Dagvaarding is een authentieke akte als bedoeld in artikel 157 Rv. Mededeling cessie tijdens procedure leidt niet tot niet-ontvankelijkheid. Gemengde overeenkomst (art. 6:215 BW): korte verjaringstermijn van 2 jaar (art. 7:28 BW) geldt naast gekochte zaken ook voor verstrekte gel
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:142 BW
Genoemd in 127 uitspraken · Officiële wettekst
127 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Verbintenissenrecht. Heeft informeel samenwoner van overledene jegens de erven aanspraak op betaling van het bedrag dat de levenverzekeraar aan de hypotheekhouder heeft betaald, waardoor de woning onbezwaard in de nalatenschap valt? Onduidelijkheid over de geldende polis. Subroga
De rechtbank stelt de prejudiciële vragen met inachtneming van de aktes en nadere opinies van partijen. (Voorgaand vonnis: 17 januari 2023. Faillissementsrecht. Partijen mogen zich uitlaten over voorgenomen prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.)
Forumkeubeding in borgstellingsovereenkomst is mee overgegaan ogv artikel 6:142 BW.
Verbintenissenrecht. Prejudiciële vragen verband houdend met trits ‘hoofdelijke aansprakelijkheid’, ‘draagplicht’ en ‘regres’ bij verstrekking van lening of krediet en betrokkenheid van diverse, gelieerde vennootschappen.
cessie en verpanding vordering op naam, artikel 3: 88 jo 3:98 BW
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Buitengerechtelijke incassokosten. Vallen buitengerechtelijke incassokosten (art. 6:96 lid 2 onder c BW) onder het begrip ‘kosten’ in art. 6:44 lid 1 BW? Strekking art. 6:44 BW (en art. 1433 (oud) BW). Bevoegdheid rechter om in B2B-relatie buite
Mededeling van cessie voldoende duidelijk. Uitleg vonnis waarbij dwangsommen zijn opgelegd moet geschieden op basis van stellingen uit die procedure. Dwangsommen verbeurd. Geen opschortingsrecht ex art. 6:37 BW in verband met niet mededelen van de titel van de cessie.
Procesrecht. Verstek. Verzet tijdig ingesteld? Daad van bekendheid. Maatstaf. Veroordeelde waaraan het vonnis niet in persoon is betekend moet zelf een handeling hebben verricht waaruit ondubbelzinnig valt op te maken dat hij over voldoende gegevens beschikte m.b.t. zijn veroorde
Rangregeling. Verdeling opbrengsten vijf registergoederen, verkocht in twee executoriale verkopen. Samenhang met eerdere en latere uitwinning(en) van ook andere verhypothekeerde registergoederen. Uitsplitsing per executieopbrengst. Volgorde van behandeling en afwikkeling. Rangord
Verzoek tot waarmerking vonnis als Europese executoriale titel (EET) afgewezen.
Geïntimeerde heeft een vordering uit geldlening op appellante overgedragen gekregen, en deze opgeëist op grond van tekortkomingen van appellante in haar rente- en informatieverplichtingen. Gelijk de rechtbank oordeelt het hof de overdracht aan geïntimeerde rechtsgeldig en, anders
Eiser vordert schorsing van de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis. De kantonrechter oordeelt dat aan de vereiste mededeling, zoals bedoeld in artikel 3:94 lid 1 BW is voldaan. De kantonrechter geeft aan gedaagde een bewijsopdracht. Gedaagde moet bewijzen dat de 'deed of assi
Effectenlease. Dexia. Contractsovername (artikel 6:159 BW). Eindarrest: Uitspraak ECLI:NL:GHARL:2026:839
Faillissementsrecht. Artikel 6 lid 3 Fw. Bekrachtiging faillietverklaring.
Klacht tegen notaris. Veilingopdracht. Executieveiling. Marginale toetsing. Onderzoeksplicht. Novitaris-maatstaf. Ministerplicht. Dienstweigering. Klacht ongegrond.
Internationaal privaatrecht. EU-mededingingsrecht. Luchtvaartkartel. Follow-on vorderingen. Kwalificatie ‘enkelvoudige en voortdurende inbreuk’ in zin art. 101 VWEU; één vordering van gelaedeerde per transactie of één vordering voor alle transacties? Conflictregel inzake ongeoorl
Internationaal privaatrecht. EU-mededingingsrecht. Luchtvaartkartel. Follow-on vorderingen. Kwalificatie ‘enkelvoudige en voortdurende inbreuk’ in zin art. 101 VWEU; één vordering van gelaedeerde per transactie of één vordering voor alle transacties? Conflictregel inzake ongeoorl
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Insolventierecht. Betekenis van gehomologeerd akkoord voor niet voor verificatie vatbare vorderingen (art. 157 Fw), in verband met regel dat tijdens faillissement lopende rente niet vatbaar is voor verificatie (art. 128 Fw).
Prejudiciële vragen. Faillissementsrecht. Vallen rentevorderingen die tijdens faillissement ontstaan onder de werking van een faillissementsakkoord? Art. 157 en 128 Fw. Vervolg op ECLI:NL:PHR:2023:554.
Tussenuitspraak. Einduitspraak: ECLI:NL:GHARL:2025:833
(Gecedeerde) vorderingen op grond van schuldbekentenissen met betrekking tot geldleningen van een inmiddels gefailleerde vennootschap.
Samenwerkingsovereenkomst. Wanprestatie. Overeengekomen werkzaamheden voor aanzienlijk deel niet verricht en budgetoverschrijding. Gedeeltelijke ontbinding. Ongedaanmakingsverbintenis. Parate executie.
Waardeloosverklaring hypothecaire inschrijving, 3:28 en 3:29 BW. Nietige hypotheek, 3:40 BW? Zekerheidsstelling. Verdeling voormalige echtelijke woning die tevens belast is met een strafvorderlijk beslag van het OM. De rechtbank beslist dat en op welke wijze de woning verdeeld mo
Het verzoek van Global Event Group tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor is afgewezen omdat het gezag van gewijsde van een eerder gewezen vonnis in een procedure tussen haar rechtsvoorganger en de verwerende partij zich daartegen verzet. Voor het overige is geoordeeld