art. 5.2 Wet IB 2001; art. 1 EP EVRM, art. 14 EVRM; massaal bezwaar Box 3 jaren 2017 en 2018; Vermogensrendementsheffing over 2017 en 2018 strijdig met art. 1 EP in combinatie met art. 14 EVRM. Rechtsherstel.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 14 EVRM
Genoemd in 1.481 uitspraken
1.481 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
Harmonisatiewet. Toetsingsverbod van art. 120 Grondwet. Geen toetsing van formele wet aan fundamentele rechtsbeginselen van de Nederlandse rechtsorde die nog geen uitdrukking hebben gevonden in enige, een ieder verbindende verdragsbepaling. Geen toetsing aan het Statuut voor het Koninkrijk.
Art. 2.13, 5.2 en 5.3 Wet IB 2001; art. 1 EP EVRM; belastingjaren 2016 en 2017; box 3-heffing in strijd met art. 1 EP?; behandeling stelselvraag door rechter tijdens massaalbezwaarprocedure (HR 2 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:963); beoordeling individuele en buitensporige last; interen op vermogen om b
Conclusie over de evenredigheidstoets door de bestuursrechter die de staatsraden advocaat-generaal Wattel en Widdershoven hebben genomen op verzoek van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De conclusie gaat in op de vraag hoe indringend de bestuursrechter bestuurl
Art. 32bd Wet LB 1964 (tekst 2014); art 1 Eerste Protocol. Verlenging crisisheffing voor 2014 blijft in stand. Art. 14 EVRM en art. 26 IVBPR.
Cassatie in het belang van de wet. Korting proceskostenvergoeding i.g.v. rechtsbijstand o.b.v. “no cure no pay”, art. 13a.2 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Levert art. 13a.2 Wahv strijd op met discriminatieverbod a.b.i. art. 14 EVRM jo. art. 1 Eerste Protocol EVRM en
Motorrijtuigenbelasting; art. 26 IVBPR, art. 14 EVRM in samenhang met art. 1, eerste Protocol en art. 1, Twaalfde Protocol; artt. 24 en 24b Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994; verhoging tarief bestelauto op 1 juli 2005; geen sprake van schending van gelijkheidsbeginsel; belanghebbende heeft niet
Art. 26 IVBPR, art. 14 EVRM, art. 1 van het Twaalfde protocol bij het EVRM. Art. 35b t/m 35f Successiewet 1956 (tekst 2011). Bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet in strijd met discriminatieverbod.
Art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.2 Wet IB 2001; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet) Vermogensrendementsheffing ook onder de Herstelwet strijdig met art. 1 EP in combinatie met art. 14 EVRM. Rechtsherstel.
Heffing in box 3 voor de jaren 2017-2018; massaalbezwaarprocedure; rechtsbescherming bij artikel 25e, lid 4, AWR; ambtshalve vermindering; artikel 9.6 Wet IB 2001 en artikel 45aa, aanhef en letter b, van de Uitvoeringsregeling IB 2001.
Art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.2 Wet IB 2001; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet) Vermogensrendementsheffing ook onder de Herstelwet strijdig met art. 1 EP in combinatie met art. 14 EVRM. Werkelijk rendement. Rechtsherstel. Aandeel in reservefonds VVE vormt onder de wettelijke regeling in 2018 gee
Onrechtmatige overheidsdaad. Is invoering van de Wet verbod pelsdierhouderij (met een overgangsperiode tot 2024) onrechtmatig? Verlies van toekomstige inkomsten; strijd met art. 1 EP (eigendomsbescherming)? Betekenis van rechtspraak EHRM voor uitleg van art. 1 EP door de nationale rechter. Regulerin
Art. 1 en art. 3 Wet KSB; art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM; art. 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM; art. 26 IVBPR. Invoering van kansspelbelasting voor kansspelautomaten per 1 juli 2008. Van exploitant mag kansspelbelasting worden geheven over het gehele bruto spelresultaat. Op niv
Vrouwenstandpunt SGP t.a.v. passief kiesrecht vrouwen voor gekozen algemeen vertegenwoordigende overheidsorganen. Art. 7, aanhef en onder a en c VN-Vrouwenverdrag. Algemeen belangactie 3:305a BW. Ontvankelijkheid cassatieberoep partij die zich voegt in een tussen andere partijen aanhangig geding (ar
Wet verhuurderheffing. Art. 4 Wvh; art. 26 IVBPR, art. 14 EVRM in samenhang gelezen met art. 1 Eerste Protocol EVRM, en art. 1 Twaalfde Protocol EVRM. In geval van mede-eigendom in aanmerking nemen van huurwoning bij genothebbende die WOZ-beschikking ontvangt komt in strijd met het verdragsrechtelij
Heffing in box 3 voor de jaren 2015-2016 en 2017-2018; ambtshalve vermindering; artikel 9.6 Wet IB 2001; nieuwe jurisprudentie als bedoeld in artikel 45aa, aanhef en letter b, van de Uitvoeringsregeling IB 2001.
-
Art. 26 IVBPR, art. 14 EVRM, art. 1 van het Twaalfde protocol bij het EVRM. Art. 35b t/m 35f Successiewet 1956 (tekst 2011). Bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet in strijd met discriminatieverbod.
Art. 26 IVBPR, art. 14 EVRM, art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM, art. 1 van het Twaalfde protocol bij het EVRM. Art. 35b en 35c Successiewet 1956 (tekst 2009). Bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet in strijd met discriminatieverbod.
Art. 6 Algemene Kinderbijslagwet. Art. 8 en 14 EVRM. Art. 26 IVBPR. Koppelingswet. Kinderbijslag. Verblijfstitel. Gelijkheidsbeginsel.
Prejudiciële vraag; art. 25c, 25e en 25f AWR; massaalbezwaarprocedure box 3-heffingen; behandeling van de aangewezen rechtsvraag door de rechter tijdens massaalbezwaarprocedure; beslissing beperkt tot individuele vraag belastingplichtige; redelijke termijn voor berechting.
WAO-besluiten genomen met toepassing van de Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden. Intrekking en weigering WAO-uitkering vanwege gevangenisstraf, TBS met dwangverpleging, voorlopige hechtenis.
EVRM art. 14; Twaalfde Protocol bij het EVRM art. 1; IVBPR art. 26; Wet BRV art. 14, lid 2; Belastingplan 2012, art. XXXVIII Tariefsverlaging in de overdrachtsbelasting voor woningen. Terugwerkende kracht tot 15 juni 2011 vormt geen discriminatie.
Opbrengsten die worden behaald met vermogen dat afkomstig is uit een letselschadevergoeding is niet vrijgesteld van box-3-heffing. Het hof verklaart de box-3-heffing over 2017 – onder verwijzing naar het Kerstarrest van de Hoge Raad - in strijd met artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM in samenhang
Belanghebbende woont in Duitsland en beschikt over een tweede, in Nederland gelegen, woning die niet wordt verhuurd. De inspecteur heeft deze woning in de jaren 2017 en 2018 in de vermogensrendementsheffing betrokken. Dit is, volgens belanghebbende, in strijd met artikel 14 EVRM en artikel 1 EP. Het
Artikel 3, lid 2, letter a, Participatiewet. Artikel 14 EVRM. Artikel 1 Twaalfde Protocol bij het EVRM. Artikel 26 IVBPR. Bijstandsuitkering. Niet-verwante ongehuwden die een gezamenlijke samenleving voeren waarbij één van hen een zorgbehoefte heeft. Ongerechtvaardigde ongelijke behandeling ten opzi
Art. 81 lid 1 RO. Adoptieverzoek na intreden meerderjarigheid; minderjarigheidsvereiste, art. 1:228 lid 1 BW.
Belanghebbende klaagt over de toepassing van de vermogensrendementsheffing over de jaren 2015 – 2018. In deze conclusie gaat A-G Niessen in op de gevolgen van het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 voor lopende bezwaren. In het box 3 arrest van 24 december 2021, in de media ook wel aangeme
Schending van artikel 1 EP op regelniveau? individuele excessieve last? Belanghebbende woont in Noorwegen en beschikt onder andere over een woning in Nederland die hij gebruikt als hij in Nederland verblijft. De woning wordt niet verhuurd. In geschil is of de heffing over 4% van de WOZ-waarde van de
Klimaatzaak Urgenda. Mensenrechten. EVRM. VN-Klimaatverdrag. Bevel aan Staat om maatregelen te nemen tegen klimaatverandering. Gevaar klimaatverandering. Beschermingsomvang art. 2 en 8 EVRM; positieve verplichtingen. Effectieve rechtsbescherming art. 13 EVRM. Deelverantwoordelijkheid staten. Art. 3:
artikel 30fe AWR; artikel 28b, lid 1, Invorderingswet 1990 ; EVRM art. 13, 14 en 41; EP art. 1; art. 8:73 Awb Rentevergoeding bij teruggaaf van vermogensrendementsheffing wegens schending van art. 14 EVRM en art 1 EP? Betekenis rechtspraak van het EHRM.
Artikel 8.9, lid 2, laatste volzin, Wet IB 2001. Afbouw algemene heffingskorting voor de minstverdienende partner niet in strijd met artikel 8, 14 EVRM, 1 EP EVRM en 26 IVBPR.
-
onder Wet IB 2001 geen aftrek van kosten van procedures tegen werkgever in verband met arbeidsconflict
Sprongcassatie, verhuurderheffing, discriminatie van volle eigenaren doordat tijdelijk niet geheven kon worden van mede-eigenaren na HR BNB 2018/144? Schending gelijkheidsbeginsel door begunstigend beleid? (On)gelijke gevallen? Rechtvaardiging? Beroep op contra legem werking algemene rechtsbeginsele
Vaststelling dagloon volgens de wettelijke regels, namelijk door het totale loon in het refertejaar te delen door 261 dagen. In het refertejaar was sprake van een periode waarin appellant geen loon had (loonloze periodes). Daardoor viel het dagloon lager uit dan het dagloon voor de WW. De Raad oorde
Vaststelling dagloon volgens de wettelijke regels, namelijk door het totale loon in het refertejaar te delen door 261 dagen. In het refertejaar was sprake van een periode waarin appellant geen loon had (loonloze periodes). Daardoor viel het dagloon lager uit dan het dagloon voor de WW. De Raad oorde
Art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.2 en 5.20 Wet IB 2001; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet); Wet WOZ. Vermogensrendementsheffing ook onder de Herstelwet strijdig met art. 1 EP in combinatie met art. 14 EVRM. Werkelijk rendement. Rechtsherstel. Niet-gerealiseerde vermogenswinsten op onroerende zaken.
Feiten en geschil: De belanghebbende genoot in 2016 en 2017 een AOW-uitkering. Over die jaren had zij een box 1 inkomen ad € 14.444 respectievelijk € 14.754. Zij heeft in 2016 € 1.499 spaarrente genoten en € 262 groene-beleggingenopbrengst. In 2017 ontving zij € 667 rente en € 577 groene-beleggingen
art. 14 EVRM; art. 1 Twaalfde Protocol bij het EVRM; art. 26 IVBPR; art. 14, lid 2, Wet BRV. Tariefsverlaging in de overdrachtsbelasting geldt niet voor grond indien nog geen fundering is gelegd. Geen discriminatie.
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 9 februari 2024 in de zaken met rolnummers: 22/01571 ECLI:NL:PHR:2024:134 22/04676 ECLI:NL:PHR:2024:133 23/01022 ECLI:NL:PHR:2024:136 23/01736 ECLI:NL:PHR:2024:137 en 23/02894 ECLI:NL:PHR:2024:138 inzake rechtsherstel bij schending van art. 1 EP in sa
Mogelijkheid tot instellen van beroep in cassatie door b.p.? Wet bevat geen regeling t.a.v. het instellen van beroep in cassatie door b.p. indien haar vordering door de appelrechter in het strafgeding n-o is verklaard dan wel is afgewezen en noch verdachte noch het OM cassatieberoep heeft ingesteld
Besluit en Wet Rechtsherstel box 3: bieden die het volgens het Kerstarrest HR BNB 2022/27 vereiste rechtsherstel? Geldt voor een aandeel in een VvE-reserve het wettelijke rendement voor banktegoeden (0,12%) of dat voor overige bezittingen (5,38%)? Statistische en systemische beschouwingen Feiten en
Artt. 2, 5 en 8 Leerplichtwet (Lpw). Artt. 8, 9 en 14 EVRM. Art. 2 Eerste Protocol EVRM. Art. 1 Twaalfde Protocol EVRM. Het oordeel van het Hof dat in de onderhavige zaak art. 8 lid 2 Lpw geen ongerechtvaardigde inbreuk maakt op art. 9 en/of 14 EVRM en art. 2 Eerste Protocol EVRM getuigt niet van ee
Crisisheffing 2013 (art. 32bd Wet LB 1964: pseudo-eindheffing hoge beloningen). Strijd met art. 1 Wet LB 1964 en het wettelijke systeem? Discriminatie van werknemers ten opzichte van even veel verdienende niet-werknemers? Terugwerkende kracht in strijd met eigendomsgrondrecht ex art. 1 Protocol I EV
Intrekking en terugvordering AIO-aanvulling. Beschikking over appartement in Turkije. De Svb heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het recht op bijstand in de te beoordelen periode niet kan worden vastgesteld. Geen discriminatoir onderzoek.
Vaststelling dagloon volgens de wettelijke regels, namelijk door het totale loon in het refertejaar te delen door 261 dagen. In het refertejaar was sprake van een periode waarin appellante geen loon had (loonloze periodes). Daardoor viel het dagloon lager uit dan het dagloon voor de WW. De Raad oord
Beroepskosten werknemer onder Wet IB 2001 aftrekbaar als negatief loon? Discriminatie met werknemers die belastingvrije kostenvergoeding ontvangen of met belastingplichtigen die resultaat uit overige werkzaamheden genieten?
Deze conclusie betreft de betekenis van het evenredigheidsbeginsel ‘nieuwe stijl’ voor de toepassing van een begunstigende beleidsregel, namelijk de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. Aanvragen op grond van de regeling worden beoordeeld ‘in de context van het gezin’, hetgeen implic
Beklag, beslag ex art. 98 Sv op stukken in hoofdkantoor van Jehovah’s Getuigen en woningen van ouderlingen van Jehovah’s Getuigen t.z.v. verdenking van seksueel misbruik door (andere) leden van gemeenschap. Beroep op verschoningsrecht voor ouderlingen, art. 218 Sv. 1. Valt aanvullend klaagschrift bi
Beroep op twee-woningenregel in de AOW door een gehuwde. De Svb heeft terecht geweigerd de twee-woningenregel op appellant, die gehuwd is, toe te passen. De weigering om de twee-woningenregel toe te passen is niet in strijd met het nationale recht en leidt niet tot een schending van de discriminatie
Enquêteprocedure; onmiddellijke voorziening. Uitstoting minderheidsaandeelhouders via fusie niet in strijd met art. 2:8, 2:92, 2:92a, 2:201 en 2:201a BW en met art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM en art. 14 EVRM.
Nationaliteitsrecht. Art. 4 lid 4 Rijkswet Nederlanderschap. Eis dat bewijs van biologische afstamming binnen een jaar na erkenning wordt overgelegd. Art. 14 en 8 EVRM. EHRM 11 oktober 2011, 53124/09, EHRC 2012/12 (Genovese/Malta). Art. 6 Europees Nationaliteitsverdrag.
Artt. 5 en 8 Leerplichtwet (Lpw). Artt. 8, 9 en 14 EVRM. Art. 2 Eerste Protocol EVRM. Artt. 10 en 14 Handvest EU. 1. Bepalingen Lpw i.s.m. art. 9 EVRM, art. 2 EP EVRM en artt. 10 en 14 Handvest? 2. Bepalingen Lpw i.s.m. artt. 8 en 14 EVRM? Ad. 1. Het Hof heeft geoordeeld dat art. 8.2 Lpw geen ongere
Gevolgen voor erfgenaamschap en rechten van derden van terugwerkende kracht van de in art. 1:207 lid 5 bedoelde gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.
Art. 5.20, lid 3, Wet IB 2001, art. 17a Uitv.besl. IB 2001. Waarde economisch verkeer van verhuurde bovenwoning waarop huurbescherming van toepassing is. Leegwaarderatio onverbindend als uitkomst in betekenende mate afwijkt van werkelijke waarde op WOZ-waardepeildatum. Verwijzing moet volgen.
Discriminatieverbod. Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. (on)gelijke behandeling van oudedagsvoorzieningen van werknemers resp. ondernemers? Feiten: de belanghebbende heeft bij het staken van zijn onderneming stakingswinst ad € 32.196 gemaakt. Na ondernemingsaftrek en MKB-winstvrijste
Weigering nabestaandenuitkering en een halfwezenuitkering ingevolge de ANW op de grond dat betrokkene niet met de overledene was gehuwd en het overlijden vóór de inwerking-treding van de ANW op 1 juli 1996 heeft plaatsgevonden.
Inkomstenbelasting; artikel 6.30 Wet IB 2001. Leeftijdsbeperking in strijd met Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (Pb. 2000, nr. L 303/16) en/of het algemene beginsel van non-discriminatie?
Art. 26a Wet WOZ; art. 1 Eerste Protocol EVRM. Toepassing van de zogenoemde Fierensmarge, die de mogelijkheid tot betwisting van een bij WOZ-beschikking vastgestelde waarde beperkt, is onverenigbaar met art. 1 Eerste Protocol EVRM.
-
Art. 8.1 en 8.11 Wet IB 2001; art. 33 Wet LB; art. 9.1 en 9.4 URLB 2011; art. 14 EVRM. Schending discriminatieverbod door ongelijke behandeling voor de arbeidskorting van een WGA-uitkering naar gelang de uitkering door het UWV of via de werkgever is betaald?
Inkomstenbelasting. Belastbaar inkomen sparen en beleggen (box 3). Tot de grondslag sparen en beleggen voor het jaar 2018 van belanghebbende behoren spaartegoeden, beleggingen en een tweede woning die niet wordt verhuurd. De aanslag IB/PVV 2018 is in naar aanleiding van het Kerstarrest verminderd. I
IB/PVV. Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Vermogensrendementsheffing 2017 en 2018. Regeling op stelselniveau in strijd met art. 1 EP bij het EVRM en art. 14 EVRM. Rechtsherstel.
Vaste rechtspraak in vergelijkbare zaken betreffende pensioenoverzicht. Verschuiving aanvangsleeftijd niet strijdig met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM en het verbod van discriminatie. Broep op gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Basisgedachte volksverzekering. Geen sprake van overduide
Naamrecht. Geschil tussen vader en moeder van een minderjarig kind over de wijziging van de bij geboorte verkregen geslachtsnaam van de moeder; toepassing van art. 1:5 lid 2 BW, strijd met art. 7 lid 1 IVRK en art. 8 en 14 EVRM?; mogelijkheid wijziging geslachtsnaam bij meerderjarigheid van het kind
25 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R03/139HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoekster 1], in haar hoedanigheid van moeder en als zodanig wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [dochter], wonende te [woonplaats], 2. [Verzoekster 2], wonende te [woonplaats
7 november 2003 Eerste Kamer Nr. R02/037HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1], 2. [eiser 2], beiden wonende op Aruba, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n HET LAND ARUBA, gevestigd op Aruba, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. G. Snijders. 1.
Art. 45 VWEU; art. 31a, lid 2, letter e, Wet LB 1964; art. 10e, lid 2, letter b, ten 2o, Uitvoeringsbesluit LB 1965. Leidt 150-kilometercriterium voor toepassing van de 30%-regeling tot een inbreuk op het vrije werknemersverkeer? De HR stelt prejudiciële vragen.
-
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 31 december 2018 inzake: 18/00690, ECLI:NL:PHR:2018:1438 17/05606, ECLI:NL:PHR:2018:1439 17/05609, ECLI:NL:PHR:2018:1440 17/05610, ECLI:NL:PHR:2018:1441 18/00480, ECLI:NL:PHR:2018:1442
Bezit onroerend goed in het buitenland. Onderzoeksbevoegdheid. Geen sprake van discriminatie. Appellant is eigenaar van zowel woning 2 als de grond waarop deze woning is gebouwd. Appellant heeft de Svb hiervan geen melding gemaakt. Als gevolg van deze schending van de inlichtingenverplichting was he
Loonheffingen. In geschil is of de pseudo-eindheffing hoog loon in strijd is met het wettelijke systeem, met art. 26 IVBPR of met art. 1 EP EVRM.
Art. 3.91, lid 1, letter a, Wet IB 2001. Verbonden persoon. Terbeschikkingstellingsregeling is niet in strijd met art. 26 IVBPR en 14 EVRM.
Is het percentage van belastingrente voor de vennootschapsbelasting bepaald in art. 1(b) Bbi in strijd met het evenredigheidsbeginsel?
Art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.20 Wet IB 2001; art. 18 Wet WOZ; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet). Werkelijk behaald rendement bij aandeel in een VvE en bij onroerende zaken; berekening ongerealiseerde waardeverandering van een woning; invloed van nadere investeringen; waardering eigen gebruik,
Intrekking en terugvordering. Erfenis. Geen ongelijke behandeling met andere Wajongers. Geen strijd met het evenredigheidsbeginsel. Appellante ontving een kleine Wajong-uitkering van ongeveer € 15,- per maand en in aanvulling daarop bijstand. Het college heeft een door appellante ontvangen erfenis a
Art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.2 Wet IB 2001; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet) Vermogensrendementsheffing ook onder de Herstelwet strijdig met art. 1 EP in combinatie met art. 14 EVRM. Werkelijk rendement. Rechtsherstel. Ongerealiseerde waardestijging en kosten van onroerend goed; werkelijk ren
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 29 juni 2022 inzake 20/04379 en 21/00170.
EVRM art. 14; Twaalfde Protocol bij het EVRM art. 1; IVBPR art. 26; Wet BRV art. 14, lid 2; Belastingplan 2012, art. XXXVIII; Grondwet art. 120; Algemene rechtsbeginselen Tariefsverlaging in de overdrachtsbelasting voor woningen. Terugwerkende kracht tot 15 juni 2011 vormt geen discriminatie. Geen t
Aanslagen IB/PVV 2017 en 2018. Box 3-heffing. Schending van artikel 1 EP in samenhang met artikel 14 EVRM, omdat het forfaitair berekende rendement volgens de Wet rechtsherstel box 3 hoger is dan het werkelijk behaalde rendement. Het Hof biedt rechtsherstel door de aanslagen te verminderen, uitgaand
Aanslagen IB/PVV 2017 en 2018. Duurzaam overtollige liquide middelen die in box 3 moeten worden belast. Jaar van correctie duurzaam overtollige liquide middelen. Schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Rechtsherstel box 3. Rentevergoeding wegens in strijd met het EVRM geheven forfa
Inkomstenbelasting. Bij het opleggen van aanslagen IB 2012 tot en met 2017 is de waarde van een polder gerekend tot de grondslag sparen en beleggen. Het hof is van oordeel dat de cultuurgronden die zijn ingericht voor agrarisch gebruik niet vallen onder de vrijstelling voor natuurterreinen, gelet op
Inkomstenbelasting; art. 3.16, lid 4, Wet IB 2001; art. 26 IVBPR; art. 14 EVRM en art. 1 Twaalfde Protocol EVRM; vergoeding van minder dan € 5.000 voor arbeid door de partner van belastingplichtige; gelijkheidsbeginsel.
Artikel 41 Invorderingswet. Verplaatsing bv naar het buitenland. Belanghebbende was bestuurder van de BV. Het is onwaarschijnlijk dat bij een dergelijke ingrijpende gebeurtenis als zetelverplaatsing het bestuur niet betrokken is geweest. De ontvanger heeft aannemelijk gemaakt dat belanghebbende moet
Art. 26 IVBPR, art. 14 EVRM, art. 35b en 35c Successiewet 1956 (tekst 2007). Bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet in strijd met discriminatieverbod, ook niet als het verkregene tot verplicht ondernemingsvermogen van erfgenaam gaat behoren.
A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 13/01622 naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 14 februari 2013, nr. AWB 13/98, ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ2255, NTFR 2013/615. Heden zijn conclusies genomen in de
Kort geding; vordering tot overdracht tenuitvoerlegging gevangenisstraf aan België; Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS), Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen (Vogp). Weigering minister mee te werken aan overdracht onrechtmatig? Terughoudendheid burgerlijke rechte
Successierecht. Art. 24. Tariefgroep III. Ontbreken apart tarief voor neven en nichten is niet in strijd met art. 26 IVBPR, art. 14 EVRM of art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM
7 november 2003 Eerste Kamer Nr. R02/037HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1], 2. [eiser 2], beiden wonende op Aruba, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n HET LAND ARUBA, gevestigd op Aruba, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. G. Snijders. 1.
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 25 oktober 2024 in de zaken met rolnummers 24/00575 ECLI:NL:PHR:2024:1140 en 24/01942 ECLI:NL:PHR:2024:1118 inzake de verenigbaarheid met hoger recht van de Wet herwaardering proces-kostenvergoedingen WOZ en bpm
Overheidsprivaatrecht. Discriminatie. Procesrecht (WAMCA). Levert het niet vergoeden van anticonceptie aan vrouwen indirecte discriminatie van vrouwen op? Ongelijkheid aangetoond? Positieve verplichting om einde te maken aan ongelijkheid? In hoeverre is WAMCA van toepassing in hoger beroep en in cas
Volgens eiser gaat het rechtsherstel box 3, zoals dat door de staatssecretaris is afgekondigd, niet ver genoeg. De rechtbank oordeelt dat voor verder rechtsherstel in dit specifieke geval geen aanleiding is.
Twaalf verhuurders van woningen in de sociale sector (belanghebbenden) stellen voor de jaren 2013, 2014 en 2015 dat de verhuurderheffing in strijd is met art. 1 Eerste Protocol EVRM. Op het niveau van de regelgeving heeft het aan een ‘fair balance’ tussen het met verhuurderheffing beoogde doel en de
In hoger beroep is in geschil of de met ingang van 1 januari 2013 in artikel 32bd van de Wet op de loonbelasting 1964 opgenomen regeling leidt tot een belastingheffing die in strijd is met artikel 1 en het systeem van de Wet; artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM, waarbij het geschil zich t
De vraag is of de vreemdelingenrechtelijke aspecten in de weg staan aan een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Uit de uitspraak in de zaak Rangelov tegen Duitsland van 22 maart 2012, no. 5123/07 valt af te leiden dat onder omstandigheden het anders behandelen van een vr
Ziekenfondsverzekering zelfstandigen. Ongeoorloofd onderscheid in heffingsgrondslag zelfstandigen respectievelijk werknemers? Rechtsherstel door rechter geboden?
Procesrecht. IPR. Collectieve actie o.g.v. art. 3:305a (oud) BW en de WAMCA. Bevoegdheid Nederlandse rechter en rechtbank Amsterdam o.g.v. art. 8 aanhef en onder 1 dan wel art. 7 aanhef en onder 2 Brussel I-bis om kennis te nemen van collectieve vordering (mede) tegen buitenlandse gedaagde. Overgang
VN pensioenuitkeringen. Weigering van een ambtshalve vermindering. Is sprake van nieuwe jurisprudentie? Opeenvolgend overgangsrecht. Deze zaak gaat over nieuwe jurisprudentie. Preciezer geformuleerd draait het erom of de onjuistheid van de aanslagen voortvloeit uit jurisprudentie die eerst is geweze
Aanslagen IB/PVV 2017, 2018 en 2019. Artikel 8:115 Awb; het Hof wijst het verzoek om terugwijzing naar de Rechtbank af. Artikel 5.3 Wet IB 2001; is de overlijdensschade-uitkering terecht tot de rendementsgrondslag gerekend? Artikel 5.2 Wet IB 2001; vermogensrendementsheffing. Er is sprake van schend