Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2022:8971

2022-10-18 Civiel recht 200.313.018/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2022-10-18
Publicatiedatum
2022-10-19
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.313.018/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afstand van instantie. Artikel 249 en 250 Rv.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.002 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN




locatie Leeuwarden



afdeling civiel recht, handel



zaaknummer gerechtshof 200.313.018/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 538770)





arrest van 18 oktober 2022




in de zaak van




Den2 Onroerend Goed B.V.,

gevestigd te Hilversum,
appellante,
bij de rechtbank: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,
hierna: Den2,
advocaat: mr. C.J. van der Have, die kantoor houdt te 's-Gravenhage,




tegen






[geïntimeerde]
,
wonende te [woonplaats1] ,
geïntimeerde,
bij de rechtbank: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,
hierna: [geïntimeerde],
advocaat: mr. M.R. Koppe, die kantoor houdt te Hilversum.






1Het verloop van de procedure bij de rechtbank


Voor het verloop van de procedure bij de rechtbank verwijst het hof naar de inhoud van het proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 24 mei 2022 dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad (hierna: de voorzieningenrechter), heeft gewezen.






2Het verloop van de procedure in hoger beroep


2.1
Met een exploot van 21 juni 2022 heeft Den2 [geïntimeerde] aangezegd in hoger beroep te komen van het vonnis van 24 mei 2022, met dagvaarding van [geïntimeerde] voor dit hof.



2.2
De zaak is na aanbrengen verwezen naar de rolzitting van 23 augustus 2022 voor het nemen van de memorie van grieven. Den2 heeft op die datum niet van grieven gediend, waardoor de zaak met peremptoirstelling is aangehouden tot 6 september 2022. Op deze datum heeft Den2 wederom niet van grieven gediend, maar aan het hof en [geïntimeerde] te kennen gegeven afstand van instantie te doen.



2.3
Vervolgens heeft het hof [geïntimeerde] in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten of zij alsnog incidenteel appel wenst in te stellen. [geïntimeerde] heeft hiervan afgezien en verzocht Den2 te veroordelen in de kosten van het hoger beroep.



2.4
Het hof heeft arrest bepaald op het griffiedossier.






3De beoordeling


3.1
Den2 heeft in hoger beroep met een H16-formulier laten weten afstand van instantie te doen. Nu daarbij de bijzondere volmacht in het geding is gebracht die in dit geval op grond van het bepaalde in artikel 250 lid 2 Rv is vereist en [geïntimeerde] de mededeling van Den2 ook heeft opgevat als een afstand doen van instantie, zal ook het hof dat doen en het genoemde formulier aanmerken als de in dit artikel voorgeschreven akte.



3.2
Het voorgaande brengt dit mee dat de procedure in hoger beroep niet wordt voortgezet en dat Den2 op grond van artikel 249 lid 2 jo. 353 Rv verplicht is de proceskosten van [geïntimeerde] te vergoeden.



3.3
De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde] zullen worden vastgesteld op € 343,- aan griffierecht en € 557,- aan salaris van de advocaat (½ punt van tarief II).






4De beslissing


Het hof, recht doende in hoger beroep:



verstaat dat Den2 afstand heeft gedaan van de instantie, aangevangen met het exploot van dagvaarding van 21 juni 2022;



veroordeelt Den2 in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 343,- aan verschotten en op € 557,- voor salaris.



Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, J. Smit en P.S. Bakker en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2022.