Prejudiciële vragen (art. 392 Rv); vragen behandeld ondanks schikking (art. 393 lid 9 Rv). Proceskostenveroordeling mogelijk na intrekking kort geding in eerste aanleg? Art. 125-127 resp. 249-250 Rv van (overeenkomstige) toepassing? Eigen regels, geënt op wettelijke regeling van
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 249 Rv
Genoemd in 46 uitspraken · Officiële wettekst
46 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
vergoeding van proceskosten na ingetrokken kort geding
Verwijzingsbeslissing van de voorzieningenrechter naar de Hoge Raad met prejudiciële vragen aangaande de kostenveroordeling in een kort geding na intrekking
Intrekking kort geding door eiseres vóór mondelinge behandeling. Gedaagde verzoekt om afgifte van een bevelschrift ex artikel 250 Rv voor kosten die zij heeft gemaakt ter voorbereiding van het kort geding. Verzoek wordt afgewezen. Intrekking van een kort geding kan niet worden aa
Art. 81 lid 1 RO. Rolbeschikking; verlening akte niet-dienen belet formuleren van grieven ook ingeval appellant incidentele vordering instelt, art. 133 lid 4 Rv.
Procesrecht. Incident tot niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep. Partijwisseling tijdens geding. Tussen- of einduitspraak? Arrest n.a.v. schorsing en hervatting, waarbij wordt geconstateerd dat zaak is overgenomen door cessionaris. Positie wederpartij. Schorsing en hervattin
Intellectuele Eigendom. Uniemerk. Oneerlijke Handelspraktijken. Bestuurdersaansprakelijkheid. Verbod jegens gelieerde vennootschappen wegens reële dreiging voortzetting onrechtmatig handelen. Onttrekking van partij voldoet niet aan voorgeschreven vormen.
Intellectuele eigendom. Auteurscontractenrecht. Popgroep (Golden Earring) heeft in de jaren 1971-1991 overeenkomsten gesloten m.b.t. muziekuitgaverechten. Buitengerechtelijke ontbinding wegens tekortschieten door uitgever in exploitatieverplichting; klachtplicht (art. 6:89 BW) v
Bevelschrift ex artikel 250 lid 4 Rv. Intrekking kort gedingprocedure. Verzoek om een proceskostenveroordeling in een IE-geschil. Artikel 1019h Rv. Artikel 9 lid 1 Procesreglement. Artikel 249 en 250 Rv analoog van toepassing in geval van intrekking van een kort gedingprocedure.
Proceskostenveroordeling in kort geding van de eisende partij als voor de zitting de dagvaarding wordt ingetrokken? Bij het ontbreken van een wettelijke regeling wordt het procesreglement korte gedingen rechtbanken, sector kanton toegepast. Geen veroordeling in de proceskosten.
Art. 249 en 353 Rv. Intrekking hoger beroep voor memorie van antwoord. Appellant vraagt nog wel proceskostenveroordeling wederpartij. Intrekking aan te merken als afstand van instantie. Appellant in de proceskosten veroordeeld. Gelieerd aan arrest van 19 september 2023, ECLI:NL:G
289 Rv. Proceskostenveroordeling ten laste van faillissementsboedel na intrekking van hoger beroep tegen afgewezen gijzelingsverzoek.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv); vragen behandeld ondanks schikking (art. 393 lid 9 Rv). Proceskostenveroordeling mogelijk na intrekking kort geding in eerste aanleg? Art. 125-127 resp. 249-250 Rv van (overeenkomstige) toepassing? Eigen regels, geënt op wettelijke regeling van
Octrooirecht; uitleg, geen inbreuk; 1019h Rv; artt. 249 en 250 Rv van overeenkomstige toepassing in kort geding
Proceskostenveroordeling na afstand van instantie. Bevelschrift op grond van art. 250 lid 4 rv
Afstand van instantie, doorhaling, eenzijdig, proceskosten, forfaitair tarief, misbruik van procesrecht, onrechtmatig handelen
Eenzijdig verzoek tot royementsverzoek cq doorhaling cq afstand van instantie. Geen beslissing op vordering, wel veroordeling in nodeloos veroorzaakte proceskosten.
Geschil over een verschil tussen de kadastrale en feitelijke erfgrens. Wat is gekocht, wat is geleverd. Uitleg koopovereenkomst en leveringsakte.
Intellectuele eigendom. Kwekersrecht. Kort geding ingegetrokken vóór mondelinge behandeling, maar na indiening conclusie van antwoord met daarbij onder meer veredelingshistorie van vermeend inbreukmakend slaras. Verzoek van gedaagde om eiser te veroordelen in de proceskosten. Toe
Bevelschrift, afstand van instantie, proceskosten, art. 250 lid 4 Rv.
Verzoek tot proceskostenveroordeling na intrekking kort geding afgewezen. ZIE HERSTELVONNIS MET ECLI:NL:RBDHA:2023:8260
Kantonrechter komt terug op de verleende afstand van instantie. Na vermindering van eis resteert alleen nog een proceskostenveroordeling. Geen aanleiding om het voorstel van gedaagden te volgen om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voor te leggen over artikel 7:417 lid 2 en 3 B
Kort geding, proceskostenveroordeling na intrekking van de zaak. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het in de gegeven omstandigheden noodzakelijk was om een kort geding aanhangig te maken en wordt daarom in de proceskosten veroordeeld.
Procesrecht. Afstand van instantie en bevelschrift cf artikel 250 lid 4 Rv.
Kort geding, proceskostenveroordeling ten laste van eiseres na intrekking kort geding met betrekking tot medewerking levering onroerende zaak (proceskostenveroordeling volgens liquidatietarief)