Ongeoorloofde verhuur aan toeristen, huurachterstand, ontbinding en ontruiming.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:271 BW
Genoemd in 456 uitspraken · Officiële wettekst
456 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Mondelinge uitspraak in kort geding. Vordering ontruiming afgewezen. Geen opzegging of aanzegging tijdelijke huurovereenkomst.
Kort geding, kamerhuur, besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst, geen huurovereenkomst bepaalde tijd, geen ontruiming.
Vaststellingsovereenkomst inzake einde huur heeft tot gevolg dat de huur werd voortgezet en dat de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd is verlengd. Ontbinding en ontruiming afgewezen. Afwijzing contractuele boetes i.v.m. oneerlijke boetebedingen.
Deze uitspraak is niet samengevat voor publicatie.
Huur. Geschil over o.a. oplevering woningen na einde huur. Geen beschrijving van het gehuurde opgemaakt bij aanvang huur. Wettelijk vermoeden van artikel 7:224 lid 2 tweede volzin BW. Verhuurder onvoldoende onderbouwd dat bij het einde van de huur sprake was van schade die bij aa
Opzegging door contractueel medehuurder na relatiebreuk. Verhuurder wel bekend met opzegging maar wacht op formulier. Hoofdelijke aansprakelijk voor ontstane huurachterstand.
Huurrecht woontruimte. Vordering tot beeindiging huurovereenkomst. Artikel 7:274 lid 1 onder a BW, huurder heeft zich niet gedragen zoals een goed huurder betaamt. Vordering toegewezen. Datum einde huurovereenkomst vastgesteld. Vonnis, met uitzondering proceskostenveroordeling, n
Ontruiming van een woning waarvoor een Leegstandsvergunning was verleend, na opzegging huurovereenkomst in verband met hoarderproblematiek.
Huur woonruimte. Huurder is er niet in geslaagd tegenbewijs te leveren tegen veronderstelling dat tijdelijke huurovereenkomst voor één jaar is aangegaan (en niet voor twee jaar). Daarom is verzoek bij Huurcommissie om de aanvangshuurprijs te toetsen te laat gedaan. Ook geen split
Huur woonruimte. Er is een huurovereenkomst tot stand gekomen, die tussentijds mocht worden opgezegd door de huurder. Geen immateriële schadevergoeding verhuurder.
Huur. Aanzegging, geen dwaling. Ontbinding.
huurder is aansprakelijk voor schade door onderhuurder. illegale prostitutie
huurprijsverhoging niet aangezegd, indexeringsbeding, verjaring 7:251 lid 1 BW, tussenvonnis
Kort geding. Vordering tot ontruiming ogv dringend eigen gebruik en/of betalingsachterstand. Vordering afgewezen.
Kort geding. Vordering tot ontruiming van gehuurde woning en betaling van huur. Veroordeling bij verstek.
Afwikkeling na beëindigen tijdelijke huurovereenkomst. In de beslissing moet rekening gehouden worden met de overeenkomst die partijen na dagvaarding hebben gesloten en waarin afspraken zijn gemaakt over de tenuitvoerlegging van het te wijzen vonnis.
Verhuurder heeft huur opgezegd wegens dringend eigen gebruik (renovatie). Na vertrek vordert huurder schadevergoeding omdat renovatie nooit heeft plaatsgevonden. Schadevergoeding toewijsbaar (artikel 7:276 lid 1 BW). Schade moet nader worden onderbouwd.
Executiegeschil. Eisers eisen in deze procedure dat de kantonrechter gedaagde verbiedt om over te gaan tot ontruiming van de woning op basis van het proces-verbaal. Beroep op dwaling slaagt niet. Het proces-verbaal biedt gedaagde bevoegdheid tot ontruiming. Ontruiming levert misb
Kort geding. Huurovereenkomst voor bepaalde tijd is geëindigd. Gevorderde ontruiming van de woning en betalingsachterstand toegewezen. Contractuele boete gematigd.
Huurrecht: in conventie geschil over einddatum huurovereenkomst, de hoogte van de verschuldigde huurachterstand en over het al dan niet correct opleveren van het gehuurde bij einde huur en de daarmee samenhangende vordering van herstel- en reparatiekosten. Kantonrechter acht het
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst tussen partijen na 1 mei 2017 voor onbepaalde tijd is gaan lopen, dat de huurprijs inclusief energielasten zoals opgenomen in de huurovereenkomst van 1 mei 2017 als uitgangspunt heeft te gelden voor de huur vanaf 1 mei 2017 en dat
Vordering tot ontruiming van perceel wordt afgewezen. Perceel is een ligplaats zoals gedefinieerd in artikel 7:236a BW, zodat huurder dezelfde huurbescherming heeft als de huurder van een andere categorie woonruimte.
Gedaagde huurt vanaf 21 juli 2025 een woning van eiser. Eiser heeft de huurovereenkomst op 20 augustus 2025 opgezegd vanwege dringend eigen gebruik, omdat hij de woning zelf nodig heeft vanwege zijn echtscheiding. Gedaagde heeft niet ingestemd met de huuropzegging en woont nog me
Kort geding. Huur woonruimte. Einde van de huurovereenkomst voor bepaalde tijd is tijdig aangezegd op grond van artikel 7:271 lid 1 BW (oud). Ontruiming toegewezen.