Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:7065
2026-06-04
Civiel recht
251219 / HA ZA 05-3424
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek tot waarmerking vonnis als Europese executoriale titel (EET) afgewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.224 tekens)
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: 251219 / HA ZA 05-3424
Beschikking van 4 juni 2026
in de zaak van
IDM FINANCIERINGEN B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: IDM Financieringen,
advocaat: mr. D.L.A. van Voskuilen,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
1De beoordeling
1.1.
[gedaagde] is bij verstekvonnis van 21 december 2005 veroordeeld tot betaling van een geldsom aan IDM Financieringen. Hoist Finance AB (hierna: Hoist Finance) heeft op
5 maart 2026 bij de rechtbank een verzoekschrift ingediend tot waarmerking van dat vonnis als Europese executoriale titel op grond van artikel 6 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 805/2004 (hierna: de Verordening). Dit verzoek wordt afgewezen. Hoist Finance geeft aan dat IDM Financieringen haar vordering op [gedaagde] heeft overgedragen aan Hoist Portfolio Holding Ltd., die de vordering op haar beurt aan Hoist Finance heeft overgedragen. Artikel 431a Rv bepaalt dat indien de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een executoriale titel op een ander overgaat – zoals hier het geval op grond van artikel 6:142 lid 1 BW – de executie eerst kan worden aangevangen of voortgezet na betekening van deze overgang aan de geëxecuteerde. Hoist Finance stelt dat voornoemde overdrachten schriftelijk aan [gedaagde] zijn medegedeeld. Daarmee is echter niet voldaan aan artikel 431a Rv. Dat betekent dat Hoist Finance het vonnis op dit moment niet in Nederland tegen [gedaagde] ten uitvoer kan leggen, zodat niet is voldaan aan de voorwaarde uit artikel 6 lid 1 onder a van de Verordening.
2De beslissing
2.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.D. Olden en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026.
3726 / 3669
Team handel en haven
Zaaknummer: 251219 / HA ZA 05-3424
Beschikking van 4 juni 2026
in de zaak van
IDM FINANCIERINGEN B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: IDM Financieringen,
advocaat: mr. D.L.A. van Voskuilen,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
1De beoordeling
1.1.
[gedaagde] is bij verstekvonnis van 21 december 2005 veroordeeld tot betaling van een geldsom aan IDM Financieringen. Hoist Finance AB (hierna: Hoist Finance) heeft op
5 maart 2026 bij de rechtbank een verzoekschrift ingediend tot waarmerking van dat vonnis als Europese executoriale titel op grond van artikel 6 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 805/2004 (hierna: de Verordening). Dit verzoek wordt afgewezen. Hoist Finance geeft aan dat IDM Financieringen haar vordering op [gedaagde] heeft overgedragen aan Hoist Portfolio Holding Ltd., die de vordering op haar beurt aan Hoist Finance heeft overgedragen. Artikel 431a Rv bepaalt dat indien de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een executoriale titel op een ander overgaat – zoals hier het geval op grond van artikel 6:142 lid 1 BW – de executie eerst kan worden aangevangen of voortgezet na betekening van deze overgang aan de geëxecuteerde. Hoist Finance stelt dat voornoemde overdrachten schriftelijk aan [gedaagde] zijn medegedeeld. Daarmee is echter niet voldaan aan artikel 431a Rv. Dat betekent dat Hoist Finance het vonnis op dit moment niet in Nederland tegen [gedaagde] ten uitvoer kan leggen, zodat niet is voldaan aan de voorwaarde uit artikel 6 lid 1 onder a van de Verordening.
2De beslissing
2.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.D. Olden en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026.
3726 / 3669