Goederenrecht, verjaring. Eigendomsverkrijging van perceel grond door bezitter te kwader trouw ingevolge verjaring; art. 3:105 lid 1 en 3:314 lid 2 BW. Objectieve maatstaf, kenbaarheid, ondubbelzinnigheid. Kenbaarheid van het bezit indien het perceel moeilijk begaanbaar of moeili
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:306 BW
Genoemd in 924 uitspraken · Officiële wettekst
924 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Recht van opstal. Verkrijging door verjaring van rechtsvordering tot beëindiging van bezit (art. 3:306 jo. 3:105 lid 1 BW); stelplicht.
Vordering tot ontruiming strook grond. Verkrijging door verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit, art. 3:105 BW. Interversieverbod, art. 3:111 BW. Aanvang verjaringstermijn, art. 3:314 lid 2 BW.
Personen- en familierecht. Verdeling algehele gemeenschap van goederen. Verdeling van een gemeenschapsgoed (art. 3:178 BW). Verdeling van een overgeslagen goed (art. 3:179 lid 2 BW). Verjaring.
Goederenrecht. Verkrijging eigendom strook grond door bezitter niet te goeder trouw op grond van verjaring (art. 3:105 BW jo. art. 3:314 lid 2 BW en art. 3:306 BW). Onrechtmatige daad jegens voormalige eigenaar; vordering tot schadevergoeding in natura door levering strook grond
art. 3: 105 BW, art. 3: 108 BW, art. 3: 113 BW bevrijdende verjaring; vraag of sprake is van verkrijging in aansluiting op de extinctieve verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging van het bezit van een strook grond van de gemeente gelegen tussen een tuin van een particulie
Intellectuele eigendom (merkenrecht), goederenrecht en internationaal privaatrecht. Revindicatie van Benelux-merkrechten wodka (Stolichnaya, Moskovskaya, Na Zdorovye). Toepasselijk recht op goederenrechtelijke aspecten van Benelux-merkrechten; (toepasselijk recht op) verjaring re
Vermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313 BW. Beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Art. 6:2 lid 2 BW. Uitzonderlijk geval? HR 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5635.
Verjaring. Huwelijksvermogensrecht. Vergoedingsrecht uit hoofde van huwelijkse voorwaarden in verband met vermogensverschuiving tussen echtgenoten. HR 12 juni 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC2558. Art. 1:87 BW. Had hof i.p.v. aan verjaringstermijn van twintig jaar (art. 3:306 BW) overeen
1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/030HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], wonende te [woonplaats], 2. de stichting SINT LUCAS ANDREAS ZIEKENHUIS, gevestigd te Amsterdam, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n ONDERLINGE WAARB
misleidende reclame; collectieve actie; vordering van Stichting Loterijverlies tegen Staatsloterij op grond van artikel 6:194 (oud) BW toegewezen.
Eigendom van een strook grond; verkrijgende (art. 3:99 BW) of bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW)?; devolutieve werking; maatstaf voor inbezitneming.
Arubaanse zaak; gebruik strand; verjaring ex art. 3:105 jo 3:306 BWA; bezit van openbare overheidsgrond?; uiterlijke feiten (art. 3:108 BWA); verenigbaarheid van gebruik met houderschap voor de overheid
-
Vordering uit onrechtmatige daad; verjaring; art. 3:310 lid 1 BW; aanvangsmoment subjectieve vijfjarige verjaringstermijn; maatstaf bekendheid met schade; onderzoeksplicht?
oud recht, verkrijgende verjaring, bevrijdende verjaring, bezit, goede trouw, artikel 93 Overgangswet.
Vermogensrecht. Geen verkrijgende verjaring van strook grond ex art. 3:105 BW. Hof had moeten onderkennen dat na de erkenning in de zin van art. 3:318 BW, waardoor de verjaring werd gestuit, op de voet van art. 3:319 BW een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaren aanving. In dit
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad (over steegje buurperceel). Verkrijging door verjaring op grond van art. 3:105 BW in verbinding met art. 3:306 BW? Bezit? Bezitsdaden? Behelst art. 3:119 lid 2 BW een uitzondering op art. 3:109 BW?
Pensioenzaak. Bedrijfstakpensioenfonds heeft recht op informatie en afdracht premie over een langere periode dan de kantonrechter toestond. Stuiting verjaring en aanvang verjaringstermijn van artikel 3:308 BW wanneer fonds niet bekend is met verplichte deelneming.
Financieel recht. Effectenlease (Dexia). Negatieve verklaring voor recht; daarvoor vereist belang; stelplicht en bewijslast. Advisering en schadeverdeling. Buitengerechtelijke kosten en van kleur verschieten ex art. 6:96 lid 3 BW en art. 241 Rv. Geen belang bij slagen klacht in p
geen verjaring ex art. 105 BW van strook gemeente grond; aan bezit te stellen eisen.
IE-geschil wodkamerken - wie is rechthebbende? Overgang tijdens uiteenvallen Sovjet-Unie - ruimte na appel en cassatie tussenvonnis.
Erfdienstbaarheid. Verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit. Bezit. Kwalitatief recht.
bezit, verkrijgende verjaring
Merkenrecht; bevel aan gedaagde om STOLICHNAYA- en MOSKOVKAYA-merken op naam te zetten van eiseres (Russische staatsonderneming); nietigverklaring van latere merken van gedaagde die STOLICHNAYA, MOSKOVSKAYA of STOLI bevatten en inbreukverbod.