Vervolgingsuitlevering aan Turkije van persoon verdacht van deelneming aan PKK en daarmee samenhangende terroristische activiteiten toelaatbaar. 1. Dubbele strafbaarheid en toepasselijkheid commuun strafrecht naast humanitair oorlogsrecht art. 3 Geneefse Conventies en art. 6 WIM.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 6 EVRM
Genoemd in 24.629 uitspraken
24.629 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 16 · live
Undue delay en niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Het hof heeft de verdachte terecht niet-ontvankelijk verklaard zodat het vonnis in eerste aanleg onherroepelijk is geworden. Bij deze stand van zaken kunnen de klachten dat in de appèlfase en de cassatiefase de redelijke
-
Beklag, beslag op geldbedrag (ƒ 43.360) in woning van klaagster t.z.v. verdenking van drugshandel en deelname aan criminele organisatie, waarna vervolging van klaagster is geëindigd met kennisgeving van niet verdere vervolging en geldbedrag in strafzaak tegen haar partner verbeur
Bedreiging met misdrijf waardoor gevaar voor algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, met misdrijf tegen leven gericht en met zware mishandeling door met auto in te rijden op pui van daklozenopvang, art. 285.1 Sr. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schad
Medeplegen moord (art. 289 Sr) en medeplegen voorhanden hebben vuurwapen van categorie III en munitie, meermalen gepleegd (art. 26.1 WWM). Had hof moeten beslissen op opmerking van raadsman dat “de redelijke termijn is overschreden” en dat verdachte nog steeds vastzit? Hof heeft
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Rwandese nationaliteit) aan Rwanda t.z.v. o.a. genocide en misdrijven tegen menselijkheid. Rb heeft uitlevering ontoelaatbaar verklaard wegens risico dat opgeëiste persoon door uitlevering zal worden blootgesteld aan risico van flagrante
Gewoontewitwassen van in totaal € 360.000, art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr. Bewijsklacht. Is sprake van maken van ‘gewoonte’ van witwassen? Opvatting dat voor bewezenverklaring van maken van ‘gewoonte’ van witwassen is vereist dat wordt vastgesteld dat verdachte ‘ne
Medeplegen uitvoer MDMA naar Groot-Brittannië (art. 2.A Opiumwet), hennepkwekerij in woning (art. 3.B Opiumwet en art. 3.C Opiumwet), diefstal van stroom (art. 310 Sr) en witwassen van geldbedrag (art. 420bis Sr). Onttrekking aan het verkeer van boksbeugel en wapenstok na vrijspr
Bedreiging met o.m. enig misdrijf tegen het leven gericht, art. 285.1 Sr, door opzettelijk dreigend teksten en foto’s per e-mail te sturen naar A. Bedreiging a.b.i. art. 285.1 Sr? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT3659 en ECLI:NL:HR:1984:AC8252 m.b.t. verei
Nijmeegse scooterzaak. Vervolg op ECLI:NL:HR:2013:1964. Medeplegen van overtreding van art. 6 WVW 1994. Het Hof heeft geoordeeld dat de wijze waarop verdachte en zijn mededader met de motorscooter zijn gevlucht als een zó waarschijnlijke mogelijkheid besloten lag in hun eerdere n
Overlevering. De rechtbank stelt een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ (weigeringsgrond inzake verstekvonnissen): valt een beslissing tot herroeping van de opschorting van de st
Schending staatsgeheim, art. 98 Sr. Doorwerking bronbescherming, art. 10 EVRM (bescherming van journalistieke bronnen). Het gebruik voor het bewijs van de door de AIVD afgeluisterde telefoongesprekken van journalisten. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:200
Overschrijding redelijke termijn. De benodigde voortvarendheid bij betekening verstekmededeling, art. 366 Sv. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358, rov. 3.19. Het middel is gegrond nu niet blijkt dat binnen een jaar na de uitspraak van het Hof op de wijze a.b.i. genoem
Art. 248e Sr. Grooming. Voor strafbaarheid van ‘grooming’ is naast de in art. 248e Sr genoemde overige vereisten o.m. vereist dat verdachte “een ontmoeting voorstelt”, alsmede dat hij “enige handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting”. Het Hof heeft zij
Kinderpornografie, art. 240b.1 Sr. 1. Klacht over de toewijzing van de vordering tot wijziging van de tll. faalt bij gebrek aan belang. 2. Klacht over ’s Hofs oordeel dat sprake is van afbeeldingen van een seksuele gedraging a.b.i. art. 240b Sr. HR herhaalt toepasselijke overwegi
HR: art. 81.1 RO. Conclusie AG over ernstige inbreuk rechtsorde a.b.i. art. 126m.1 Sv bij inbraak woning en art. 359a Sv, bewijsuitsluiting.
Piranha. Uitleg “werven voor gewapende strijd”, art 205.1 Sr. De tekst van art. 205 Sr noch de wetsgeschiedenis biedt steun aan de opvatting dat iemand die reeds “de gewapende strijd is toegedaan” niet meer kan worden geworven voor die gewapende strijd. Voor het ontstaan van stra
Verzoek tot voeging in dossier van een p-v van de t.z. in een andere zaak. ’s Hofs toewijzing van dat verzoek van de AG geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is, mede gelet op hetgeen de raadsman van verdachte dienaangaande ttz. heeft aangevoerd, toereikend gemotiv
Frans van A. 1. Rechtsmacht NL strafrechter. 2. Verbindendheid art. 8 WOS. 3. Opzet op medeplichtigheid. 4. Deskundigheid getuige-deskundige. 5. Bewijsmiddelen (bwm) die mening, gissing, of conclusie bevatten? 6. Strafmotivering. 7. N-o-verklaring vorderingen bp. Ad 1. De opvatti
Art. 348 Sv. Onderzoek dubbele strafbaarheid. HR gaat om. Geklaagd wordt dat het Hof heeft verzuimd te doen blijken van een ambtshalve onderzoek naar de ontvankelijkheid van het OM i.v.m. een in België gepleegd feit. Het volgende wordt vooropgesteld. Ex art. 348 Sv behoort de rec
Bewijsklachten. De bewezenverklaringen van feit 1 en 2 zijn niet naar de eisen der wet met redenen omkleed. Verder kan uit de gebezigde bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat verdachte het onder 3 bewezenverklaarde heeft begaan. Ook de bewezenverklaring van feit 4 is ontoereiken
Vordering als benadeelde partij van immateriële schade door moeder van slachtoffer moord (shockschade). ’s Hofs oordeel dat de vordering van de benadeelde partij vzv. deze ziet op de geleden immateriële schade zich leent voor toewijzing en dat het een bedrag van € 10.000,- zal to
Opnemen telecommunicatie ex art. 126m en 126l Sv en beoordelingskader OvJ, RC en zittingsrechter. 1. De OvJ is bevoegd tot het bevelen van opnemen van telecommunicatie met een technisch hulpmiddel. De RC dient tevoren een schriftelijke machtiging te hebben verstrekt. Het staat in
Doodslag door in 2010 in Nieuwegein een ander met scherp voorwerp in zijn hartstreek te steken, art. 287 Sr. Afwijzing van ttz. in hoger beroep (voorwaardelijk) gedaan verzoek tot horen van deskundige t.a.v. belastende rapportage m.b.t. moment van oplopen letsel i.v.m. alternatie