Verjaringstermijn voor de vordering van de bank die resteert nadat het hypothecaire zekerheidsrecht is uitgewonnen bedraagt vijf jaar. Het is in de onderhavige situatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de bank cliënten houdt aan de voorwaarde dat
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:323 BW
Genoemd in 52 uitspraken · Officiële wettekst
52 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verjaring en stuiting. Appellant had een hypothecaire geldlening en er ontstond achterstand in de aflossingen. De bank heeft na executoriaal beslag op het loon van appellant (2010) de woning executoriaal verkocht (2012) waarna er nog een restschuld was. Op die restschuld bleef he
Handelszaak. Is handhaven van executoriaal loonbeslag door de bank onrechtmatig omdat de vordering waarvoor dit beslag is gelegd is verjaard? Geoordeeld wordt van niet. De vordering waarvoor het executoriale loonbeslag is gelegd, is door dit executoriale loonbeslag maandelijks ge
Erfrecht. Verdeling nalatenschappen ouders. Verjaring geldlening in familieverband. Wel af te leggen rekening en verantwoording.
Vermogensrecht. Verjaring. Vordering uit hypothecaire geldlening. Hypotheekrecht uitgewonnen. Stuiting door maandelijkse inning executoriaal loonbeslag? Daad van rechtsvervolging. Art. 3:307 BW. Art. 3:316 BW. Art. 3:323 lid 3 BW.
3:194 lid 2 BW, 3:321 lid 1 f BW. Opzettelijk verzwijgen vordering nalatenschap op deelgenoot door die deelgenoot, verlenging verjaringstermijn. Eindarrest: ECLI:NL:GHARL:2023:10539
--
Tussenvonnis. Eiser vordert waardeloosverklaring van een hypotheekrecht o.g.v. artikel 3:29 BW. Geoordeeld wordt dat de BV niet is opgehouden te bestaan en dat de vordering is verjaard. Eiser kan daarom aanspraak maken op doorhaling van de hypotheek. De (vereffenaar van de) BV is
Executieveiling woning kan doorgaan. Op grond van het afstemmingsbeginsel dient in dit kort geding te worden aangesloten bij een vonnis in een bodemzaak van de rechtbank Amsterdam, waarin is geoordeeld dat de banken een hypotheekrecht op de woning hebben. Het hypotheekrecht is ni
Borgtocht. Verjaring – artikel 3:323 lid 3 BW. Vordering van bank uit hoofde van borgtocht gedekt door hypotheek? Toepassing van objectieve uitlegmaatstaf.
Geldvordering. Cessie door erven. Geen verjaring in verband met artikel 3:323 lid 3 BW (termijn van 20 jaar vanwege hypotheekrecht). Geen strijd met fiduciaverbod. Beroep op artikel 1:88 en 1:89 BW niet gedaan door echtgenote.
Discussie over diverse financieringsverhoudingen, de vraag of er nog vorderingen resteren en welke zekerheden daarvoor mogen worden uitgewonnen.
Executiegeschil. Geen verjaring vordering restschuld hypotheek.
De met hypotheek versterkte vordering is niet verjaard (artikel 3:319 BW). Mogelijke aanspraak op bank wegens schending van de zorgplicht is vervallen met de vaststellingsovereenkomst die is gesloten naar aanleiding van het geschil.
Verjaring. Hypotheekrecht. Procesrecht. Verjaring restschuld lening na uitwinning hypothecair verbonden goed. Stuit de maandelijkse inning van afdracht krachtens loonbeslag de verjaring van de restschuld als een daad van rechtsvervolging in de zin van art. 3:316 lid 1 BW? Is art.
Derdenbeslag, ongenoegzame betwisting tegenover de beslaglegger van de vordering van de derde-beslagene op de beslagdebiteur.
Depotovereenkomst. Wie heeft recht op de in depot gestorte restantopbrengst van een onroerende zaak? Zijn de vordering en hypotheekrechten van de bank die in het verleden financieringen heeft verstrekt door fusie en afsplitsing overgegaan op de partij die nu aanspraak maakt op he
Bijzondere overeenkomst; overige bijzondere overeenkomst
Opzettelijke verzwijging van goed gemeenschap? Art. 3:194 lid 2 BW. Bewijslast m.b.t. aflossing van geldlening. Stelplicht m.b.t. opzet.
Borgtocht; lengte verjaringstermijn. Eiser vordert van gedaagde betaling op basis van de borgtocht. Volgens gedaagde is die vordering verjaard omdat de verjaringstermijn van art. 3:307 BW is verlopen nadat de vordering opeisbaar is geworden. Volgens bank is verjaringstermijn van
Familierecht. Gemeenschap. Verdeling. Ambtshalve beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep op grond van ontbreken inschrijving rechtsmiddelenregister ex artikel 3:300 lid 2 en 3:301 lid 2 BW.
Erfrecht. Wijze van verdeling gelast. Eindvonnis na meerdere tussenvonnissen.
Tussenvonnis. Erfrecht. Gedwongen schuldtoerekening (3:184 BW jo 4:228 BW) en verjaring. Terugkomen van bindende eindbeslissing.
Vordering tot nakoming van vaststellingsovereenkomst niet verzekerd met hypotheekrecht. Korte verjaringstermijn (artikel 3:307 lid 1 BW) van toepassing. Vordering verjaard.
Vordering tot levering van een weiland aan de koper is verjaard. Koopprijs is betaald. Beroep op verjaring is in dit geval - gelet op alle concrete omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang bezien - naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.