Burenrecht, boom nabij perceelsgrens, vervolg op BP6530.
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:42 BW
Genoemd in 359 uitspraken · Officiële wettekst
359 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
Art. 81 RO. Vaststelling erfgrens. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 306 BW.
Burengeschil; overhangende takken. Nu boom monumentale status heeft en door de gemeente wordt onderhouden en beschermd, levert het (laten) snoeien van de boom door de eigenaar van het perceel waarboven de takken overhangen misbruik op van het hem op grond van artikel 5:44 BW toek
Burengeschil in oude binnenstad van (plaats) over vensters, hemelwaterafvoer, overbouw, erfgrens en bomen.
(Mede)eigendom boom; art. 5:20 lid 1, onder f, BW. Omstandigheid dat de stam verenigd is met de grond van beide erven brengt mee dat de boom toebehoort aan de eigenaren van beide erven gezamenlijk. Dit geldt ook voor bomen die ooit geplant zijn in de grond van het ene perceel maa
Burenruzie. Tot 3 meter verhoogde scheidsmuur voor de bevestiging van een overkapping levert in de gegeven omstandigheden geen misbruik van bevoegdheid op noch is sprake van onrechtmatige hinder. Veroordeling om laurierhaag, bomen en struiken die feitelijk dienst doen als scheids
Eiser stelt dat zijn bomen door gedaagde op onrechtmatige wijze zijn gesnoeid en afgetopt en vordert de hierdoor geleden schade. Gedaagde eist in reconventie verwijdering van de bomen op grond van art. 5:42 BW en vergoeding van de door hem gemaakte kosten van het snoeien en aftop
Burenrecht. Hinder van bomen. Afwijkend aanvangstijdstip van de verjaringstermijn. Aanvaarding beroep op afwijkende plaatselijke gewoonte. Geen onrechtmatige hinder.
Geschil over erfgrens, overbouw en recht van reed betreffende het perceel van de Stifting Slag by Warns
Burengeschil, artikel 5:42 lid 2 BW van toepassing nu leiperen als bomen zijn aan te merken.
Burenrecht, coniferen binnen twee meter van de erfafscheiding als bedoeld in art. 5:42 lid 2 BW. Extinctieve verjaring van vordering tot opheffing onrechtmatige toestand. Schade aan schuur door omwaaien coniferen waarvan de wortels door buurman zijn weggenomen, art. 5:44 lid 2.
[eisers] vordert: te verklaren voor recht dat ingevolge extinctieve verjaring ex artikel 3:105 van het Burgerlijk Wetboek (BW) [eisers] gerechtigd is tot gebruik al dan niet als erfpachter van het gedeelte van het aan [gedaagden] in eigendom toebehorende terrein, althans te verkl
Vordering tot een verbod op het bouwen van balkon binnen twee meter van de erfafscheiding afgewezen. Geen sprake van balkon binnen deze twee meter grens en ook overigens niet aannemelijk dat de uitbouw in gebruik zal worden genomen als een dakterras. Betreft buurt waar kennelijk
In de tuin van gedaagde staan leilinden binnen 2 meter van de erfgrens. Eiser wil op het aangrenzende perceel gaan bouwen en stelt dat de leilinden schade kunnen veroorzaken aan de (nog te bouwen) gebouwen. Gedaagde voert verweer en stelt onder meer dat er sprake is van een plaat
burenrecht; mandeligheid; erfgrenzen.
Burenrecht. Onrechtmatige hinder. Vordering in conventie tot snoeien dennebomen en coniferen buren afgewezen. Nu niet is gesteld of gebleken dat de buren eerst zijn aangemaand overhangende beplanting te verwijderen, is onrechtmatig jegens hen gehandeld. De buren is de mogelijkhei
Burengeschil. Bomen bij erfgrens. Bij APV van artikel 5:42 BW afwijkende afstand vastgesteld. Verjaring van rechtsvordering tot beëindiging onrechtmatige toestand? Schade door zetting als gevolg van aanbouw. Causaal verband.
Burenrecht. Binnen twee meter van de erfgrens geplante conifeer levert in casu geen onrechtmatige hinder op. Vordering tot verwijdering is verjaard nu vast staat dat de conifeer meer dan 20 jaar geleden is geplant er geen stuitingshandeling(en) is/zijn verricht.
Geschil met betrekking tot uitbouw van aangrenzende woning, na verkregen bouwvergunning. Vordering om bouwwerkzaamheden te staken wordt afgewezen; geen onrechtmatige hinder.
Over de aanvang van de verjaringstermijn van de vordering tot verwijdering van bomen binnen twee meter van de erfgrens. Omdat de nabuur zich ingevolge artikel 5:42 lid 3 BW niet kan verzetten tegen de aanwezigheid van bomen die niet hoger reiken dan een scheidsmuur, kan de aanwez
In geschil is de aanwezigheid van twee bomen binnen twee meter van de erfgrens van de naburige percelen. Beide bomen reiken hoger dan de aanwezige schutting. Gedaagde beroept zich ten aanzien van één boom op de verjaring van de vordering op grond van een verklaring van een aangez
''(..)'' eiseres] is eigenaar van het perceel aan de [adres] te Westdorpe, gemeente Terneuzen, waarop een woning staat die door haar wordt bewoond. De woning bevindt zich deels op en deels zeer nabij de scheiding tussen het perceel van [eiseres] en het naastgelegen perceel dat ei
Burengeschil, erfgrens, hinder.
Burengeschil. Ontvankelijkheid erfpachters in procedure na kennisneming standpunt eigenaar. Geschil omtrent erfgrens, erfdienstbaarheden, scheidingsmuur en aanwezigheid bomen op erfrgrens. Oud recht.
Het hof overweegt als volgt. De rechtbank heeft met juistheid voorop gesteld dat het ingevolge artikel 5:42 lid 1 BW, buiten uitzonderingsgevallen waarvan in dit geval geen sprake is, niet geoorloofd is om binnen de in lid 2 van dat artikel genoemde afstand bomen, heesters of str