Huurecht woonruimte; procesrecht. Voorzetting huur door samenwoner (kleinzoon) ex art. 7:268 lid 2 BW na overlijden huurder (grootvader); toets gemeenschappelijke huishouding en duurzaamheid. Belang in cassatie.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:267 BW
Genoemd in 349 uitspraken · Officiële wettekst
349 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Huurder overlijdt op 96-jarige leeftijd. De (60 jaar oud zijnde) zoon van de huurder heeft bijna 50 jaar bij zijn vader in de woning gewoond. De zoon heeft niet binnen de in artikel 7:268 lid 2 BW genoemde termijn van zes maanden een vordering ingesteld om de huur te mogen voortz
Recht op de woning in de zin van art. 8 EVRM. Illegale bewoning. Ontruiming. Onderzoek 'in detail' door de rechter van de relevante argumenten betreffende de evenredigheid van de inmenging; 'afdoende motivering' van de beslissing.
huurovereenkomst woonruimte; verzoek tot medehuurderschap op de voet van art. 7:267 BW.
Huurzaak. Burgemeestersluiting o.g.v. Ow. Buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst door verhuurder heeft dat effect gesorteerd. Toewijzing ontruiming en schadevergoeding.
Vordering tot medehuurderschap op grond van art 7:267 lid 1 BW. Zoon voert duurzame en gemeenschappelijke huishouding met zijn moeder. Terugkeerder, wederzijdse zorg, voldoende financiële waarborg.
Woninghuurovereenkomst. Appellant moet meewerken aan aanvraag medehuurderschap geïntimeerde, gelet op de redelijkheid die de partijen – voormalige echtgenoten/partners met vier kinderen van 1 tot 16 jaar oud – ook na het einde van hun samenwoning tegenover elkaar hebben te betrac
kort geding; artikel 7:267 BW: veroordeling om medewerking te verlenen aan indiening verzoek medehuurderschap; voorlopig uitsluitend gebruik woning.
Kort geding: Vordering tot ontruiming van dienstwoning. Tijdelijke verhuur in kader van Leegstandswet. Vooralsnog niet gebleken van reguliere huurovereenkomst. Huurder wist dat overeenkomst zou eindigen. Vordering tot ontruiming toegewezen.
contractuele medehuur; beëindiging samenwoning; vordering einde huurovereenkomst en ontruiming; analoge toepassing art. 7:267 lid 7 BW; afweging belangen.
Huur. Vertrek uit woning. Hoofdelijke aansprakelijkheid huurder voor periode daarna.
Vrouw vordert in kort geding haar ex-vriend te veroordelen tot ontruiming van de huurwoning. Beiden zijn contractueel huurder van de woning. Analoge toepassing van art. 7:267 lid 7 BW.
Contractuele medehuur: contractuele medehuurders vorderen over en weer dat de ander de huurovereenkomst niet voortzet; analoge toepassing van art. 7:267 lid 7 BW; belangenafweging.
Vordering tot ontruiming medehuurder. Belang minderjarige kinderen. (Analoge) toepassing van de afweging ex artikel 7:267 lid 7 BW.
kort geding; affectieve relatie; huurwoning; voorlopig gebruik; huurrecht; medehuurderschap
Kort geding. Geschil tussen huurders ex artikel 7:267 lid 7 BW. Man dient voorlopig woning te verlaten zodat vrouw en kind weer terug kunnen keren.
Huur; ontbinding?; voortzetting huur op grond van 7:268 lid 2 BW; verzoek niet binnen zes maanden
Huur woonruimte. Vordering om voormalige partner van de hoofdhuurster aan te merken als medehuurster (art. 7:267 BW). Niet is voldaan aan het vereiste van een gemeenschappelijke huishouding ten tijde van het desbetreffendeverzoek aan de verhuurster.
Art. 81 lid 1 RO. Huur woonruimte. Voortzetting huurovereenkomst door meerderjarige zoon van overleden huurder; duurzame gemeenschappelijke huishouding, art. 7:268 lid 2 BW.
Huur woonruimte. Verzoek om medehuurderschap; duurzame gemeenschappelijke huishouding als bedoeld in art. 7:628 lid 2 BW, eis van bijzondere lotsverbondenheid.
Geen sprake van onderhuur danwel medehuur, zodat gedaagde zonder recht of titel in de woning verblijft.
8 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/163HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. D. Stoutjesdijk, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. P.C.M. van
Verzet slaagt, verstekvonnis wordt vernietigd, de oorspronkelijke vordering wordt alsnog afgewezen. De kantonrechter oordeelt dat de zoon geen medehuurder wordt van zijn vaders woning, omdat medehuurderschap niet nodig is voor praktische zaken (een volmacht volstaat) en het verzo
Beeindiging relatie. Huurrecht van de woning aan de man toegewezen i.v.m. psychische- en verslavingsproblematiek. Vrouw verblijft met drie minderjarige kinderen bij haar moeder.
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak in kort geding. Medehuurderschap, uitsluitend gebruik van de woning en voorlopige birdnesting-regeling