Vaststelling vordering ex 4:223 lid 2 BW. IPR, Erfrechtverordening, heropening van eerder geliquideerde Duitse vennootschap. Vordering uit hoofde van vonnis uit 1997 niet verjaard in verband met het bepaalde in artt. 2:23c lid 1 en 2 BW, 3:320 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:320 BW
Genoemd in 108 uitspraken · Officiële wettekst
108 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
rechten en verplichtingen van niet gehuwde samenwoners ten opzichte van elkaar
Geldlening, hoofdelijke aansprakelijkheid of borgtocht, beroep op 7:853 BW.
samenstel van rechtshandelingen, draagplicht voor rekening-courantschuld
Personen- en familierecht; huwelijksvermogensrecht; uitleg huwelijkse voorwaarden; waardering van de echtelijke woning; gebondenheid aan taxatierapport; onderlinge draagplicht hypothecaire geldleningen; verrekening; (wettelijke) rente; verjaring vorderingen
Bestuurdersaansprakelijkheid; vorderingen van curator deels verjaard; Andere belangrijke oorzaken van het faillissement.
verzoek tot matiging terugbetaling kosten BZV formele relatie: CUR201800860
Kort geding. Vordering vrouw uit hoofde van vennootschapsovereenkomst. Opheffen beslagen. Gezag van gewijsde van in echtscheidingsprocedure gegeven beslissingen. Verjaring. Effect van mededelingen die over en weer in echtscheidingsprocedure zijn gedaan voor antwoord op vraag of v
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden – verjaring – naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar – vergoedingsrecht.
Bankrecht. Borgtocht. Uitwinning pandrecht. Vordering van de bank tot betaling uit hoofde van een borgtocht. De borg was (indirect) bestuurder van vennootschappen. Het krediet dat door de bank aan deze vennootschappen was verstrekt is opgezegd en na uitwinning van de zekerheden r
Bestuurdersaansprakelijkheid. Ernstig verwijt vanwege handelen in strijd met het statutaire doel en met tegenstrijdig belang.
Heropening vereffening van een in 2011 door ‘turboliquidatie’ ontbonden stichting.
Appel van ECLI:NL:RBNHO:2018:5245. ITD heeft onvoldoende gemotiveerd dat vordering op Gemeente nog aan haar toebehoorde. Bovendien is de eventuele vordering reeds verjaard.
Vordering tot schadevergoeding op grond van aansprakelijkheid assurantietussenpersoon. Vordering, voor zover gegrond op valsheid in geschrifte, wordt afgewezen. Vordering, voor zover gegrond op beroepsaansprakelijkheid, is verjaard.
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Faillietverklaring. Betwisting vordering aanvrager o.g.v. beroep op verjaring. Hof oordeelt beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Onrechtmatige daad – artikel 2:9 BW – onbehoorlijke taakvervulling penningmeester van een stichting – niet terugbetaalde geldopnames voor privé-doeleinden
Vordering van bank op particuliere borgen toegewezen. Verweren van borgen falen.
Borgtocht
Pensioengeschil over nakoming pensioentoezegging aan directeur in 1991 en voorwaardelijke instemming met wijziging pensioengrondslag in 2004. Verjaringsperikelen.
Verzekeringsrecht. Procesrecht. Verzetprocedure. Lijfrentepolis. Wie is begunstigde van de polis? Aansprakelijkheid tussenpersoon. Onrechtmatige daad. Verjaring van de vordering. Verlengingsgrond van artikel 2:23c lid 2 BW. Mogelijkheid tot stuiting van vordering gedurende de tij
voor recht te verklaren dat de gemeente jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld door bij besluit van 24 oktober 2002 te weigeren vrijstelling te verlenen voor het voeren van detailhandel
Borgtocht en verjaring. 7:853 BW. HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1182
Geldlening tussen (ex) echtgenoten. Verlengingsgrond verjaringstermijn. Artikelen 3:320 en 321, lid 1 sub a BW.
Na ontslag stellen (voormalig) statutair bestuurder en vennootschap over en weer vorderingen tegen elkaar in. Tot het oordeel wordt gekomen dat bestuurder zich weinig gelegen heeft laten liggen aan de hem gestelde grenzen en beperkingen en bewust een situatie van onduidelijkheid
Huwelijkse voorwaarden. Geen verjaring. Geen vernietiging op grond van wilsgebreken.