vergoeding van proceskosten na ingetrokken kort geding
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 250 Rv
Genoemd in 29 uitspraken · Officiële wettekst
29 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
30 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/218HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n WONINGSTICHTING BINNENHOF, gevestigd te Heemstede, VERWEERSTER in cassatie, niet verschene
Verwijzingsbeslissing van de voorzieningenrechter naar de Hoge Raad met prejudiciële vragen aangaande de kostenveroordeling in een kort geding na intrekking
-
Intrekking kort geding door eiseres vóór mondelinge behandeling. Gedaagde verzoekt om afgifte van een bevelschrift ex artikel 250 Rv voor kosten die zij heeft gemaakt ter voorbereiding van het kort geding. Verzoek wordt afgewezen. Intrekking van een kort geding kan niet worden aa
Intellectuele Eigendom. Uniemerk. Oneerlijke Handelspraktijken. Bestuurdersaansprakelijkheid. Verbod jegens gelieerde vennootschappen wegens reële dreiging voortzetting onrechtmatig handelen. Onttrekking van partij voldoet niet aan voorgeschreven vormen.
Bevelschrift ex artikel 250 lid 4 Rv. Intrekking kort gedingprocedure. Verzoek om een proceskostenveroordeling in een IE-geschil. Artikel 1019h Rv. Artikel 9 lid 1 Procesreglement. Artikel 249 en 250 Rv analoog van toepassing in geval van intrekking van een kort gedingprocedure.
Art. 81 lid 1 RO. Pachtrecht. Procesrecht. Beëindiging pachtovereenkomst door verpachter. Geen bedrijfsmatige exploitatie van een agrarische onderneming; art. 7:312 BW. Vordering tot schadevergoeding in reconventie voor het eerst ingesteld in hoger beroep. Art. 353 lid 1 Rv.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv); vragen behandeld ondanks schikking (art. 393 lid 9 Rv). Proceskostenveroordeling mogelijk na intrekking kort geding in eerste aanleg? Art. 125-127 resp. 249-250 Rv van (overeenkomstige) toepassing? Eigen regels, geënt op wettelijke regeling van
Octrooirecht; uitleg, geen inbreuk; 1019h Rv; artt. 249 en 250 Rv van overeenkomstige toepassing in kort geding
Proceskostenveroordeling na afstand van instantie. Bevelschrift op grond van art. 250 lid 4 rv
Bevelschrift, afstand van instantie, proceskosten, art. 250 lid 4 Rv.
Arbeidsrecht. Werknemers willen hetzelfde betaald krijgen als de werknemers van de onderneming waar zij gewerkt hebben. Onvoldoende onderbouwd blijft dat de werknemers voor (‘onder toezicht en leiding van’) die onderneming hebben gewerkt. Daarmee geen toepasselijkheid van artikel
Afstand van instantie. Artikel 249 en 250 Rv.
Voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv tot betaling voorschot kosten hoger beroep, onvoldoende samenhang met hoofdvorderingen. Inzage in stukken el (artikel 843a Rv), geen belang.
Ondernemingsrecht. Art. 2:249 BW. Bestuurdersaansprakelijkheid voor misleidende tussentijdse cijfers vennootschap, verstrekt aan financier ivm aanvraag achtergestelde lening van € 2,5 mio. Bestuurlijke verantwoordelijkheid. Geen disculpatie. Schade en causaal verband. Geen eigen
Pensioenverevening. Afstorting deel vrouw van pensioen in eigen beheer. Is sprake van een beschikbare-premieregeling of van een gegarandeerde uitkering?
Procesrecht. Afstand van instantie en bevelschrift cf artikel 250 lid 4 Rv.
Artikel 249 Rv. Afstand van instantie. Veroordeling in de proceskosten ex artikel 1019h Rv afgewezen. Verwijzing naar bevelschriftprocedure ex artikel 250 lid 4 Rv.
weigering afstand van instantie wegens ontbreken bijzondere machtiging ex artikel 250 lid 2 Rv; afstand gedaan van het recht een memorie van grieven te nemen.
intrekken kort geding voor zitting - geen proceskostenveroordeling.
Kort geding. Koersverandering van het Leger des Heils in het kader van een uithuisplaatsing onrechtmatig? In de bodemprocedure is inmiddels een oordeel gegeven over de koerswijziging van het Leger des Heils in het kader van de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging
procesrecht; procedure van eigenaar tegen VvE, eigenaar draagt eigendom over; na eerstdienende dag maar voor antwoord verlangt eigenaar/eiser dat nieuwe eigenaar zijn positie als eiser overneemt en voorzover dat niet mogelijk is wordt afstand van instantie (250 Rv) gevraagd; geen
bevelschrift ex artikel 250 Rv.
Hoogte schadevergoeding bij kennelijk onredelijke opzegging wegens tekortkoming door werkgever ten aanzien van re-integratie van de werknemer.