Vordering shockschade. Verjaring. De schade is niet tot na de verjaringstermijn verborgen gebleven, dus aan de doorbrekingsgronden van Van Hese/De Schelde wordt niet toegekomen. Afwijzing
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:320 BW
Genoemd in 108 uitspraken · Officiële wettekst
108 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Vermogensrecht. Ondernemingsrecht. Borgtocht en verjaring; art. 7:853 BW. Einde verjaringstermijn van vordering op niet meer bestaande rechtspersoon. Geldt verlengde termijn van art. 2:23c lid 2 BW jo. art. 3:320 BW slechts indien vereffening wordt heropend, of loopt verjaringste
Vervolg op rechtbank Amsterdam 27 juli 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:4704. De stellingen van gedaagde die erop neerkomen dat toekenning van volledige schadevergoeding in de gegeven omstandigheden tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden, slagen alleen voor zover het de kosten
Art. 843a Rv-incident.
verplichte deelname bedrijfstakregelingen, werkingssfeeronderzoek, strekking art. 220 Rv.
Een naheffingsaanslag OB 2003 voor een geliquideerde BV, die pas in 2009, naheropening van de vereffening, is bekendgemaakt, is niet tijdig bekendgemaakt. De voormalige bestuurder van de BV kan daarvoor niet aansprakelijk worden gesteld. De aansprakelijkheid voor de naheffingsaan
Faillissementsrecht. Tweede faillissement. Aanvang verjaringstermijn van gedurende het eerste faillissement ontstane rentevorderingen (art. 3:308 BW). Vraag of deze vorderingen, die gedurende dat faillissement niet konden worden geverifieerd (art. 128 Fw), opeisbaar waren.
Vervolg op Hoge Raad 20-06-2014, ECLI:NL:HR:2014:1492: Beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Art. 6 lid 2 BW. Onrechtmatige daad. Verjaring vordering op grond van gevoerd voogdijbewind, art. 1:377 (oud) BW. Overgangsrecht, art. 73 O
Aanneming van werk. Vordering tot verklaring voor recht dat aannemer voor fouten aansprakelijk is en tot schadvergoeding. Verjaring? Verjaringstermijn van twee jaar van art. 7:761 BW. Herstel in de zin van art. 7:761 lid 3 BW. Voorgeschreven gebruik materiaal?
Onrechtmatige daad. Verjaring vordering op grond van gevoerd voogdijbewind, art. 1:377 (oud) BW. Overgangsrecht, art. 73 Ow NBW en Invoeringswet Boeken 3, 5 en 6 NBW. Gronden voor verlenging? Vertegenwoordiging en bewind, art. 3:321 lid 1, aanhef en onder b en c, en lid 2 BW. Opz
art. 2:248 BW, art. 6:248 lid 2 BW. Aansprakelijkheid bestuurder voor tekort in faillissement. Is beroep op niet verrekenbaarheid van de rekening-courantvordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?
Diverse vragen met betrekking tot de dwangsom: bevoegdheid, verjaring, onmogelijkheid om aan hoofdveroordeling te voldoen; gezag van gewijsde
Vordering op grond van toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een koopovereenkomst met betrekking tot bedrijfsruimte, waar sprake is van overtollig bouwvocht en lekkages. Eiseres sub 1 is weliswaar ontbonden, maar zij is herleefd door de heropening van de vereffening en ont
Expeditie-overeenkomst. Tegenvordering tot betalen schadevergoeding verjaard op grond van Fenex-voorwaarden. Verjaring staat niet in de weg aan beroep op verrekening. Aansprakelijkheid van expediteur voor schade aan vervoerde goederen niet eenvoudig vast te stellen, zodat het ber
Verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Vordering verjaard? Volgens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad heeft een verjaringstermijn een objectief en absoluut karakter en het beginsel van de rechtszekerheid brengt met zich mee dat hieraan strikt de hand g
Aansprakelijkheid bestuurder; Decharge; Verjaring.
Artikel 41 en 49 van de Invorderingswet 1990. Aansprakelijkstelling zetelverplaatser is mogelijk zonder dat de vereffening van de geliquideerde BV is heropend en de navorderingsaanslag is bekendgemaakt aan de belastingschuldige. Geen aansprakelijkheid voor de invorderingsrente, o
Onrechtmatige overheidsdaad. Verjaring. Strafrechtelijk beslag. Dat de staat niet heeft ver-meld wat er met het in beslag genomen geld is gebeurd, levert geen grond op voor verlenging van verjaringstermijn op de voet van art. 3:321 lid , aanhef en onder f, BW; geen stuitings-hand
In 2005 heeft eiser de sigarettenproductie- en -verkoopbedrijven British American Tobacco (BAT) Exports B.V. en BAT Manufacturing B.V. gedagvaard. Hij stelt dat hij van 1957 tot 1983 (toen hij met roken stopte) achtereenvolgens Caballero-, Peter Stuyvesant- en Lord-sigaretten hee
In kort geding heeft eiser voldoende aannemelijk gemaakt dat de invorderingsbevoegdheid van verbeurde dwangsommen door de gemeente is verjaard. Het instellen van verzet of hoger beroep heeft slechts schorsende werking, het bewerkstelligt geen verlenging van de verjaringstermijn.
Huwelijkse voorwaarden, stuiting van de verjaring, rechtsverwerking, in strijd met redelijkheid en billijkheid de man te houden aan de terugbetaling van de gehele tijdens het huwelijk verschuldigde rente over geld dat de vrouw aan de man heeft geleend ten tijde van hun huwelijk.
Ontslag wegens faillissement. In opzeggingsbrief doorbetaling loon over de opzegtermijn toegezegd door curatoren. Na opzegging en voor verstrijken opzegtermijn is eiser elders in dienst getreden. Volgens curatoren kan werknemer geen aanspraak meer maken op loondoorbetaling tijden
Huwelijkse voorwaarden: beroep op dwaling bij tot standkoming is verjaard. Inhoud verrekenbeding vastgesteld met behulp van Haviltex
Opheffing conservatoir beslag; Stuiting verjaringstermijn. De vrouw beroept zich terecht op het bepaalde in artikel 3:320 juncto artikel 3:321 BW. Dat deze artikelen zouden moeten wijken voor het bepaalde in artikel 611 g Rv zoals de man stelt, gaat niet op, nu het het tweede lid
17 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/158HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], handelende als opvolger van [betrokkene 1], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Milieu Management Diensten B.V., wonende te [woonplaats], EISER tot ca