opheffing retentierecht en beslag
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:55 BW
Genoemd in 22 uitspraken · Officiële wettekst
22 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Het gaat hier om meerdere koopovereenkomsten met betrekking tot de koop en levering van (elektrische) fietsen. Eiseres vordert (af)levering van de door haar gekochte fietsen en gedaagde doet een beroep op een opschortings-/retentierecht. De fietsen zij door eiseres besteld bij ge
Kort geding. Primaire vordering tot teruglevering appartementsrecht en subsidiaire vordering tot afbouwen appartement. Afwijzing. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de koop- en aannemingsovereenkomst (buitengerechtelijk) is ontbonden, omdat eiseres in schuldeisersv
Gedaagde dient de verplichtingen uit de opdrachtovereenkomst na te komen. Voor een vordering tot nakoming is geen ingebrekestelling of verzuim vereist. Ook een beroep op opschorting gaat niet op. De overige vorderingen worden afgewezen, omdat gedaagde geen partij is bij de daaraa
Kort geding. De vorige beheerder van de VvE moet de administratie van de VvE aan de VvE verstrekken, onder de voorwaarde dat de VvE zekerheid stelt.
Overeenkomst van onderaanneming. Hoofdaannemer vordert schadevergoeding van onderaannemer wegens tekortkomingen in het werk, waaronder vertraging. Onderaannemer beroept zich terecht op opschorting en schuldeisersverzuim. Opschortingsbevoegdheid niet vervallen door zekerheidstelli
Uitleg logistieke dienstverleningsovereenkomst (Haviltex) en proportionaliteit opschorting dienstverleningswerkzaamheden (6:262 BW). De rechtbank beantwoordt onder meer de vraag op wie stelplicht/bewijslast rust bij beroep op onverschuldigde betaling (6:203 BW) van facturen die o
Overdracht kinderopvangorganisatie. Koper stelt dat sprake is van meerdere inbreuken op door verkoper gegeven garanties en maakt aanspraak op schadevergoeding. Tussenvonnis met bindende eindbeslissingen op meerdere punten.
1. Opschortingsrecht in verband met risico inlenersaansprakelijkheid. 2. Contractueel rekruteringsverbod inlener, na beëindiging detachering: nietig o.g.v. artikel 9a Waadi.
Aanneming van werk. Grote vertraging in oplevering nieuwbouwcomplex. Partijen zijn een vertragingsboete overeengekomen van € 2.500 per dag, tot maximaal 5% van de prijs. Dit boetebeding is een gefixeerde schadevergoeding, en geen zuiver boetebeding (uitleg boetebeding). Wel kent
Inlenen van Poolse arbeidskrachten. Opschorting. Zekerheid stellen. Inlener vreest verhaal op hem in verband met door uitlener niet afgedragen loonheffing en gestelde onderbetaling door de uitlener. Om die reden is betaling van de facturen van de uitlener opgeschort. Inlener heef
Vordering tot afgifte van fietsen jegens de curator toegewezen. Anders dan de curator stelt heeft hij de fietsen niet in de boedel aangetroffen maar heeft hij de fietsen, hangende de procedure tussen eiseres en gedaagde sub 1 waarin afgifte van de fietsen is gevorderd, actief opg
Beslag op schip Vervangende zekerheid
Hulpverlening. Artikelen 1, 12 en 13 van het Hulpverleningsverdrag. In geschil is of de van de sleepboot ‘Pacific Hickory’ losgeraakte set pontons in gevaar verkeerde, alsmede of de sleepboot ‘Sea Bronco’ met gunstig gevolg hulp heeft verleend. Vaststelling hulploon.
Terecht inroepen van het retentierecht tegen derde als bedoeld in artikel 3:291 lid 2 BW na faillissement werkgever. Vordering tot afgifte van de derde (leasemaatschappij) afgewezen.
Onderaannemer heeft geen retentierecht blijkens contract. Vordering ook toegewezen jegens opdrachtgever.
Beroep op retentierecht. Eigenrichting. Niet aannemelijk dat eigenrichting tot schade heeft geleden, omdat vordering waarop retentierecht wordt gebaseerd niet aannemelijk is.
Het bieden van zekerheid door een bedrag te storten op de derdenrekening van de eigen advocaat zonder daarbij een derdenbeding op te nemen is onvoldoende om de bevoegdheid van de wederpoartij om zich te beroepen op een retentierecht te doen vervallen.
Met betrekking tot het beroep op het opschortingsrecht overweegt het hof als volgt. Uit de stellingen van [appellant] in eerste aanleg blijkt dat er volgens hem in oktober 1999, december 1999 en juli 2000 (gevolg)schade is ontstaan, naar het hof begrijpt als gevolg van wateroverl
-
-
-