Burengeschil. Vordering tot verwijdering van leibomen op grond van artikel 5:42 BW en artikel 5:37 jo. 6:162 BW (onrechtmatige hinder). Beroep op ontbreken belang, misbruik van bevoegdheid, rechtsverwerking en verjaring verworpen. Geen onrechtmatige hinder. Bewijsopdracht gedaagd
Burgerlijk Wetboek
Art. 5:42 BW
Genoemd in 359 uitspraken · Officiële wettekst
359 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Burengeschil.
burenzaak, overhangende takken (5:44 BW), hinder door grondkering (5:37 BW)
artikel 5:42 BW; schade aan terras als gevolg van onder de erfgrens doorschietende wortels
Aanvangstermijn verjaring: moment dat opheffing onrechtmatige toestand kan worden gevorderd (in afwijking van HR 18-12-92, NJ 93, 152); Burengeschil, art. 5:50 lid 4; 5:42 lid 3; Deskundigenkosten ten behoeve van partijdeskundigenrapport (door de oorspronkelijke gedaagde in conv
Onrechtmatige hinder door boomwortels. Schending zorgplicht door de gemeente. Eigen schuld benadeelde.
verkrijgende verjaring 3:99 lid 1 BW / eigendomsverkrijging door bevrijdende verjaring 3:105 lid 1 BW. Rechtsvordering tot opheffen van een onrechtmatige toestand 3:314 lid 1 BW jo 3:306 BW, echter leerstuk overhangende beplanting 5:44 BW van toepassing
Nieuwe huurwoningen aan rand gemeente. Hinder en slechte verhuurbaarheid door naburige schapenweide met illegale bouwsels. Kantonrechter bevoegd op grond van artikel 96 Rv. Voor onrechtmatigheid wegens bouwen zonder bouwvergunning geen bepaalde mate van hinder vereist. Schadebepe
Burenrecht. Geschil over de extinctieve verjaring van een strook grond, inbreuk op het eigendomsrecht van de buren door het plaatsen van een hekwerk tegen de zijgevel van hun woning, snoeien van beplanting binnen de in artikel 5:42 lid 1 BW genoemde afstanden, de uitleg van een e
- burengeschil - opheffing erfdienstbaarheid - schutting
Contradictoir. Vordering tot verwijdering/ inkorten van 28 bomen/struiken binnen twee meter van de erfgrens op perceel van de buurman. Rechtbank buigt zich onder meer over de vraag of het bij de in het geschil zijnde laurierkersen, rhodondenderons, coniferen en seringen gaat om b
Burengeschil over hoge bomen. Aan vordering tot verwijdering kan worden voldaan, door de beplantingen die boven de scheidsmuur uitsteken, tot (onder) de hoogte daarvan terug te brengen
Uitspraak Burenrechter (pilot). Hinder agv bomen binnen twee meter van de erfgrens. Gebod tot verwijderen bomen/heesters. Verjaring. Hoger beroep. Artikel 96 Rv, 333 Rv, 5:37 BW, 5:42 BW, 5:44 BW
Burenrecht, hoge bomen, hinder, verjaring, bewijsopdracht, artikelen 5:21, 5:37, 5:42, 5:44 en 6:162 BW.
Vordering ex art. 5:55 BW (‘Indien door een dreigende instorting van een gebouw of werk een naburig erf in gevaar wordt gebracht, kan de eigenaar van dat erf te allen tijde vorderen dat maatregelen worden genomen teneinde het gevaar op te heffen.’). Gevaar van muur voor naburig e
Burengeschil over overhangende takken en doorschietende wortels van bomen. Vóór aanvang van de procedure heeft de bomeneigenares de takken al weggesnoeid. Anders dan de eerste rechter ziet het hof geen reden voor een gebod de bomen ingekort te houden. Gelet op de artt. 5:42 lid 4
Kort geding. Verkrijgende verjaring. Bij de beantwoording van de vraag of de (rechtsvoorgangers) van eisers de in het geding zijnde strook in bezit hebben genomen, komt het aan op de uitleg van de overeenkomst tussen (de rechtsvoorgangers van) partijen. De vraag die voorligt is o
Op het perceel van appellante staat al honderdvijftig jaar een boom binnen twee meter vanaf de erfgrens met het perceel van geïntimeerden. De boom heeft door zijn plaats den groei in de loop van de jaren schade veroorzaakt aan de garage van geïntimeerden. In deze procedure vorder
Op het perceel van appellante staat al honderdvijftig jaar een boom binnen twee meter vanaf de erfgrens met het perceel van geïntimeerden. De boom heeft door zijn plaats den groei in de loop van de jaren schade veroorzaakt aan de garage van geïntimeerden. In deze procedure vorder
Burenzaak. Vordering om de overhangende takken van een beukenboom te snoeien. Kantonrechter bevoegd? Overhangen van takken als bedoeld in art. 5:44 BW levert op zichzelf nog geen onrechtmatige toestand op als bedoeld in art. 6:162 BW. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden nodig
Burengeschil. Geen onrechtmatige hinder, geen onrechtmatige inbreuk op erfdienstbaarheid van weg. Gesteld gebruik in strijd met bestemming als zodanig niet onrechtmatig. In reconventie wordt de verwijdering van bomen bevolen o.g.v. artikel 5:42 BW.
Erfdienstbaarheid. Veroordeling om een aantal obstakels van een inrit te verwijderen, op straffe van een dwangsom.
Burengeschil over hoogte van coniferenhaag in kader van art. 5:42 BW en art. 5:37 BW. Vervolg op ECLI:NL:GHSHE:2015:921. Dat coniferen in dit geval in een haag staan (binnen twee meter van de erfgrens) ontneemt aan de coniferen in beginsel niet het karakter van bomen (die een aan
Burenrecht. Verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit. Bestraten en onderhouden klein strookje grond voor eigen woning brengt in de gegeven omstandigheden mee dat naar verkeersopvatting sprake is van bezit
Boom op minder dan 2 meter van de erfgrens mag worden verwijderd.