Huur. Verzoek ontruimingsbescherming (art 7:230a BW). Hoofdhuur volgens huurovereenkomst bedrijfsruimte in de zin van art 7:230a BW en kamergewijze onderverhuur aan studenten. Hoofdhuurder heeft de huurovereenkomst opgezegd, maar de huurovereenkomst blijft van kracht. Ook op hoof
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:272 BW
Genoemd in 329 uitspraken · Officiële wettekst
329 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Mondelinge uitspraak in kort geding. Vordering ontruiming afgewezen. Geen opzegging of aanzegging tijdelijke huurovereenkomst.
Dringend eigen gebruik woning. De kantonrechter stelt een datum vast dat de huurovereenkomst tussen partijen eindigt, met een ontruimingstermijn van zes maanden. Het belang verhuurder weegt in de gegeven omstandigheden zwaarder dan het belang van huurders. Ook is voldoende aannem
Huurrecht. Huur van woonruimte. Verhuurder vordert beëindiging van de huurovereenkomst vanwege dringend eigen gebruik. Verhuurder wil het pand namelijk slopen vanwege de gebrekkige bouwkundige staat van het pand. Plan van de verhuurder is niet ingegeven door overwegend financiële
Kort geding, vordering tot ontruiming huurwoning afgewezen, geen zwaarwegend belang bij onmiddellijke ontruiming voortuitlopend op beslissing in het hoger beroep tegen het niet uitvoerbaar bij voorraad verlaarde vonnis waarin de huurovereenkomst is beëindigd en de ontruiming is b
Deze zaak draait om de vraag of de door verhuurder aan huurders verzonden opzegging met zich brengt dat de huurovereenkomst tussen partijen tot een einde komt wegens dringend eigen gebruik. De kantonrechter is van oordeel dat dat het geval is.
Mondeling vonnis kort geding - ontruiming jongerenwoning toegewezen omdat huurder 5+2 jaar in het gehuurde heeft gewoond en er op grond van de wet geen mogelijkheden tot verlenging meer zijn - motivering uitvoerbaar bij voorraad
Huurrecht woontruimte. Vordering tot beeindiging huurovereenkomst. Artikel 7:274 lid 1 onder a BW, huurder heeft zich niet gedragen zoals een goed huurder betaamt. Vordering toegewezen. Datum einde huurovereenkomst vastgesteld. Vonnis, met uitzondering proceskostenveroordeling, n
Huurzaak. Verhuurders eisen ontbinding van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik, met veroordeling van huurder tot ontruiming van de door haar gehuurde woning. Huurder eist samengevat het ongestoorde en onbelemmerde gebruik van (buitenruimten bij) het gehuurde door h
Dringend eigen gebruik woning. De kantonrechter stelt een datum vast dat de huurovereenkomst eindigt, nu verhuurder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de woning zelf nodig heeft om te wonen met zijn minderjarige dochter. Belang terugkeer verhuurder weegt zwaarder dan het
De huurovereenkomst van een woning eindigt per 17 juni 2026 vanwege een succesvol beroep van de verhuurders op dringend eigen gebruik
Huur. Dringend eigen gebruik.
Art. 7:274 lid 1 sub c BW. Dringend eigen gebruik woning. Eigenaar van woning vordert dat het tijdstip waarop de huurovereenkomst met zijn huurder eindigt wordt vastgesteld. Belangenafweging valt uit ten gunste van huurder. De vordering wordt afgewezen.
Hospitaverhuur: in kort geding wordt de vordering tot ontruiming van de woning afgewezen.
Huur van woonruimte. Dood van de huurder. Positie van huisgenoot die voortzetting van de huur vordert. Staat de regel van art. 7:268 lid 2 BW dat de huurovereenkomst in elk geval voortduurt totdat op de vordering van de huisgenoot tot voortzetting van de huur is beslist, steeds i
Ontbinding huurovereenkomst vanwege niet hebben van hoofdverblijf in het gehuurde. Opzegging huurovereenkomst sociale huurwoning vanwege dringend eigen gebruik door verhuurder omdat huurder drie koopwoningen heeft. Belangenafweging. Gebruik AI-tool voor opstellen processtuk? Onju
Kort geding. Vordering tot ontruiming huurwoning op grond van dringend eigen gebruik afgewezen.
Gedaagde huurt vanaf 21 juli 2025 een woning van eiser. Eiser heeft de huurovereenkomst op 20 augustus 2025 opgezegd vanwege dringend eigen gebruik, omdat hij de woning zelf nodig heeft vanwege zijn echtscheiding. Gedaagde heeft niet ingestemd met de huuropzegging en woont nog me
Huurrecht woonruimte (art 7:268 lid 2 BW). Zoon woonde samen met zijn moeder in haar huurwoning en vordert na haar overlijden voortzetting van de huur op grond van een met zijn moeder gevoerde duurzame gemeenschappelijke huishouding. De kantonrechter heeft de vordering toegeweze
Huur bedrijfsruimte. De vorderingen tot betaling van de geindexeerde huurprijs en de servicekosten worden toegewezen. Hoewel sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de betalingsverplichtingen uit de huurovereenkomst, rechtvaardigt deze tekortkoming gelet op haar bijzond
De vraag die voorligt, is of de huurovereenkomst tussen partijen moet worden beëindigd op grond van dringend eigen gebruik door de verhuurders. De kantonrechter oordeelt dat de verhuurders onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij de woning dringend nodig hebben voor eigen g
Huur van woonruimte. Onderhuur. Hoofdhuurder dient te woning te verlaten, omdat zij de huurovereenkomst met de onderhuurder niet heeft opgezegd en onvoldoende onderbouwd heeft dat zij een kamer aanhield.
Bijzondere overeenkomst; huurrecht; woonruimte ontbinding/ontruiming
Huur woonruimte. Beëindiging wegens dringend eigen gebruik afgewezen.
Dringend eigen gebruik woonruimte