Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:10171
2026-08-05
Civiel recht
C/10/721842 / KG ZA 26-624
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Kort geding. Primaire vordering tot teruglevering appartementsrecht en subsidiaire vordering tot afbouwen appartement. Afwijzing. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de koop- en aannemingsovereenkomst (buitengerechtelijk) is ontbonden, omdat eiseres in schuldeisersverzuim verkeert. Beroep op onaanvaardbaarheid overeengekomen opschortingsverbod slaagt niet. Op dit alles stuit ook vordering tot afbouwen appartement af.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (31.152 tekens)
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/721842 / KG ZA 26-624
Vonnis in kort geding van 5 augustus 2026
in de zaak van
HANDEL- EN EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ RUYGROK B.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
eisende partij,
advocaten: mr. A.G.A. van Rappard en mr. S.A. van Doren,
tegen
1THE POST-BOUW JV,
gevestigd te Dordrecht,2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
BESIX S.A.,
gevestigd te Brussel, België
advocaten mr. B. Steeghs en mr. L. Flipse3. de rechtspersoon naar buitenlands recht
RIZZANI DE ECCHER S.P.A.,
gevestigd te Udine, Italië,
niet verschenen,4. YAEL RESIDENTIAL B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
advocaten: mr. P.M. van der Lee en mr. C.D. Nelemans,
gedaagde partijen.
Partijen worden hierna genoemd Ruygrok, Post-Bouw, Besix, Rizzani en Yael.
1De zaak in het kort
1.1.
Ruygrok heeft een appartement in een nieuwbouwproject gekocht. Zij heeft een koopovereenkomst met Yael gesloten en een aannemingsovereenkomst met Post-Bouw. Ruygrok wil deze overeenkomsten ontbinden omdat Post-Bouw de woning volgens Ruygrok te laat en mogelijk helemaal niet zal opleveren. Ruygrok vordert daarom onder meer dat Yael moet meewerken aan teruglevering van het appartement en dat Post-Bouw de betaalde aanneemsom moet terugbetalen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen van 10 juli 2026 met producties 1 tot en met 20;
- de conclusie van antwoord van Post-Bouw en Besix met producties 1 tot en met 7;- de mondelinge behandeling van 22 juli 2026;- de spreekaantekeningen van Ruygrok;- de pleitnota van Post-Bouw
- de spreekaantekeningen van Yael
2.2.
De rechtbank te Triëst, Italië heeft bij beslissing van 9 juni 2026 een moratorium bevolen ten aanzien van Rizzani, zodat Rizzani schuldeisersbescherming heeft gekregen. Ruygrok heeft daarom ter zitting de tegen Rizzani ingestelde vorderingen ingetrokken.
3De feiten
3.1.
Ruygrok heeft op 21 maart 2021 een koopovereenkomst gesloten met Yael en een aannemingsovereenkomst met Post-Bouw over een nieuwbouwappartement (hierna: het appartement) in het project The Post (hierna: het project). Het project betreft de enerzijds de bouw van een nieuwbouw woontoren (hierna: de woontoren) en anderzijds de renovatie van een monumentaal postkantoor (hierna: de oudbouw). De woontoren en de oudbouw worden/zijn gedurende de inmiddels aangevangen bouw bouwkundig met elkaar verbonden. De woontoren wordt gerealiseerd door Post-Bouw en de oudbouw door een andere aannemer.
3.2.
In de aannemingsovereenkomst staat:
“Termijnen en betalingsregeling
Artikel 4
1.
De termijnen van de aanneemsom zijn de volgende
1. Start bouw
5%
2. Damwand aangebracht
2%
3. Heiwerk gereed
3%
4. Vloer op zand gestort
2%
5. De ruwe begane grondvloer is aangebracht
2%
6. De ruwe vloer privégedeelte gereed
22%
7. Binnenspouwbladen privégedeelte gereed
12%
8 Buitengevel privégedeelte gereed
30%
9. dak gebouw waterdicht
4%
10. Stuc-/spuit-/tegelwerk gereed
13%
11. Bij oplevering
5%
Totaal:
100%
2. Behoudens het geval waarin de Verkrijger recht op uitstel van betaling heeft zoals bedoeld in lid 5 van dit artikel, worden de in lid 1 van dit artikel bedoelde termijnen steeds opeisbaar veertien (14) dagen na de dagtekening van een door of vanwege de Ondernemer gedaan betalingsverzoek. Een betalingsverzoek geeft aan op grond van welk feit de Ondernemer recht heeft op betaling, welke termijn het betreft en dat de betaling uiterlijk veertien (14) dagen na de dagtekening door de Ondernemer ontvangen dient te zijn. (…)
Bouwtijd en start werkbare werkdagen
Artikel 5
1. De start bouw is de start van de sloop van de thans aanwezige opstallen. De Ondernemer verbindt zich het privé-gedeelte binnen 991 werkbare werkdagen na de start bouw geheel voor bewoning gereed aan de Verkrijger op te leveren in de zin van artikel 11 lid 4 der Algemene Voorwaarden. Gezien de betreffende karakteristiek van het Gebouw (een hoogbouw toren) en de ervaringen van de Ondernemer met dergelijke werken, schat de Ondernemer in dat hij per jaar aanzienlijk meer feitelijke werkbare werkdagen heeft dan de vuistregel van 180-185 werkbare werkdagen, namelijk een indicatieve inschatting van 253 werkbare werkdagen per jaar. Dat brengt de indicatieve inschatting van de bouwtijd op 47 maanden. (…)
Koppeling met koopovereenkomst
Artikel 14
Deze aannemingsovereenkomst vormt tezamen met de tussen de Verkrijger en de Verkoper gesloten c.q. te sluiten koopovereenkomst een onverbrekelijk geheel. Bij ontbinding dan wel het niet tot stand komen op grond van eventuele opschortende voorwaarden van de ene overeenkomst is de andere overeenkomst eveneens automatisch ontbonden dan wel niet tot stand gekomen. Overigens ongeacht welke partij de ontbinding inroept van welke overeenkomst.
Betalingen
Artikel 31
(…)
2. Alle betalingen moeten geschieden zonder enige korting, opschorting of beroep op verrekening in Euro's.”
3.3.
In de algemene voorwaarden behorend bij de aannemingsovereenkomst staat:
“Artikel 11 (…)
5. Bij overschrijding van het overeengekomen aantal werkbare werkdagen en ook, indien een door de Ondernemer reeds aangekondigde oplevering van het privé-gedeelte wordt opgeschort, zal de Ondernemer zonder ingebrekestelling tot aan de feitelijke dag van oplevering aan de Verkrijger een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd zijn van een kwart promille (0,25‰) van de aanneemsom per kalenderdag”
3.4.
In de koopovereenkomst staat:
“I. De verkoper verkoopt aan de koper, die koopt van de verkoper:
het appartementsrecht recht gevend op het
79/27.010e
aandeel in het in de overweging genoemde gebouw met bijhorende grond, dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van het privé-gedeelte bestemd tot woning/berging op de splitsingstekening aangeduid met het indexnummer
292
en het bouwnummer
288 (Type 01A-2)
(…).
Levering
Artikel 1
(…)
3. De Levering zal zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken, na opgave door Verkoper dat de levering gewenst is, bij akte te verlijden ten overstaan van de Notaris, diens plaatsvervanger of opvolger, op een door de Notaris te bepalen tijdstip.
Onverbrekelijkheid Koopovereenkomst met Aannemingsovereenkomst
Artikel 10
1. De Koopovereenkomst vormt een onverbrekelijk geheel met de Aannemingsovereenkomst, hetgeen inhoudt dat bij niet tot stand komen dan wel ontbinding of vernietiging van:
- voormelde Aannemingsovereenkomst ook de Koopovereenkomst niet tot stand is gekomen dan wel is ontbonden (…).”
3.5.
Het appartementsrecht is door Yael aan Ruygrok geleverd bij notariële akte van 26 juli 2021.
3.6.
De oplevering van het appartement werd tijdens het sluiten van de koop- en aannemingsovereenkomst naar schatting verwacht in het derde kwartaal van 2025.
3.7.
Medio 2025 is de bouw aan de oudbouw stil komen te liggen als gevolg van een geschil tussen de eigenaar van de oudbouw en de aannemer die de oudbouw zou realiseren.
3.8.
Post-Bouw heeft op 14 oktober 2025 termijnen 7 en 8, te weten 44% van de aanneemsom, in rekening gebracht bij Ruygrok.
3.9.
Ruygrok heeft vervolgens navraag gedaan bij Post-Bouw over de verwachte oplevering en de problemen ten aanzien van de oudbouw, omdat oplevering van de woontoren afhankelijk is van de oplevering van de oudbouw. Bij e-mail van 22 oktober 2025 heeft Ruygrok de betaling van de termijnen 7 en 8 opgeschort, omdat volgens Ruygrok onbekend was wanneer de oplevering van de woontoren zou plaatsvinden.
3.10.
Partijen hebben vervolgens gecorrespondeerd over de ontwikkelingen, onder meer de voortzetting van de werkzaamheden aan de oudbouw. Op 4 november 2025 heeft Post-Bouw termijn 9 in rekening gebracht bij Ruygrok. Ruygrok heeft ook deze termijn niet voldaan. Bij e-mail van 12 december 2025 heeft Post-Bouw Ruygrok gesommeerd om de openstaande termijnen van de aanneemsom te voldoen. Ruygrok heeft deze termijnen niet voldaan.
3.11.
Na verdere correspondentie tussen partijen heeft Post-Bouw bij brief van 6 maart 2026 kenbaar gemaakt haar werkzaamheden aan het appartement op te schorten. Deze werkzaamheden zijn vervolgens stilgelegd.
3.12.
Op 15 mei 2026 heeft een VvE-vergadering van de VvE van de appartementen van de woontoren plaatsgevonden. Post-Bouw heeft daar een memo gedeeld over de voortgang van de bouw. In het memo staat:
“3. Oplevering The Post Tower (de woontoren, opm vzr)
The POST Bouw doet alles wat binnen haar mogelijkheden kan om The Post Tower zo snel als mogelijk op te leveren. Voor de oplevering van de The Post Tower zijn drie zaken van essentieel belang.
• Op de eerste plaats moeten onder verantwoordelijkheid van OMNAM (de aannemer van de oudbouw, opm vzr) de vluchtwegen van The Post Tower door het Oude Monument , ruimtes voor de hoofdinstallaties en hoofdleidingwerk worden gerealiseerd. Ook moeten onder verantwoordelijkheid van OMNAM de hoofdinstallaties zelf worden geïnstalleerd, aangesloten, in bedrijf worden gesteld en getest. Deze hoofdinstallaties betreffen tapwater, riolering, warmte/koude voorziening, brandmeld- en ontruimingsvoorziening, brandblusvoorziening en elektriciteit. Daarnaast moet het Monument voldoende wind- en waterdicht en geconditioneerd zijn. The POST Bouw verwacht dat de doorlooptijd van deze specifieke werkzaamheden in het Oude Monument minimaal 8 maanden zullen bedragen.
• Ten tweede, omdat volgens de Bouw- en Monumentenvergunning het Oude Monument en de The Post Tower gelijktijdig moeten worden opgeleverd, moet deze vergunning worden aangepast. Hier moet de Gemeente Rotterdam aan meewerken. De vergunninghouder OMNAM is hierover in gesprek met de Gemeente Rotterdam
• In de derde plaats moeten er een concreet aantal technische maatregelen genomen worden om een snellere oplevering van The Post Tower ook veilig en verantwoord mogelijk te maken. Dit betekent dat zaken als branddetectie, brandbestrijding, brandscheidingen, vluchtwegen in delen van het oude Monument al geïnstalleerd moeten zijn. Dit is de verantwoordelijkheid van OMNAM. De Post Bouw heeft in overleg met de Gemeente Rotterdam exact in kaart gebracht wat technisch nodig is.
Als deze 3 zaken geregeld zijn, dan kan de The Post Tower opgeleverd worden. In het meest gunstige geval is dat begin 2027.”
Namens Post Bouw is ter VvE-vergadering verdere toelichting gegeven en zijn vragen beantwoord.
3.13.
Bij brief van 4 juni 2026 heeft Ruygrok zich beroepen op ontbinding van de aannemingsovereenkomst met Post-Bouw en daaraan gekoppeld de koopovereenkomst met Yael. Post-Bouw en Yael hebben zich op het standpunt gesteld dat de overeenkomsten niet zijn ontbonden.
4Het geschil
4.1.
Ruygrok vordert - samengevat – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
Primair
I. Yael veroordeelt om binnen twee maanden na betekening van het vonnis medewerking te verlenen tot het ongedaan maken van de overdracht door middel van het terugleveren van het appartement tegen restitutie van de door Ruygrok betaalde koopsom, op straffe van verbeurte van een dwangsom,
II. Post-Bouw en Besix hoofdelijk veroordeelt tot restitutie van de reeds door Ruygrok betaalde termijnen van de aanneemsom, op straffe van verbeurte van een dwangsom,
III. voorwaardelijk, in die zin dat indien de vordering onder I wel wordt toegewezen en de vordering onder II niet, Yael veroordeelt tot betaling van een in goede justitie te bepalen bedrag dat gelijk is aan de waarde van de reeds door Post-Bouw verrichte werkzaamheden,
Subsidiair
IV. Post-Bouw veroordeelt om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis de werkzaamheden aan het appartement voort te zetten, te voltooien en het appartement zo snel als juridisch en bouwtechnisch mogelijk is op te leveren aan Ruygrok, op straffe van verbeurte van een dwangsom,
Meer subsidiair
V. bepaalt dat Post-Bouw geen aanspraak kan maken op bouwtijdverlenging, de contractuele of wettelijke rente of andere (contractuele) remedies, totdat in een bodemprocedure is beslist over de rechtsgeldigheid van de door Ruygrok ingeroepen ontbinding van de overeenkomsten en/of het beroep op opschorting,
Zowel (voorwaardelijk) primair als (meer) subsidiair
VI. één of meerdere gedaagden, al dan niet hoofdelijk, te veroordelen in de kosten van deze procedure.
4.2.
De in dit geding verschenen gedaagden voeren verweer. Zij concluderen tot afwijzing van de vorderingen van Ruygrok, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Ruygrok in de kosten van deze procedure.
5De beoordeling
Rechtsmacht
5.1.
Besix is gevestigd in België. Dat betekent dat eerst (ambtshalve) moet worden beoordeeld of de Nederlandse rechter bevoegd is om te oordelen over de tegen haar ingestelde vorderingen op basis van Vo. Brussel I Bis.
5.2.
Ruygrok vordert dat Besix naast Post-Bouw (hoofdelijk) wordt veroordeeld om de reeds door Ruygrok betaalde termijnen van de aanneemsom aan Ruygrok terug te betalen. Ruygrok heeft niets aangevoerd ten aanzien van de rechtsmacht. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat Besix louter is gedagvaard vanwege haar hoedanigheid als vennoot van Post-Bouw. Besix is immers ingevolge 18 WvK en 6:6 lid 2 BW hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen van Post-Bouw.
5.3.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen en aangezien Besix is verschenen voor dit gerecht zonder haar rechtsmacht te betwisten en dus impliciet haar rechtsmacht aanvaardt is de voorzieningenrechter bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen tegen Besix.
Toepasselijk recht
5.4.
Aangezien Post-Bouw is gevestigd te Nederland en de vorderingen betrekking hebben op de vraag of Besix uit hoofde van een bepaalde hoedanigheid van Post-Bouw aansprakelijk is naast Post-Bouw, is Nederlands recht van toepassing op de tegen Besix ingestelde vordering vanwege het bepaalde in artikel 10:119 aanhef en onder e jo. 10:118 BW. Voorts gaan alle partijen uit van de toepasselijkheid van Nederlands recht, hetgeen als een stilzwijgende rechtskeuze wordt begrepen.
Toetsingskader kort geding
5.5.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat Ruygrok daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Spoedeisend belang
5.6.
Ruygrok heeft voldoende spoedeisend belang bij haar subsidiaire vordering. Indien Post-Bouw de woning moet afbouwen heeft Ruygrok er belang bij dat daarmee op korte termijn wordt gestart en niet pas na het doorlopen van een bodemprocedure.
5.7.
Ruygrok heeft onvoldoende spoedeisend belang bij haar primaire en (meer) subsidiaire vorderingen. Anders dan Ruygrok aanvoert levert de wens om een voorlopig oordeel over een juridisch geschil te verkrijgen geen spoedeisend belang in de zin van art. 254 Rv op. De kort geding procedure is daarvoor niet bedoeld. Ook de omstandigheid dat de bestuurder van Ruygrok over enkele jaren zijn onderneming wenst te verkopen en daarom het appartement teruggeleverd wil zien levert onvoldoende spoedeisend belang op. De vorderingen kunnen echter ook op inhoudelijke gronden niet worden toegewezen, hetgeen gelet op de verwevenheid met de beoordeling van de subsidiaire vordering hierna wordt toegelicht.
De overeenkomsten zijn niet buitengerechtelijk ontbonden
5.8.
De primaire vorderingen zijn gegrond op de stelling dat Ruygrok de koop-/aannemingsovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is/zijn de koop-/ en/of de aannemingsovereenkomst niet ontbonden. De vorderingen worden daarom afgewezen. Daarvoor is het volgende redengevend.
5.9.
Ruygrok heeft haar verplichtingen tot betaling van de verschuldigde termijnen van de aanneemsom opgeschort. Het is niet in geschil dat de contractueel vastgestelde mijlpalen van artikel 4 (zie 3.2.) waren bereikt toen de betalingsverzoeken werden gedaan. Die termijnen was Ruygrok dus verschuldigd. Artikel 31 van de aannemingsovereenkomst bepaalt dat opschorting voor de betaling van de verschuldigde termijnen is uitgesloten. Daarmee staat Ruygrok geen beroep op de wettelijke opschortingsregels meer open, ook niet op de onzekerheidsexceptie van artikel 6:263 BW. Aangezien Ruygrok onbevoegd heeft opgeschort, hetgeen zij gelet het opschortingsverbod had kunnen weten, heeft zij toerekenbaar niet voldaan aan haar verplichtingen jegens Post-Bouw. Post-Bouw heeft vervolgens na ingebrekestelling de nakoming van haar verbintenis tot voortzetten van de bouw jegens Ruygrok opgeschort. Ruygrok is door dit alles ingevolge artikel 6:59 BW in schuldeisersverzuim komen te verkeren. Het aanbod van Ruygrok aan Post-Bouw om de termijnen in depot te geven levert geen zuivering van het schuldeisersverzuim op als gevolg van het bepaalde in artikel 6:55 BW. Voor het verval van het opschortingsrecht van Post-Bouw en (daarmee) het schuldeisersverzuim ex artikel 6:59 BW van Ruygrok, is vereist dat de zekerheid is gesteld, niet enkel (voorwaardelijk) is aangeboden. Op het schuldeisersverzuim van Ruygrok stuit een buitengerechtelijke ontbinding gelet op het bepaalde in artikel 6:266 lid 1 BW af. De ontbinding waarin art. 7:756 BW voorziet, voor het geval waarschijnlijk wordt dat het werk niet tijdig wordt opgeleverd, kan slechts door de rechter worden uitgesproken.
5.10.
Ruygrok voert weliswaar aan dat het beroep van Post-Bouw op de uitsluiting van opschorting naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, maar dit betreft een strenge en met grote terughoudendheid toe te passen maatstaf waarvoor de lat in dit geval niet wordt gehaald.
Daarbij is het volgende meegewogen. Ruygrok is een vastgoedonderneming (en haar bestuurder een ervaren vastgoedondernemer), die een zakelijke overeenkomst heeft gesloten waarin het opschortingsverbod duidelijk was verwoord. Een dergelijk verbod is in dergelijke overeenkomst niet ongebruikelijk, omdat de aannemer/projectontwikkelaar gedurende de bouw kosten maakt en moet voorschieten. Daarbij past gespreide betaling naargelang mijlpalen worden bereikt, in combinatie met een dergelijk verbod. De onaanvaardbaarheid waarop Ruygrok zich beroept is niet behoorlijk onderbouwd. Het is op dit moment nog onvoldoende aannemelijk dat het appartement nooit meer of pas in 2029 zal worden opgeleverd. Waarschijnlijker is oplevering in 2027 of mogelijk begin 2028. Dat is, gelet op de aard van het project, de omstandigheden die Post-Bouw ter zitting naar voren heeft gebracht en de gefixeerde schadevergoeding van 0.25 promille per dag vertraging zeker vervelend, maar niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Ruygrok heeft bovendien de mogelijkheid om het appartement te verkopen. In dat verband is van belang dat Ruygrok niet betwist dat het appartement van Ruygrok al bijna af is en dat de komende maanden kunnen worden benut voor de interne afwerking van het casco op te leveren appartement. Naar Post-Bouw ter zitting onbetwist heeft gesteld hebben meerdere andere appartementseigenaren in soortgelijke situaties hun appartementen doorverkocht voor aantrekkelijke prijzen en wordt daaraan door Post-Bouw ook medewerking verleend. Voor zover Ruygrok zich beroept op een restitutierisico ten aanzien van de te betalen termijnen is dat nauwelijks onderbouwd, door Post-Bouw betwist en per saldo onvoldoende aannemelijk. Daaruit volgt dat het beroep van Post-Bouw op het opschortingsverbod van artikel 31 van de aannemingsovereenkomst niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Voorwaarde voor voorwaardelijke primaire vordering is niet vervuld
5.11.
De voorwaarde voor het instellen van deze vordering is niet vervuld, zodat deze vordering niet wordt behandeld.
Post-Bouw wordt niet veroordeeld om bouw van het appartement voort te zetten
5.12.
De subsidiaire vordering wordt eveneens afgewezen. Post-Bouw was gelet op de (onterechte) opschorting door Ruygrok gerechtigd haar werkzaamheden te staken. Zij mag dat blijven doen totdat Ruygrok aan haar verplichtingen heeft voldaan. Zodra die opschorting ten einde is gekomen dient Post-Bouw de werkzaamheden te hervatten conform de contractuele afspraken. Post-Bouw stelt dat zij dat ook zal en kan doen. Slechts de kwestie van het verband met de oplevering van de oudbouw, waarop Post-Bouw (zoals zij onweersproken heeft gesteld) geen invloed heeft, staat in de weg aan snelle(re) oplevering. Aangezien verder uit niets is gebleken dat Post-Bouw niet het appartement zo spoedig als juridisch of bouwtechnisch mogelijk wenst op te leveren, heeft Ruygrok onvoldoende belang bij een veroordeling tot nakoming van die verplichting. Daarbij komt dat, als Ruygrok gelijk heeft dat er een vergunningstechnisch probleem is, een dergelijke veroordeling Post-Bouw mogelijk zou verplichten tot iets waartoe zij niet in staat is. Dergelijke veroordelingen dienen in kort geding vermeden te worden.
De meer subsidiaire vordering
5.13.
Ruygrok vordert meer subsidiair dat de voorzieningenrechter bepaalt dat Post-Bouw geen aanspraak kan maken op bouwtijdverlenging, contractuele of wettelijke rente of andere contractuele remedies totdat in een bodemprocedure is beslist over de rechtsgeldigheid van de door Ruygrok ingeroepen ontbinding en/of haar beroep op opschorting. Deze vordering wordt afgewezen vanwege het volgende.
5.14.
Ten aanzien van het verzochte oordeel over de bouwtijdverlenging en de contractuele of wettelijke rente geldt dat dit zou neerkomen op een declaratoir vonnis. Daar is een kort geding niet voor bedoeld en daarvoor bestaat ook geen ruimte.
5.15.
Ruygrok heeft niet toegelicht welke contractuele remedies Post-Bouw niet zou mogen uitoefenen. Voor zover dat de opschorting door Post-Bouw betreft is daarover geoordeeld in (5.9 en) 5.12. Er is verder geen grondslag voor het gevraagde, algemene verbod ten aanzien van overige contractuele bevoegdheden die Post-Bouw heeft.
5.16.
Wat betreft de positie van Yael geldt dat zij slechts is aangesproken omdat zij de oorspronkelijke verkoper was. De redenering Van Ruygrok is daarbij dat, als de overeenkomsten ontbonden zijn, dat moet leiden tot terugname door en teruglevering aan Yael. Nu de vorderingen van Ruygrok jegens Post-Bouw geen behoorlijke grondslag blijken te hebben en voorshands is geoordeeld dat de overeenkomsten niet rechtsgeldig zijn ontbonden, volgt daaruit dat ook de vorderingen jegens Yael, wat daarvan verder zij, niet toewijsbaar zijn.
Proceskosten
5.17.
Ruygrok is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen aan zowel Postbouw en Besix als aan Yael. De proceskosten van Postbouw en Besix en de proceskosten van Yael worden begroot op:
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.101,00
5.18.
De door Post-Bouw en Besix gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6De beslissing
De voorzieningenrechter
6.1.
wijst de vorderingen van Ruygrok af,
6.2.
veroordeelt Ruygrok in de proceskosten van Post-Bouw en Besix van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Ruygrok niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Ruygrok tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten onder 6.2 als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
veroordeelt Ruygrok in de proceskosten van Yael van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Ruygrok niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.
4049 / 106
Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-bis).
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/721842 / KG ZA 26-624
Vonnis in kort geding van 5 augustus 2026
in de zaak van
HANDEL- EN EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ RUYGROK B.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
eisende partij,
advocaten: mr. A.G.A. van Rappard en mr. S.A. van Doren,
tegen
1THE POST-BOUW JV,
gevestigd te Dordrecht,2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
BESIX S.A.,
gevestigd te Brussel, België
advocaten mr. B. Steeghs en mr. L. Flipse3. de rechtspersoon naar buitenlands recht
RIZZANI DE ECCHER S.P.A.,
gevestigd te Udine, Italië,
niet verschenen,4. YAEL RESIDENTIAL B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
advocaten: mr. P.M. van der Lee en mr. C.D. Nelemans,
gedaagde partijen.
Partijen worden hierna genoemd Ruygrok, Post-Bouw, Besix, Rizzani en Yael.
1De zaak in het kort
1.1.
Ruygrok heeft een appartement in een nieuwbouwproject gekocht. Zij heeft een koopovereenkomst met Yael gesloten en een aannemingsovereenkomst met Post-Bouw. Ruygrok wil deze overeenkomsten ontbinden omdat Post-Bouw de woning volgens Ruygrok te laat en mogelijk helemaal niet zal opleveren. Ruygrok vordert daarom onder meer dat Yael moet meewerken aan teruglevering van het appartement en dat Post-Bouw de betaalde aanneemsom moet terugbetalen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen van 10 juli 2026 met producties 1 tot en met 20;
- de conclusie van antwoord van Post-Bouw en Besix met producties 1 tot en met 7;- de mondelinge behandeling van 22 juli 2026;- de spreekaantekeningen van Ruygrok;- de pleitnota van Post-Bouw
- de spreekaantekeningen van Yael
2.2.
De rechtbank te Triëst, Italië heeft bij beslissing van 9 juni 2026 een moratorium bevolen ten aanzien van Rizzani, zodat Rizzani schuldeisersbescherming heeft gekregen. Ruygrok heeft daarom ter zitting de tegen Rizzani ingestelde vorderingen ingetrokken.
3De feiten
3.1.
Ruygrok heeft op 21 maart 2021 een koopovereenkomst gesloten met Yael en een aannemingsovereenkomst met Post-Bouw over een nieuwbouwappartement (hierna: het appartement) in het project The Post (hierna: het project). Het project betreft de enerzijds de bouw van een nieuwbouw woontoren (hierna: de woontoren) en anderzijds de renovatie van een monumentaal postkantoor (hierna: de oudbouw). De woontoren en de oudbouw worden/zijn gedurende de inmiddels aangevangen bouw bouwkundig met elkaar verbonden. De woontoren wordt gerealiseerd door Post-Bouw en de oudbouw door een andere aannemer.
3.2.
In de aannemingsovereenkomst staat:
“Termijnen en betalingsregeling
Artikel 4
1.
De termijnen van de aanneemsom zijn de volgende
1. Start bouw
5%
2. Damwand aangebracht
2%
3. Heiwerk gereed
3%
4. Vloer op zand gestort
2%
5. De ruwe begane grondvloer is aangebracht
2%
6. De ruwe vloer privégedeelte gereed
22%
7. Binnenspouwbladen privégedeelte gereed
12%
8 Buitengevel privégedeelte gereed
30%
9. dak gebouw waterdicht
4%
10. Stuc-/spuit-/tegelwerk gereed
13%
11. Bij oplevering
5%
Totaal:
100%
2. Behoudens het geval waarin de Verkrijger recht op uitstel van betaling heeft zoals bedoeld in lid 5 van dit artikel, worden de in lid 1 van dit artikel bedoelde termijnen steeds opeisbaar veertien (14) dagen na de dagtekening van een door of vanwege de Ondernemer gedaan betalingsverzoek. Een betalingsverzoek geeft aan op grond van welk feit de Ondernemer recht heeft op betaling, welke termijn het betreft en dat de betaling uiterlijk veertien (14) dagen na de dagtekening door de Ondernemer ontvangen dient te zijn. (…)
Bouwtijd en start werkbare werkdagen
Artikel 5
1. De start bouw is de start van de sloop van de thans aanwezige opstallen. De Ondernemer verbindt zich het privé-gedeelte binnen 991 werkbare werkdagen na de start bouw geheel voor bewoning gereed aan de Verkrijger op te leveren in de zin van artikel 11 lid 4 der Algemene Voorwaarden. Gezien de betreffende karakteristiek van het Gebouw (een hoogbouw toren) en de ervaringen van de Ondernemer met dergelijke werken, schat de Ondernemer in dat hij per jaar aanzienlijk meer feitelijke werkbare werkdagen heeft dan de vuistregel van 180-185 werkbare werkdagen, namelijk een indicatieve inschatting van 253 werkbare werkdagen per jaar. Dat brengt de indicatieve inschatting van de bouwtijd op 47 maanden. (…)
Koppeling met koopovereenkomst
Artikel 14
Deze aannemingsovereenkomst vormt tezamen met de tussen de Verkrijger en de Verkoper gesloten c.q. te sluiten koopovereenkomst een onverbrekelijk geheel. Bij ontbinding dan wel het niet tot stand komen op grond van eventuele opschortende voorwaarden van de ene overeenkomst is de andere overeenkomst eveneens automatisch ontbonden dan wel niet tot stand gekomen. Overigens ongeacht welke partij de ontbinding inroept van welke overeenkomst.
Betalingen
Artikel 31
(…)
2. Alle betalingen moeten geschieden zonder enige korting, opschorting of beroep op verrekening in Euro's.”
3.3.
In de algemene voorwaarden behorend bij de aannemingsovereenkomst staat:
“Artikel 11 (…)
5. Bij overschrijding van het overeengekomen aantal werkbare werkdagen en ook, indien een door de Ondernemer reeds aangekondigde oplevering van het privé-gedeelte wordt opgeschort, zal de Ondernemer zonder ingebrekestelling tot aan de feitelijke dag van oplevering aan de Verkrijger een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd zijn van een kwart promille (0,25‰) van de aanneemsom per kalenderdag”
3.4.
In de koopovereenkomst staat:
“I. De verkoper verkoopt aan de koper, die koopt van de verkoper:
het appartementsrecht recht gevend op het
79/27.010e
aandeel in het in de overweging genoemde gebouw met bijhorende grond, dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van het privé-gedeelte bestemd tot woning/berging op de splitsingstekening aangeduid met het indexnummer
292
en het bouwnummer
288 (Type 01A-2)
(…).
Levering
Artikel 1
(…)
3. De Levering zal zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken, na opgave door Verkoper dat de levering gewenst is, bij akte te verlijden ten overstaan van de Notaris, diens plaatsvervanger of opvolger, op een door de Notaris te bepalen tijdstip.
Onverbrekelijkheid Koopovereenkomst met Aannemingsovereenkomst
Artikel 10
1. De Koopovereenkomst vormt een onverbrekelijk geheel met de Aannemingsovereenkomst, hetgeen inhoudt dat bij niet tot stand komen dan wel ontbinding of vernietiging van:
- voormelde Aannemingsovereenkomst ook de Koopovereenkomst niet tot stand is gekomen dan wel is ontbonden (…).”
3.5.
Het appartementsrecht is door Yael aan Ruygrok geleverd bij notariële akte van 26 juli 2021.
3.6.
De oplevering van het appartement werd tijdens het sluiten van de koop- en aannemingsovereenkomst naar schatting verwacht in het derde kwartaal van 2025.
3.7.
Medio 2025 is de bouw aan de oudbouw stil komen te liggen als gevolg van een geschil tussen de eigenaar van de oudbouw en de aannemer die de oudbouw zou realiseren.
3.8.
Post-Bouw heeft op 14 oktober 2025 termijnen 7 en 8, te weten 44% van de aanneemsom, in rekening gebracht bij Ruygrok.
3.9.
Ruygrok heeft vervolgens navraag gedaan bij Post-Bouw over de verwachte oplevering en de problemen ten aanzien van de oudbouw, omdat oplevering van de woontoren afhankelijk is van de oplevering van de oudbouw. Bij e-mail van 22 oktober 2025 heeft Ruygrok de betaling van de termijnen 7 en 8 opgeschort, omdat volgens Ruygrok onbekend was wanneer de oplevering van de woontoren zou plaatsvinden.
3.10.
Partijen hebben vervolgens gecorrespondeerd over de ontwikkelingen, onder meer de voortzetting van de werkzaamheden aan de oudbouw. Op 4 november 2025 heeft Post-Bouw termijn 9 in rekening gebracht bij Ruygrok. Ruygrok heeft ook deze termijn niet voldaan. Bij e-mail van 12 december 2025 heeft Post-Bouw Ruygrok gesommeerd om de openstaande termijnen van de aanneemsom te voldoen. Ruygrok heeft deze termijnen niet voldaan.
3.11.
Na verdere correspondentie tussen partijen heeft Post-Bouw bij brief van 6 maart 2026 kenbaar gemaakt haar werkzaamheden aan het appartement op te schorten. Deze werkzaamheden zijn vervolgens stilgelegd.
3.12.
Op 15 mei 2026 heeft een VvE-vergadering van de VvE van de appartementen van de woontoren plaatsgevonden. Post-Bouw heeft daar een memo gedeeld over de voortgang van de bouw. In het memo staat:
“3. Oplevering The Post Tower (de woontoren, opm vzr)
The POST Bouw doet alles wat binnen haar mogelijkheden kan om The Post Tower zo snel als mogelijk op te leveren. Voor de oplevering van de The Post Tower zijn drie zaken van essentieel belang.
• Op de eerste plaats moeten onder verantwoordelijkheid van OMNAM (de aannemer van de oudbouw, opm vzr) de vluchtwegen van The Post Tower door het Oude Monument , ruimtes voor de hoofdinstallaties en hoofdleidingwerk worden gerealiseerd. Ook moeten onder verantwoordelijkheid van OMNAM de hoofdinstallaties zelf worden geïnstalleerd, aangesloten, in bedrijf worden gesteld en getest. Deze hoofdinstallaties betreffen tapwater, riolering, warmte/koude voorziening, brandmeld- en ontruimingsvoorziening, brandblusvoorziening en elektriciteit. Daarnaast moet het Monument voldoende wind- en waterdicht en geconditioneerd zijn. The POST Bouw verwacht dat de doorlooptijd van deze specifieke werkzaamheden in het Oude Monument minimaal 8 maanden zullen bedragen.
• Ten tweede, omdat volgens de Bouw- en Monumentenvergunning het Oude Monument en de The Post Tower gelijktijdig moeten worden opgeleverd, moet deze vergunning worden aangepast. Hier moet de Gemeente Rotterdam aan meewerken. De vergunninghouder OMNAM is hierover in gesprek met de Gemeente Rotterdam
• In de derde plaats moeten er een concreet aantal technische maatregelen genomen worden om een snellere oplevering van The Post Tower ook veilig en verantwoord mogelijk te maken. Dit betekent dat zaken als branddetectie, brandbestrijding, brandscheidingen, vluchtwegen in delen van het oude Monument al geïnstalleerd moeten zijn. Dit is de verantwoordelijkheid van OMNAM. De Post Bouw heeft in overleg met de Gemeente Rotterdam exact in kaart gebracht wat technisch nodig is.
Als deze 3 zaken geregeld zijn, dan kan de The Post Tower opgeleverd worden. In het meest gunstige geval is dat begin 2027.”
Namens Post Bouw is ter VvE-vergadering verdere toelichting gegeven en zijn vragen beantwoord.
3.13.
Bij brief van 4 juni 2026 heeft Ruygrok zich beroepen op ontbinding van de aannemingsovereenkomst met Post-Bouw en daaraan gekoppeld de koopovereenkomst met Yael. Post-Bouw en Yael hebben zich op het standpunt gesteld dat de overeenkomsten niet zijn ontbonden.
4Het geschil
4.1.
Ruygrok vordert - samengevat – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
Primair
I. Yael veroordeelt om binnen twee maanden na betekening van het vonnis medewerking te verlenen tot het ongedaan maken van de overdracht door middel van het terugleveren van het appartement tegen restitutie van de door Ruygrok betaalde koopsom, op straffe van verbeurte van een dwangsom,
II. Post-Bouw en Besix hoofdelijk veroordeelt tot restitutie van de reeds door Ruygrok betaalde termijnen van de aanneemsom, op straffe van verbeurte van een dwangsom,
III. voorwaardelijk, in die zin dat indien de vordering onder I wel wordt toegewezen en de vordering onder II niet, Yael veroordeelt tot betaling van een in goede justitie te bepalen bedrag dat gelijk is aan de waarde van de reeds door Post-Bouw verrichte werkzaamheden,
Subsidiair
IV. Post-Bouw veroordeelt om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis de werkzaamheden aan het appartement voort te zetten, te voltooien en het appartement zo snel als juridisch en bouwtechnisch mogelijk is op te leveren aan Ruygrok, op straffe van verbeurte van een dwangsom,
Meer subsidiair
V. bepaalt dat Post-Bouw geen aanspraak kan maken op bouwtijdverlenging, de contractuele of wettelijke rente of andere (contractuele) remedies, totdat in een bodemprocedure is beslist over de rechtsgeldigheid van de door Ruygrok ingeroepen ontbinding van de overeenkomsten en/of het beroep op opschorting,
Zowel (voorwaardelijk) primair als (meer) subsidiair
VI. één of meerdere gedaagden, al dan niet hoofdelijk, te veroordelen in de kosten van deze procedure.
4.2.
De in dit geding verschenen gedaagden voeren verweer. Zij concluderen tot afwijzing van de vorderingen van Ruygrok, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Ruygrok in de kosten van deze procedure.
5De beoordeling
Rechtsmacht
5.1.
Besix is gevestigd in België. Dat betekent dat eerst (ambtshalve) moet worden beoordeeld of de Nederlandse rechter bevoegd is om te oordelen over de tegen haar ingestelde vorderingen op basis van Vo. Brussel I Bis.
5.2.
Ruygrok vordert dat Besix naast Post-Bouw (hoofdelijk) wordt veroordeeld om de reeds door Ruygrok betaalde termijnen van de aanneemsom aan Ruygrok terug te betalen. Ruygrok heeft niets aangevoerd ten aanzien van de rechtsmacht. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat Besix louter is gedagvaard vanwege haar hoedanigheid als vennoot van Post-Bouw. Besix is immers ingevolge 18 WvK en 6:6 lid 2 BW hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen van Post-Bouw.
5.3.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen en aangezien Besix is verschenen voor dit gerecht zonder haar rechtsmacht te betwisten en dus impliciet haar rechtsmacht aanvaardt is de voorzieningenrechter bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen tegen Besix.
Toepasselijk recht
5.4.
Aangezien Post-Bouw is gevestigd te Nederland en de vorderingen betrekking hebben op de vraag of Besix uit hoofde van een bepaalde hoedanigheid van Post-Bouw aansprakelijk is naast Post-Bouw, is Nederlands recht van toepassing op de tegen Besix ingestelde vordering vanwege het bepaalde in artikel 10:119 aanhef en onder e jo. 10:118 BW. Voorts gaan alle partijen uit van de toepasselijkheid van Nederlands recht, hetgeen als een stilzwijgende rechtskeuze wordt begrepen.
Toetsingskader kort geding
5.5.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat Ruygrok daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Spoedeisend belang
5.6.
Ruygrok heeft voldoende spoedeisend belang bij haar subsidiaire vordering. Indien Post-Bouw de woning moet afbouwen heeft Ruygrok er belang bij dat daarmee op korte termijn wordt gestart en niet pas na het doorlopen van een bodemprocedure.
5.7.
Ruygrok heeft onvoldoende spoedeisend belang bij haar primaire en (meer) subsidiaire vorderingen. Anders dan Ruygrok aanvoert levert de wens om een voorlopig oordeel over een juridisch geschil te verkrijgen geen spoedeisend belang in de zin van art. 254 Rv op. De kort geding procedure is daarvoor niet bedoeld. Ook de omstandigheid dat de bestuurder van Ruygrok over enkele jaren zijn onderneming wenst te verkopen en daarom het appartement teruggeleverd wil zien levert onvoldoende spoedeisend belang op. De vorderingen kunnen echter ook op inhoudelijke gronden niet worden toegewezen, hetgeen gelet op de verwevenheid met de beoordeling van de subsidiaire vordering hierna wordt toegelicht.
De overeenkomsten zijn niet buitengerechtelijk ontbonden
5.8.
De primaire vorderingen zijn gegrond op de stelling dat Ruygrok de koop-/aannemingsovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is/zijn de koop-/ en/of de aannemingsovereenkomst niet ontbonden. De vorderingen worden daarom afgewezen. Daarvoor is het volgende redengevend.
5.9.
Ruygrok heeft haar verplichtingen tot betaling van de verschuldigde termijnen van de aanneemsom opgeschort. Het is niet in geschil dat de contractueel vastgestelde mijlpalen van artikel 4 (zie 3.2.) waren bereikt toen de betalingsverzoeken werden gedaan. Die termijnen was Ruygrok dus verschuldigd. Artikel 31 van de aannemingsovereenkomst bepaalt dat opschorting voor de betaling van de verschuldigde termijnen is uitgesloten. Daarmee staat Ruygrok geen beroep op de wettelijke opschortingsregels meer open, ook niet op de onzekerheidsexceptie van artikel 6:263 BW. Aangezien Ruygrok onbevoegd heeft opgeschort, hetgeen zij gelet het opschortingsverbod had kunnen weten, heeft zij toerekenbaar niet voldaan aan haar verplichtingen jegens Post-Bouw. Post-Bouw heeft vervolgens na ingebrekestelling de nakoming van haar verbintenis tot voortzetten van de bouw jegens Ruygrok opgeschort. Ruygrok is door dit alles ingevolge artikel 6:59 BW in schuldeisersverzuim komen te verkeren. Het aanbod van Ruygrok aan Post-Bouw om de termijnen in depot te geven levert geen zuivering van het schuldeisersverzuim op als gevolg van het bepaalde in artikel 6:55 BW. Voor het verval van het opschortingsrecht van Post-Bouw en (daarmee) het schuldeisersverzuim ex artikel 6:59 BW van Ruygrok, is vereist dat de zekerheid is gesteld, niet enkel (voorwaardelijk) is aangeboden. Op het schuldeisersverzuim van Ruygrok stuit een buitengerechtelijke ontbinding gelet op het bepaalde in artikel 6:266 lid 1 BW af. De ontbinding waarin art. 7:756 BW voorziet, voor het geval waarschijnlijk wordt dat het werk niet tijdig wordt opgeleverd, kan slechts door de rechter worden uitgesproken.
5.10.
Ruygrok voert weliswaar aan dat het beroep van Post-Bouw op de uitsluiting van opschorting naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, maar dit betreft een strenge en met grote terughoudendheid toe te passen maatstaf waarvoor de lat in dit geval niet wordt gehaald.
Daarbij is het volgende meegewogen. Ruygrok is een vastgoedonderneming (en haar bestuurder een ervaren vastgoedondernemer), die een zakelijke overeenkomst heeft gesloten waarin het opschortingsverbod duidelijk was verwoord. Een dergelijk verbod is in dergelijke overeenkomst niet ongebruikelijk, omdat de aannemer/projectontwikkelaar gedurende de bouw kosten maakt en moet voorschieten. Daarbij past gespreide betaling naargelang mijlpalen worden bereikt, in combinatie met een dergelijk verbod. De onaanvaardbaarheid waarop Ruygrok zich beroept is niet behoorlijk onderbouwd. Het is op dit moment nog onvoldoende aannemelijk dat het appartement nooit meer of pas in 2029 zal worden opgeleverd. Waarschijnlijker is oplevering in 2027 of mogelijk begin 2028. Dat is, gelet op de aard van het project, de omstandigheden die Post-Bouw ter zitting naar voren heeft gebracht en de gefixeerde schadevergoeding van 0.25 promille per dag vertraging zeker vervelend, maar niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Ruygrok heeft bovendien de mogelijkheid om het appartement te verkopen. In dat verband is van belang dat Ruygrok niet betwist dat het appartement van Ruygrok al bijna af is en dat de komende maanden kunnen worden benut voor de interne afwerking van het casco op te leveren appartement. Naar Post-Bouw ter zitting onbetwist heeft gesteld hebben meerdere andere appartementseigenaren in soortgelijke situaties hun appartementen doorverkocht voor aantrekkelijke prijzen en wordt daaraan door Post-Bouw ook medewerking verleend. Voor zover Ruygrok zich beroept op een restitutierisico ten aanzien van de te betalen termijnen is dat nauwelijks onderbouwd, door Post-Bouw betwist en per saldo onvoldoende aannemelijk. Daaruit volgt dat het beroep van Post-Bouw op het opschortingsverbod van artikel 31 van de aannemingsovereenkomst niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Voorwaarde voor voorwaardelijke primaire vordering is niet vervuld
5.11.
De voorwaarde voor het instellen van deze vordering is niet vervuld, zodat deze vordering niet wordt behandeld.
Post-Bouw wordt niet veroordeeld om bouw van het appartement voort te zetten
5.12.
De subsidiaire vordering wordt eveneens afgewezen. Post-Bouw was gelet op de (onterechte) opschorting door Ruygrok gerechtigd haar werkzaamheden te staken. Zij mag dat blijven doen totdat Ruygrok aan haar verplichtingen heeft voldaan. Zodra die opschorting ten einde is gekomen dient Post-Bouw de werkzaamheden te hervatten conform de contractuele afspraken. Post-Bouw stelt dat zij dat ook zal en kan doen. Slechts de kwestie van het verband met de oplevering van de oudbouw, waarop Post-Bouw (zoals zij onweersproken heeft gesteld) geen invloed heeft, staat in de weg aan snelle(re) oplevering. Aangezien verder uit niets is gebleken dat Post-Bouw niet het appartement zo spoedig als juridisch of bouwtechnisch mogelijk wenst op te leveren, heeft Ruygrok onvoldoende belang bij een veroordeling tot nakoming van die verplichting. Daarbij komt dat, als Ruygrok gelijk heeft dat er een vergunningstechnisch probleem is, een dergelijke veroordeling Post-Bouw mogelijk zou verplichten tot iets waartoe zij niet in staat is. Dergelijke veroordelingen dienen in kort geding vermeden te worden.
De meer subsidiaire vordering
5.13.
Ruygrok vordert meer subsidiair dat de voorzieningenrechter bepaalt dat Post-Bouw geen aanspraak kan maken op bouwtijdverlenging, contractuele of wettelijke rente of andere contractuele remedies totdat in een bodemprocedure is beslist over de rechtsgeldigheid van de door Ruygrok ingeroepen ontbinding en/of haar beroep op opschorting. Deze vordering wordt afgewezen vanwege het volgende.
5.14.
Ten aanzien van het verzochte oordeel over de bouwtijdverlenging en de contractuele of wettelijke rente geldt dat dit zou neerkomen op een declaratoir vonnis. Daar is een kort geding niet voor bedoeld en daarvoor bestaat ook geen ruimte.
5.15.
Ruygrok heeft niet toegelicht welke contractuele remedies Post-Bouw niet zou mogen uitoefenen. Voor zover dat de opschorting door Post-Bouw betreft is daarover geoordeeld in (5.9 en) 5.12. Er is verder geen grondslag voor het gevraagde, algemene verbod ten aanzien van overige contractuele bevoegdheden die Post-Bouw heeft.
5.16.
Wat betreft de positie van Yael geldt dat zij slechts is aangesproken omdat zij de oorspronkelijke verkoper was. De redenering Van Ruygrok is daarbij dat, als de overeenkomsten ontbonden zijn, dat moet leiden tot terugname door en teruglevering aan Yael. Nu de vorderingen van Ruygrok jegens Post-Bouw geen behoorlijke grondslag blijken te hebben en voorshands is geoordeeld dat de overeenkomsten niet rechtsgeldig zijn ontbonden, volgt daaruit dat ook de vorderingen jegens Yael, wat daarvan verder zij, niet toewijsbaar zijn.
Proceskosten
5.17.
Ruygrok is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen aan zowel Postbouw en Besix als aan Yael. De proceskosten van Postbouw en Besix en de proceskosten van Yael worden begroot op:
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.101,00
5.18.
De door Post-Bouw en Besix gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6De beslissing
De voorzieningenrechter
6.1.
wijst de vorderingen van Ruygrok af,
6.2.
veroordeelt Ruygrok in de proceskosten van Post-Bouw en Besix van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Ruygrok niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Ruygrok tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten onder 6.2 als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
veroordeelt Ruygrok in de proceskosten van Yael van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Ruygrok niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.
4049 / 106
Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-bis).