Ondernemingsrecht. Interne bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:9 BW en art. 2:11 BW). Verjaring (art. 3:310 lid 1 BW). Toerekening van kennis aan rechtspersoon. Samenhang met 22/02385.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:320 BW
Genoemd in 108 uitspraken · Officiële wettekst
108 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Vermogensrecht. Verjaring van rechtsvordering tot vergoeding van schade. Aanvang korte verjaringstermijn (3:310 BW).
Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:9 BW), tegenstrijdig belang/belangenverstrengeling.
procesrecht, betekenis akte niet dienen, afwikkeling huwelijkse voorwaarden
Aansprakelijkheid voormalig bestuurders woningstichting; tegenstrijdig belang woningstichting en bestuurder; betalingen/onttrekkingen zonder rechtsgrond; onverschuldigde betaling; ongerechtvaardigde verrijking; onrechtmatige daad; ernstig verwijt; verjaring; rechtsverwerking
Overeenkomst van borgtocht. Verjaring vordering op hoofdschuldenaar? Verlengingsgrond verjaringstermijn. Hoofdschuldenaar is een vennootschap die na het opheffen van haar faillissement niet meer bestaat. De vordering op een niet meer bestaande rechtspersoon verjaart niet, omdat b
Bevoegdheid tot invordering van bestuursrechtelijke dwangsom verjaard op het moment van beslaglegging. Het verzet tegen een dwangbevel tot invordering van verbeurde dwangsommen schorst de verjaringstermijn. Na de beslissing op verzet tegen dwangbevel tot invordeing van verbeurde
Relatievermogensrecht. Informeel samenlevenden, financiële afwikkeling na beëindiging van affectieve relatie. Regresvordering van man op vrouw; verrekening (art. 6:131 lid 1 BW), verjaring (art. 3:307 BW).
De man heeft een vergoedingsvordering van € 567.826,- te vermeerderen met wettelijke rente. De man heeft een rekening-courantschuld van de vrouw bij haar BV afgelost. Leerstuk van de verjaring en de stuitingsbrief.
Aansprakelijkheid van twee oud-bestuurders van een stichting op grond van artikel 2:9 BW. Omvang schadevergoeding. Beroep op matiging. Onverschuldigde betaling.
Deze zaak gaat over de vraag of geïntimeerden met hun werkzaamheden onder de werkingssfeer van de bouwregelingen vallen en zodoende verplicht zijn deel te nemen in Bpf Bouw. Het antwoord in hoger beroep luidt, anders dan in eerste aanleg, bevestigend. Het hof laat zich ook uit ov
in deze zaak is de vraag aan de orde of appellanten onder het toepassingsbereik van het verplichtstellingsbesluit tot deelneming in Bpf MITT valt en verplicht is aangesloten bij Bpf MITT. Het hof ziet aanleiding om de behandeling van deze zaak aan te houden in afwachting van het
Herleving van een ontbonden rechtspersoon in een procedure tot faillietverklaring omdat summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog baten zijn en ook aan de overige vereisten voor faillietverklaring is voldaan. De rechtspersoon
Heropening vereffening
Indiening memorie van grieven. Cessie. Verweermiddelen. De memorie van grieven kan ook per e-mail worden ingediend. Na cessie moet vordering tot ontbinding gericht zijn tegen oorspronkelijke schuldeiser, tenzij de vordering is verjaard (art. 6:149 BW). Verrekening stuit af op int
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 BW. Ernstig verwijt. In geval van faillissement moet de verlenging van de verjaringstermijn als bedoeld in artikel 3:321(d) jo. artikel 3:320 BW geacht worden te gaan lopen met ingang van de dag van het faillissement.
Civiel. Algemeen verbintenissenrecht. Langdurige affectieve relatie van partijen wordt gekwalificeerd als informeel samenwonen.
VVE spreekt oud bestuurder aan op grond van artikel 2:9 BW vanwege het niet ingrijpen in een constructie waarbij de inning en het beheer van de servicekosten door een stichting is gedaan en niet door de vve. Geen voldoende ernstig verwijt; de gestelde schade is geen schade van de
“Huwelijkse voorwaarden, koude uitsluiting, woning juridisch eigendom van vrouw, economische eigendom van man en vrouw. Uit verklaring van economisch eigendom volgt niet dat vrouw geen aanspraak kan maken op vergoeding van haar investering in de woning. Algemene verjaringstermijn
Aansprakelijkheid van bestuurders t.o.v. Stichting Buro Ziektekostenvoorzieningen (Curaçao). Ernstig verwijt van onbehoorlijk bestuur. Verjaring. Toerekening van kennis. Matiging van de vergoedingsplicht. Hoofdelijke veroordeling?
Verbintenissenrecht. Geschil tussen ex-samenwoners. Afrekeningsovereenkomst m.b.t. woningwaarde uit 2008; beroep op verjaring (art. 3:307 lid 1 BW); Is sprake van rechtsvordering tot verdeling woningwaarde/samenlevingsgemeenschap (art. 3:178 BW) die niet verjaart; erkenning (art.
Aansprakelijkheid van twee oud bestuurders van een stichting op grond van artikel 2:9 BW. Beroep op verjaring slaagt niet. Schade wordt gematigd.
Curaçaose zaak Aansprakelijkheid (feitelijk) bestuurders en commissaris voor schade van vennootschappen; te betrachten zorgvuldigheid met betrekking tot de belangen van de bij de Ennia-vennootschappen en haar onderneming betrokken polishouders en verzekerden. Ernstig verwijt. Beo
personen- en familierecht; verjaring van geldvordering; schadevergoedingsvordering
Vervoerszaak. Het CMR verdrag is van toepassing op deze zaak. De vraag is of er sprake is van verjaring van een rechtsvordering tot een negatieve verklaring voor recht. Stuiting, schorsing en verlenging komen aan de orde.