Procesrecht. Vordering met betrekking tot processueel ondeelbare rechtsverhouding (boedelbeschrijving en verdeling nalatenschap). Te dagvaarden partijen; HR 8 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0405, NJ 1992/34. Gelegenheid tot herstel op de voet van art. 118 Rv; HR 15 maart 2013,
-
appelgrens art. 322 lid 1 Rv
Contractenrecht. Verbreking joint venture. Kwijtingsbeding in vaststellingsovereenkomst. Misbruik van omstandigheden, art. 3:44 lid 4 BW; omstandigheden die een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van de rechtshandeling, causaal verband, nadeel.
Niet ontvankelijk in hoger beroep. Onvoldoende gesteld dat degene die hoger beroep heeft ingesteld rechtsopvolger is van degene die in eerste aanleg partij was.
Vordering tot opheffing van conservatoir beslag op windturbines afgewezen.
Vordering onder appelgrens. Beroep op doorbrekingsgrond.
Financiële afwikkeling rond het uittreden door een van de leden van een maatschap van medisch specialisten. Aan orde komen de vraag of de maatschap heeft gecontracteerd met de uittredende arts persoonlijk dan wel met zijn praktijkvennootschap en de waardering van het onderhanden
Deelgeschil, hoger beroep, ontvankelijkheid.
Artikel 5:112 lid 3 BW. Vereniging naast Vereniging van Eigenaars. Geen verplicht lidmaatschap aangenomen; ook niet op andere gronden verplichting tot betaling van bijdrage naast die aan de VvE.
inlichtingen comparitie
incident tot voeging en tot niet-ontvankelijkverklaring
Jeugdbescherming. Kinderen meegenomen naar buitenland in weerwil uitgesproken ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Internationale arrestatiebevelen in verband met artikel 279 Wetboek van Strafrecht. Verdenkingen voldoende grond voor zulke bevelen. Vordering tot overdracht v
Vorderingen van 15 eisers '' hoofdsom (€600 p.p.) €9.000,-''. Subjectieve cumulatie. Voor toepassing van artikel 332 Rv mogen de afzonderlijke vorderingen niet worden opgeteld.
In hoger beroep heeft de gedaagde in conventie, eiser in reconventie, behalve zijn processuele wederpartij uit de eerste aanleg – een maatschap – ook de maten van die maatschap gedagvaard die in eerste aanleg geen partij waren. Geen uitzondering op de hoofdregel van artikel 332 R
Hoger beroep niet-ontvankelijk want de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te beslissen beloopt, met inbegrip van de daarover tot aan de dag van de inleidende dagvaarding verschenen rente, aanzienlijk minder dan de in artikel 332 lid 1 Rv genoemde appelgrens van €
Verplichte deelneming bedrijfstakpensioenfonds. Valt werkgever onder Stichting BPF Beroepsvervoer over de weg of onder Stichting BPF Metaal en Techniek? Gemengde onderneming. Werkgever drijft zowel garage als een koeriersbedrijf. Werkingssfeerbepaling van SOOB-CAO. Wet verplichte