Huur van woonruimte. Huurovereenkomst vermeldt expliciet dat alleen gebruik als woonruimte is toegestaan. Vordering tot ontbinding en ontruiming vanwege gebruik als bedrijfsruimte toegewezen. Uit de vaststaande feiten en de in het geding gebrachte producties is genoegzaam gebleke
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:262 BW
Genoemd in 574 uitspraken · Officiële wettekst
574 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 21 · live
Vordering ex artikel 7:262 BW na beslissing van huurcommissie omtrent omvang kosten nutsvoorzieningen. Van rapporteur afwijkend oordeel van huurcommissie over gasverbruik niet inzichtelijk, gelet op omvang en ouderdom van woning. Mede gelet op gebrek aan andersluidende informatie
Huur woonruimte. Verhuurder/appellant heeft onvoldoende onderbouwd dat beëindigingsovereenkomst nadien is vervangen door een andere overeenkomst.
Huurrecht. Regentenkamer onroerende aanhorigheid van gehuurde woning?
ontbinding huurovereenkomst; zonder toestemming verhuurder verwijderen stuclaag
Huurzaak. De kantonrechter stelt de servicekosten voor een gehuurde woonruimte vast.
Huurzaak: Gebrek als gevolg van onvoldoende mogelijkheden tot warmteregulatie?
Passeren bewijsaanbod en “verrassingsbeslissing”; geen grond voor doorbreking rechtsmiddelenverbod.
Huurprijs woonruimte, woningwaarderingsstelsel,l.dwingend karakter huurprijswetgeving, geen hoger beroep beslissing kantonrechter ex art 7:262, lid 1 BW. Geen 'doorbrekingsgronden'.
Huurzaak: Gebrek als gevolg van onvoldoende mogelijkheden tot warmteregulatie?
Afwijzing verzoek om prejudiciële beslissing te vragen aan HR. Rechtsmiddel niet aangewend. Volgens vaste rechtspraak EHRM en HR voldoet stelsel van huur(prijs)bescherming aan door EHRM en HR bepaalde maatstaven
Huurrecht. Artikel 7:262 BW. De constructie van de fictieve wilsovereenstemming 'herleeft' als niet langer wordt verzocht een beslissing te geven over het punt waarover ook de huurcommissie om een uitspraak is verzocht.
Huur van woonruimte. Hoger beroep aan beslissing van de huurcommissie als bedoeld in art. 7:262. Geen doorberekeningsgrond van het rechtsmiddelenverbod.
Kort geding. Bestaan van huurovereenkomst. Ontruimingsvordering in conventie wegens tekortkoming in de nakoming van huurdersverplichtingen afgewezen: verstoorde verhouding tussen partijen rechtvaardigt niet het oordeel dat van verhuurder niet langer gevergd kan worden dat hij de
Huur van woonruimte. Huurcommissie stelt op verzoek van huurder huurprijs vast, waarna verhuurder geen beslissing van de rechter heeft gevraagd, als bedoeld in art. 7:262 lid 1 BW. Verhuurder stelt nadien met huurder een hogere huurprijs te zijn overeengekomen. Deze gestelde over
Ontbinding huurovereenkomst woonruimte. Huurder heeft zich niet gedragen zoals een goed huurder betaamt door, toen verhuurder in verband met de uitvoering van werkzaamheden door een loodgieter en een timmerman in het gehuurde aanwezig was, met een honkbalknuppel dreigende bewegin
Huur woonruimte. Vordering op grond van art. 7:262 BW. Huurder is ten onrechte in die vordering ontvangen, want heeft de termijn van acht weken overschreden door (na een als een als verzoekschrift aangemerkte brief binnen de termijn) een zelfstandige/nieuwe procedure te beginnen.
Appelverbod. Doorbrekingsgrond? Kantonrechter achtte onverkorte toepassing van artikel 7:258 BW gezien de omstandigheden van het geval en gelet op haar - in het bestreden vonnis weergegeven - interpretatie van dat artikel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaard
huurprijsvermindering?
Huurcommissie, voorschotbedrag servicekosten, Besluit servicekosten, 7:237 lid 3 BW, roerend, i.c. geen bestanddeel, niet duurzaam met woning verenigd, naar aard en inrichting niet bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven, bedoeling naar buiten kenbaar
Huurovereenkomst op basis van de leegstandwet opgezegd wegens wanbetaling door de huurder.
Huurder huurt woonruimte in een door de verhuurder in 1998/1999 tot woonruimte verbouwde bedrijfspand. In de gevel is veel glas aanwezig. Volgens huurder is er bij zonnige temperaturen overwarmte in het gehuurde. Dit is volgens de huurder een gebrek dat huurprijsverlaging rechtva
Tussenarrest. Zie ECLI.NL.GHAMS:2015:189 en ECLI:NL:GHAMS:2016:1535.
Huurder heeft huurcommissie verzocht vast te stellen dat partijen een all-in-huurprijs overeengekomen zijn. De huurcommissie is van oordeel dat partijen een all-in-huurprijs overeengekomen zijn, en spreekt als huurprijs uit 55% van de maximale huurprijsgrens en stelt het voorscho
Huur woonruimte; verhuur kamer aan student; geen huurovereenkomst naar aard van korte duur (7:232 lid 2 BW); restrictieve toepassing; terughoudendheid temeer geboden, gelet op mogelijkheid die artikel 7:274 lid 4 BW biedt tot beëindiging verhuur aan student na afloop van studie.z