Familierecht. Ontkenning van vaderschap van staande huwelijk geboren kind; verzoek man tot bevel DNA-onderzoek, afdwingbaarheid medewerking moeder; cassatie, ontoelaatbaar feitelijk novum.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 284 Rv
Genoemd in 268 uitspraken · Officiële wettekst
268 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
20 juni 2003 Eerste Kamer Nr. R03/001HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. K. van Dijk, 1. Het geding in feitelijke instanties...
Personen- en familierecht. Huwelijksvermogensrecht; gemeenschapsschuld (art. 1:94 lid 7 BW). Valt een schuld uit hoofde van meerinbreng voor de financiering van een voorhuwelijkse woning in de huwelijksgemeenschap?
De vader heeft zijn kind nog nooit gezien en de moeder houdt contact tussen de minderjarige en de vader tegen. Volgens de moeder wordt zij getriggerd in haar PTSS, wat leidt tot herbelevingen, bij alles wat met de vader te maken heeft. De moeder kan hiervoor pas behandeling onder
Spoorwisselbeschikking in de zaak van chauffeurs tegen Uber. Zie de beschikking van 11 maart 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1018.
Gezag en omgang. Benoeming bijzondere curator en gelasten ouderschapsonderzoek; doel en strekking ouderschapsonderzoek (in algemene zin). Afwijzing verzoek schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad.
Huurbeding verzoekschrift ex artikel 3:264 BW.
zorgregeling
Rekening en verantwoording bewindvoerder. Het hof gaat voorbij aan de stelling van de bewindvoerder dat op grond van een uitspraak van de Raad van State d.d. 17 juli 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:382 ) in een geschil tussen de bewindvoerder en het bestuur van de raad voor rechtsbijstand
De rechtbank is van oordeel dat aan de oppervlakte wellicht geen kind-signalen te ontdekken zijn, maar dat uit de rapportages van de deskundigen en de standpunten van zowel de Raad als BJAA blijkt dat er andere serieuze signalen zijn om aan te nemen dat het niet in het belang van
Hoger beroep tegen benoeming deskundige. Op grond van artikel 194 lid 2 RV in verbinding met artikel 284 lid 1 RV staat tegen deze benoeming geen hogere voorziening open. Voor het overige geen doorbrekingsgronden van het appelverbod gesteld.
Executierecht; Wet op het financieel toezicht (Wft). Executoriale verkoop van in beslag genomen certificaten van aandelen. Toepasselijkheid prospectusplicht (art. 5:2 Wft) en vrijstellingsbepaling (art. 53 lid 2 Vrijstellingsregeling Wft). Hoge Raad stelt vragen van uitleg aan Hv
81 RO. Toewijzing verzoek tot verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing.
Jaarrekeningenrecht. Afgewezen verzoek van de AFM tegen Spyker tot vernietiging en bevel tot wijziging van jaarrekening 2006; ondernemingskamer niet verplicht bij iedere afwijking van de voorschriften (IAS en IFRS) wijziging te bevelen als een redelijke uitleg en toepassing daarv
8 april 2005 Eerste Kamer Nr. R04/005HR (OK 109) JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. LAURUS N.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, 2. [Verzoeker 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verzoeker 3], wonende te [woonplaats], 4. [Verzoeker 4], wonende te [woonplaats
Vervangende toestemming inschrijving school. Geen nakoming zorgregeling i.a.v. jeugdbeschermingstafel.
Wvggz. Aansluitende zorgmachtiging. Gebrekkige medische verklaring (art. 5:8-5:10 Wvggz)? Nader onderzoek door rechter vereist? Rapport van het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE).
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM)? Staat als belanghebbende. Onaanvaardbare doorkruising van bestuursrechtelijke kader? Voorlopig o
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM) en van procedurele waarborgen art. 1 EP EVRM? Staat als belanghebbende. Onaanvaardbare doorkruisi
Wzd. Contra-expertise (art. 38 lid 6 Wzd). Beoordeling van ernstig nadeel door de rechter (art. 24 lid 3, aanhef en onder a, Wzd).
Wvggz. Zorgmachtiging. Procesrecht. Bewijsrecht van art. 149 Rv e.v. niet onverkort van overeenkomstige toepassing in Wvggz-procedures.
Vervangende toestemming erkenning (art. 1:204 lid 3 BW) + gelasten deskundigenonderzoek (art. 194 lid 1 Rv).
Kort geding. Inzagevordering afgewezen.
Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van een omgangsregeling
Verzoek voorlopige voorzieningen 821 Rv. Uitsluitend gebruik echtelijke woning toegewezen aan de man. Belangenafweging valt uit in nadeel van de vrouw, omdat zij een alternatief heeft. Vrouw wordt tijd gegund om haar persoonlijke spullen uit de woning te halen. Minderjarige wordt