Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare). Derogerend
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:397 BW
Genoemd in 51 uitspraken · Officiële wettekst
51 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Agrarische erfpacht. Aanspraak van de erfverpachter met betrekking tot fosfaatrechten? In welke zin moet de regel van aanvullend recht met betrekking tot pacht en fosfaatrechten worden opgevat? Moment van ontstaan respectievelijk van opeisbaarheid van de aanspraak van de erfverpa
Vastlegging reguliere pachtovereenkomst. Kwalificatie na afloop eenmalige pachtovereenkomst.
7:397 lid 1 en 7:321 BW. Pachtontbindingsverklaring met nieuwe geliberaliseerde overeenkomst tot stand gekomen? Het hof oordeelt met de pachtkamer in eerste aanleg dat pachter door het ondertekenen van de pachtontbindingsverklaring heeft ingestemd met een voortzetting van de pach
Art. 7:348 lid 1 BW; Art. 6:248 lid 1 BW. Pachter is tekort geschoten door het melkquotum dat met het verpachte samenhing tussentijds in te brengen in een melkmaatschap waardoor hij niet meer, althans niet bij uitsluiting, over het melkquotum kon beschikken. Ook mocht pachter nie
Art. 81 lid 1 RO. Pachtrecht. Art. 7:322 BW.
Pachter pacht vanaf 1996 ongeveer 5 hectare en vanaf 2001 ongeveer 12 hectare natuurgronden van It Fryske Gea. In een vastleggingsprocedure heeft de pachtkamer een reguliere pachtovereenkomst vastgelegd met ingang van 1 januari 2014. De vraag is of de verschuldigde pachtprijs moe
slecht pachterschap, aanspraken op stikstofrechten bij einde pachtovereenkomst
Verpachter mag zijn stelling dat partijen reguliere pachtovereenkomsten voor de duur van een jaar zijn aangegaan bewijzen.
6:248, 7:311, 7:325 en 7:397 BW Vordering tot verklaring voor recht dat sprake is van een reguliere pachtovereenkomst voor onbepaalde tijd en vastlegging van die overeenkomst, respectievelijk een verklaring voor recht dat geen sprake is van een pachtovereenkomst, subsidiair van e
reservaatspacht, reguliere pacht of geliberaliseerde pacht
Civiel recht. Bodemzaak. Vorderingen in conventie tot verlenen medewerking eigendomsoverdracht van de gronden (primair) dan wel eerbiediging van het voorkeursrecht (subsidiair) afgewezen. In reconventie heft de rechtbank het gelegde conservatoir beslag op en wijst de rechtbank de
Overeenkomst van bruikleen (om niet) van bedrijfsgebouwen en geliberaliseerde pachtovereenkomst met betrekking tot de grond. De pachtkamer komt tot het oordeel dat er geen sprake is van een hoevepachtovereenkomst in de zin van artikel 7:313 BW omdat niet is gebleken van de vereis
Pachtzaak. Pachter heeft het maaiverbod overtreden en hij heeft daarvoor een contractuele boete van € 5.000,00 gekregen. In dit specifieke geval ziet de pachtkamer reden om de door verpachter opgelegde boete te matigen tot nihil, met name gelet op de gang van zaken bij de totstan
De rechtsvoorganger van verpachter is met pachter een geliberaliseerde pachtovereenkomst overeengekomen ingaande 1 maart 2017 en eindigend 31 december 2019. De pachtovereenkomst is op 10 april 2017 ingestuurd en goedgekeurd door de grondkamer. Na afloop van de overeengekomen duur
openbare inschrijvingsprocedure uitgifte landbouwgrond; verschil van inzicht over betekenis begrip pachtprijs per jaar; vordering eisende partij afgewezen omdat pas in bodemprocedure duidelijkheid kan worden verkregen over betekenis van dit begrip
Pacht diverse percelen grote hortensiakwekerij. Is er een einde aan de laatste (geliberaliseerde) pachtovereenkomst gekomen en moet kwekerij veld ruimen? Verschil reguliere pacht en geliberaliseerde pacht. Voorganger gebonden aan herenakkoord of aan langdurige samenwerking voorga
7:317 BW Junior werkte voorheen in het bloembollenbedrijf van zijn vader en heeft zelf een bedrijf in de pioenteelt. Senior heeft junior grond voor de pioenteelt ter beschikking gesteld waarvoor junior heeft betaald. Beiden gebruikten de schuren die bij het land hoorden. De bedoe
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 7:319 lid 1 aanhef en onder b, 7:320 en 3:397 lid 1 BW Glyfosaat IV. Vierjarige geliberaliseerde pachtovereenkomst met glyfosaatverbod (pachter mag alleen met toestemming verpachtster glyfosaat gebruiken) na wijziging goedgekeurd. Het gly
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 7:319 lid 1 aanhef en onder b, 7:320 en 3:397 lid 1 BW Glyfosaat IV. Driejarige geliberaliseerde pachtovereenkomst met glyfosaatverbod (pachter mag alleen met toestemming verpachtster glyfosaat gebruiken) na wijziging goedgekeurd. Oplever
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 7:319 lid 1 aanhef en onder b, 7:320 en 3:397 lid 1 BW Glyfosaat IV. Driejarige geliberaliseerde pachtovereenkomst met glyfosaatverbod (pachter mag alleen met toestemming verpachtster glyfosaat gebruiken) na wijziging goedgekeurd. Oplever
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 7:319 lid 1 aanhef en onder b, 7:320 en 7:397 lid 1 BW Zesjarige geliberaliseerde pachtovereenkomst met glyfosaatverbod (pachter mag alleen met toestemming verpachtster glyfosaat gebruiken) na wijziging goedgekeurd. Oplevering bij einde p
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 7:319 lid 1 aanhef en onder b, 7:320 en 7:397 lid 1 BW Zesjarige geliberaliseerde pachtovereenkomst met glyfosaatverbod (pachter mag alleen met toestemming verpachtster glyfosaat gebruiken) na wijziging goedgekeurd. Oplevering bij einde p
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 7:319 lid 1 aanhef en onder b, 7:320 lid 1 en 7:397 lid 1 BW Glyfosaat III. Tweejarige geliberaliseerde pachtovereenkomst met glyfosaatverbod na wijziging goedgekeurd. In dit geval komt het financiële risico van het ontstaan en de verspre
Appellanten hebben tot voor kort percelen van het hoogheemraadschap in gebruik gehad aan een dijk en een water. Zij stellen dat een reguliere pachtovereenkomst moet worden vastgelegd voor de percelen aan de dijk en dat er een bruikleenovereenkomst is voor die aan het water. Net a