Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld
Burgerlijk Wetboek
Art. 6:142 BW
Genoemd in 127 uitspraken · Officiële wettekst
127 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
-
Zaak na verwijzing ECLI:NL:HR:2021:1527; huwelijksvermogensrecht; art. 1:102 BW; Dozy-clausule; subrogatie; beperkende werking redelijkheid en billijkheid.
Kort geding. Cessie- en contractsoverneming mbt “non-performing loans”. Bodemrechter verklaart voor recht dat contractsoverneming nietig is. Eiser vordert voorschot op schadevergoeding omdat cessionaris ten onrechte verpande vorderingen zou hebben geïnd. Eiser kan als cessionaris
Dozy-clausule. Kan echtgenote door medeschuldenaar uit regres worden aangesproken? Neen. Regresvordering is eerst na de wijziging van het huwelijksgoederenregiem ontstaan. Kan zij uit subrogatie worden aangesproken? Neen, gelet op artikel 6:151 en 6:152 BW. Echtgenote is zelf gee
Luchtvaartzaak. Beding in algemene voorwaarden van luchtvaartmaatschappij waarin cessieverbod is opgenomen, is onredelijk bezwarend en wordt vernietigd.
Rentederivaat. Professionele partij in zin Wft. Verjaring. Geen sprake van schending zorgplicht, doeloverschrijding en wilsgebreken. Aanvulling (van de grondslagen) van de eis afgewezen.
Vermogensrecht. Vennootschapsrecht. Aansprakelijkheidsverklaring moedermaatschappij voor schulden dochtermaatschappij, art. 2:403 lid 1 onder f BW. Leidt bevoorrechte vordering op dochtermaatschappij tot bevoorrechte vordering op moedermaatschappij? Wettelijke grondslag voorrecht
Vermogensrecht. Vennootschapsrecht. Aansprakelijkheidsverklaring moedermaatschappij voor schulden dochtermaatschappij, art. 2:403 lid 1 onder f BW. Leidt bevoorrechte vordering op dochtermaatschappij tot bevoorrechte vordering op moedermaatschappij? Wettelijke grondslag voorrecht
Effectenlease. Als alleen de afnemer het Dexia Aanbod heeft ondertekend, blijft de echtgenoot in beginsel bevoegd de leaseovereenkomsten te vernietigen op grond van art. 1:88 BW. De mogelijkheid dat de echtgenoot daartoe over kan gaan, brengt mee dat onzekerheid is blijven bestaa
Verbintenissenrecht; huwelijksvermogensrecht. Regresvordering op grond van subrogatie. Schuldenaarschap bij hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van zogeheten Dozy-clausule bij aangaan huwelijkse voorwaarden staande huwelijk. Art. 6:151 BW. Beperkende werking van de redelijkhei
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Beslag- en executierecht. Overgang door fusie (art. 2:309 BW) van bevoegdheid tot tenuitvoerlegging executoriale titel. Betekening van die overgang aan de geëxecuteerde bij deurwaardersexploot (art. 431a Rv). Mogelijkheid voor verkrijgende rechts
Conclusie van raadsheer advocaat-generaal De Bock over het verhalen van kosten door het UWV op een garantsteller in het geval dat een werkgever-eigenrisicodrager failliet is verklaard. De raadsheer advocaat-generaal stelt voorop dat voor verhaal op de garantsteller niet is vereis
Vaststelling servicekosten na uitspraak huurcommissie. Beheerder heeft vordering deel servicekosten gecedeerd gekregen, maar dat geeft haar gelet op artikel 7:262 BW niet bevoegdheid servicekosten te laten vaststellen. Beheerder is daarom niet-ontvankelijk.
Vordering van een bank is gecedeerd aan een niet-bank, en daarna opnieuw gecedeerd aan een niet-bank. Vraag is of de laatste cessie rechtsgeldig is, en of de vordering vervolgens rechtsgeldig is opgeëist.
Luchtvaartzaak, compensatie voor vertraagde vlucht, lastgeving ter incasso of cessie? Cessieverbod in algemene voorwaarden niet onredelijk bezwarend, (incident tot) tussenkomst v.d. passagiers.
Prejudiciële vragen over overdraagbaarheid vordering van bank op niet-bank. Eisers in twee zaken (waarvan dit er een is) zijn cliënten van F. Van Lanschot Bankiers N.V. Op 30 september 2015 heeft Promontoria de zakelijke vastgoedleningen, die waren ondergebracht bij de Afdeling B
Prejudiciële vragen over de verschuldigdheid, kwalificatie en rang van wettelijke rente (art. 6:119 BW) en wettelijke verhoging (art. 7:625 BW) over loon dat boedelschuld is. Betekenis van de loongarantieregeling van het UWV (art. 61 Werkloosheidswet e.v.) en van een faillissemen
Prejudiciële vragen. Faillissementsrecht. Vallen rentevorderingen die tijdens faillissement ontstaan onder de werking van een faillissementsakkoord? Art. 157 en 128 Fw. Acte clair en dus geen plaats voor behandeling?
executoriale kracht van hypotheekakte voor restschuld waarin de borg is gesubrogeerd.
Luchtvaartzaak. Tussenvonnis. Uitleg bepalingen assignment form; geen lastgeving tot incasso maar eigendomsoverdracht vordering beoogd. Cessieverbod in algemene voorwaarden Ryanair naar voorlopig oordeel kantonrechter onredelijk bezwarend.
franchiseovereenkomsten door franchisenemers gesloten onder invloed van dwaling en/of bedrog?; omzetprognose als zuivere toekomstverwachting; onrechtmatige daad van franchisegever jegens franchisenemers vanwege foutieve/onvolledige informatie vóór het sluiten van de franchiseover
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2014:8254. Anders dan de eerste rechter oordeelde, is het stil pandrecht van Parallel Groep op de vorderingen van EQ op Artis rechtsgeldig gevestigd, nu de verpandingsakte vóór de datum waarop EQ failliet is verklaard, ter registratie is aangeboden. Niet i
Goederenrecht. Bevoegdheid pandhouder tot uitwinning zekerheden die zijn verbonden aan vordering pandgever op derden. HR 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2619, NJ 2006/362. Verbod van herverpanding (art. 3:242 BW).