Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:319 lid 1 aanhef en onder b BW, artikel 7:397 lid 1 BW Goedkeuring driejarige geliberaliseerde pachtovereenkomst. Glyfosaatverbod geen buitensporige verplichting als bedoeld in artikel 7:319 lid 1 aanhef en onder b BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:397 BW
Genoemd in 51 uitspraken · Officiële wettekst
51 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Pachtzaak. Vordering tot schriftelijke vastlegging pachtovereenkomst na overlijden verpachter toegewezen. Reconventionele vordering tot betaling pachtprijs nog niet opeisbaar en afgewezen.
In hun vaststellingsovereenkomst hebben partijen pachtovereenkomsten gesloten voor de duur van drie jaar. Pas op de laatste dag en na afloop van die drie jaar wordt goedkeuring gevraagd bij de Grondkamer en gekregen. In geschil is of de pachtovereenkomsten zijn geëindigd of dat z
Art. 81 lid 1 RO. Pachtrecht. Is sprake van een teelpachtovereenkomst (art. 70f Pachtwet (oud)) dan wel van reguliere pacht? Dwingendrechtelijk vereiste van registratie?
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 7:313 lid 2, 7:318, 7:325 en 7:397 BW Geliberaliseerde pacht alleen mogelijk bij los land. Bij verpachting gebouw of hoeve alleen reguliere pacht mogelijk. CG moet uitgaan van niet bestreden oordeel grondkamer dat sprake is van verpachtin
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 7:319 lid 1 aanhef en onder b en 7:397 lid 1 BW Goedkeuring eenjarige geliberaliseerde pachtovereenkomst. Het glyfosaatverbod is gezien de omstandigheden geen buitensporige verplichting als bedoeld in artikel 7:319 lid 1 aanhef en onder b
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 7:319, 7:397 lid 1, 7:399, 7:361 lid 1, 7:377 en 7:398 BW Goedkeuring geliberaliseerde pachtovereenkomst. Beding tot tussentijdse beëindiging via opzegging in geval de bestemming van het gepachte wijzigt en die bestemming in overeenstemmi
Artikel 7:319 BW, artikel 7:397 lid 1 BW, artikel 7:399 BW, artikel 7:361 lid 1 BW, artikel 7:377 BW, artikel 7:398 BW Goedkeuring geliberaliseerde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:397 lid 1 BW. Beding tot tussentijdse beëindiging via opzegging in geval van overlijden v
incident onbevoegdheid op grond van artikel 1019j Rv; verwijzing naar pachtkamer
Vastlegging 7:317 BW Het gaat in deze zaak over de vraag of er tussen [A] enerzijds en [appellant 2] of de maatschap anderzijds een pachtverhouding bestond en of die aangemerkt moet worden als een geliberaliseerde of een reguliere pachtovereenkomst. Het hof oordeelt dat sprake is
Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare). Derogerend
Artikel 7:397, lid 1 jo. 7:319, lid 1 sub f BW De Centrale Grondkamer komt terug op eerdere uitspraken over tussentijds beëindigingsbeding. Bedingen tot tussentijdse beëindiging zijn slechts toelaatbaar indien de beëindigingsgrond voor partijen objectief bepaalbaar is.
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:397, lid 1 jo. 7:319, lid 1 sub f BW De Centrale Grondkamer komt terug op eerdere uitspraken over tussentijds beëindigingsbeding. Bedingen tot tussentijdse beëindiging zijn slechts toelaatbaar indien de beëindigingsgrond voor partijen obj
Artikel 7:397, lid 1 jo. 7:319, lid 1 sub f BW De Centrale Grondkamer komt terug op eerdere uitspraken over tussentijds beëindigingsbeding. Bedingen tot tussentijdse beëindiging zijn slechts toelaatbaar indien de beëindigingsgrond voor partijen objectief bepaalbaar is.
Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Schadeloosstelling na onteigening ten behoeve van omlegging Rijksweg A9 en reconstructie knooppunt Badhoevedorp. Samenhang met 16/03032, 16/03063, 16/03077, 16/03078 en 16/03079, en met 16/03065 (HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3107).
Appellant heeft in 2008 zijn percelen los land verkocht aan geïntimeerde, een ontwikkelaar, om te dienen als ruilgrond. Partijen zijn een pachtovereenkomst voor één jaar overeengekomen die na een procedure voor de pachtkamer in hoger beroep en de centrale grondkamer is aangemerkt
Vervroegde onteigening in verband met omlegging A9 Badhoevedorp. Het verweer dat de Staat geen serieuze verwervingspogingen heeft ondernomen omdat hij in de onderhandelingen voor alle te verwerven gronden heeft ingezet op eenzelfde grondwaarde van € 25,- per m2, wordt verworpen.
Vervroegde onteigening in verband met omlegging A9 Badhoevedorp. Het verweer dat de Staat geen serieuze verwervingspogingen heeft ondernomen omdat hij in de onderhandelingen voor alle te verwerven gronden heeft ingezet op eenzelfde grondwaarde van € 25,- per m2, wordt verworpen.
De Centrale Grondkamer is ook van oordeel dat de door verpachters als alternatief voorgestelde versie van artikel 4 van de pachtovereenkomst niet ongewijzigd kan worden goedgekeurd. Naar het oordeel van de Centrale Grondkamer had de grondkamer, alvorens over te gaan tot schrappin
3:33, 3:35, 7:311 en 7:397 BW. Kort geding in pachtzaak. Mondelinge bereidheid van verpachter om de gronden nogmaals één jaar aan pachter te verpachten, mocht pachter in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet opvatten als een aanbod tot het aangaan van (wederom) een reguli
nakoming overeenkomst; en rechtmatige daad.
3:44 en 6:228 BW Beëindiging van reguliere pachtovereenkomst. Partijen sluiten vervolgens eenmalige respectievelijk geliberaliseerde pachtovereenkomsten. Pachter beroept zich in deze procedure vergeefs op de dwaling en misbruik van omstandigheden wat betreft de beëindiging van re
Gebod tot toegang verlenen tot landbouwgrond. Pachtovereenkomst. Partijen verschillen van mening over de duur van de pachtovereenkom
Overgangsrecht pachtovereenkomsten op de voet van artikel 70f lid 5 Pw; uitleg afspraken partijen. Het hof heeft arrest gewezen en zeven zaken van pachters tegen de verpachter AVEBE. In alle zaken speelden dezelfde (rechts)vragen. Pachters zijn zowel pachter van AVEBE als lid van
Schadeloosstelling. Onteigening Eendragtspolder ten behoeve van waterberging. Geen dwangbestemming. Geen complex. Bijkomende schade (waardevermindering overblijvende). Geen vergoeding voor pachter.