Beslagrecht, faillissement; art. 33 F. Valt (restant)executieopbrengst in de boedel indien gelden ten tijde van faillietverklaring geëxecuteerde nog onder de notaris zijn? Het ligt in het verlengde van HR 25 januari 2008, LJN BB8653, NJ 2008/66 en strookt ook met doel executie, o
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:271 BW
Genoemd in 29 uitspraken · Officiële wettekst
29 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Conservatoir beslag, gevolgd door hoofdzaak waarin in appel verklaring voor recht in plaats van veroordeling wordt gevorderd. Art. 700 lid 3 Rv. Levert arrest executoriale titel op? Verjaringstermijn. Art. 3:324 lid 1 BW. Rangregeling. Art. 552 Rv. Renvooiprocedure.
Hoger beroep; renvooiprocedure; na executieverkoop door hypotheekhouder rangregeling voor resterende netto-executieopbrengst; conservatoir beslag en rechtsvordering; gewijsde van verklaring voor recht; verjaring; stuiting; proceskostenveroordeling deelbaar. Artikelen 3:270, 271,
Conservatoir beslag op registergoed gevolgd door eis in de hoofdzaak; verval van het beslag doordat in hoger beroep nog slechts een declaratoir wordt gevorderd?; verdeling na executie door hypotheekhouder (art. 3:270 BW); rangregeling en renvooiprocedure; inmiddels verjaarde vord
Gedaagde, een curator, heeft “tegenspraak” gedaan in een renvooiprocedure in een faillissementskwestie. Daar zijn partijen niet tot overeenstemming gekomen, waardoor een civiele procedure gevoerd moest worden. Eisers stellen in deze civiele procedure dat de curator geen “tegenspr
Gerechtelijke rangregeling 3:271 lid 1 BW; bevelschrift 485 Rv.
De kwestie betreft de verdeling van de restant executieopbrengst wanneer na een beslag een hypotheekrecht op de onroerende zaak wordt gevestigd dat in tijd wordt gevolgd door weer een beslag op deze onroerende zaak. De anterieure beslaglegger en de posterieure hypotheekhouder gaa
artikel 3:271 lid 1 BW en artikel 3:29 lid 1 BW. Een verzoek aan de handelsrechter om de gevestigde hypotheekrechten waardeloos te verklaren. In beginsel dient een dergelijk verzoek bij dagvaarding te worden aangebracht en dient er een 'spoorwissel' toegepast te worden. Dat is ec
De vordering van eisers wordt afgewezen omdat een rechtsgeldige oproeping van gedaagden ontbreekt.
Tussenbeschikking. Verzoek tot benoemen rechter-commissaris voor het vaststellen van een rechterlijke rangregeling ex art. 3:271 BW en artikel 552 Rv. Voorgenomen beslissing om verzoeker in zijn verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, omdat verzoeker geen belanghebbende is als be
Renvooiprocedure in faillissement. Zijn wijzigingen van eis toelaatbaar? Eiseres beroept zich op een rekening-courantverhouding met de failliete vennootschap en op vorderingsrechten van derden op de failliete vennootschap die eiseres heeft overgenomen. De curator en een andere sc
Hoger beroep van ECLI:NL:RBOVE:2021:4855; na ondershandse executoriale verkoop door en uitbetaling aan eerste hypotheekhouder geschilpunten rond gerechtelijke rangregeling met tweede hypotheekhouder en faillissementscurator van de schuldenaar; ontvankelijkheid van tweede hypothee
art. 2:15 BW / art. 5:130 BW / sprake van achterstand in de VvE-bijdragen / het hoger beroep gaat over het VvE-besluit van 23 september 2021 waarin is besloten om de bestuurder van de VvE te machtigen om de vervolgprocedure in te zetten om te komen tot een openbare verkoop van de
Kort geding. Vordering op grond van artikel 3:270, lid 4 BW. Nu zowel eiser (beslaglegger) als de hypotheekhouder beiden gemotiveerd aanspraak maken op (een deel van) de executie opbrengst en niet op voorhand kan worden gezegd dat de stellingen van eiser geen enkele kans van slag
Kort geding, executiegeschil, hypotheekrecht Geschil tussen twee broers. De ene broer heeft van de andere ruim tien jaar geleden een bedrag geleend en ten gunste van de broer van wie hij het geld leende een recht van hypotheek gevestigd op zijn woning. Vast staat dat het volledig
Parate executie door (eerste) hypotheekhouder. Vordering tot betaling van restantvordering bestaande uit boeterente. Matiging van boete op grond van art. 6:248 lid 2 c.q. 6:94 BW. Verhouding tot rangregeling ex art. 3:271 lid 1 BW. Bepaalbaarheid cessieakte.
Kort geding. Hypothecaire leningen. Zakelijke lening en woninglening. Cross-defaultbepaling. Indien er problemen zijn met de ene lening, mag de Bank ook de andere lening beëindigen. De eerste rechter heeft terecht de vorderingen van de leningdebiteuren, gericht op voortzetting va
Erfrecht. Moeten vorderingen van de dochter aan te merken als schulden van de nalatenschap van erflater. Hof gelast comparitie van partijen.
Geschil over verdeling en uitkering van opbrengst onderhandse verkoop verhypothekeerd goed. Positie eerste hypotheekhouder jegens koper en overige hypotheekhouders. Vordering van overige hypotheekhouders jegens behandelend notaris tot uitkering overeenkomstig artikel 3:271 lid 2
Gebod om mee te werken aan het om niet door halen van een hypothecaire inschrijving.
Beslissing op verzoek ex artikel 3:270 lid 4 BW. Voorzieningenrechter bepaalt dat de netto-executieopbrengst niet mag worden uitgekeerd aan de eerste hypotheekhouder.
Aanspraak op executieopbrengst bank. Geen doeloverschrijding. De aanspraak op de executieopbrengst van het bedrijfspand is niet teniet gegaan als gevolg van nietigheid wegens doeloverschrijding of als gevolg van het ontbreken van toestemming ex artikel 1:88 BW.
Erflater en dochter hebben tijdens leven erflater allerhande constructies opgezet om vermogen veilig te stellen. Tweede echtgenote wordt thans aangesproken door dochter, haar echtgenoot en de kleinkinderen van erflater.
Het gaat in deze zaak om het handelen van gedaagde sub 1 als notaris in het kader van de executoriale verkoop van een onroerende zaak. De rechtbank acht bewezen dat gedaagde sub 1 toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de op hem rustende verbintenis tot beheer van de
Artikel 33 Fw.; Gerechtelijke tenuitvoerlegging op een onroerende zaak die nog niet was voltooid ten tijde van het faillissement van de schuldenaar. Het restant van de executieopbrengst maakte nog deel uit van het vermogen van de failliet en valt in de boedel. Geen sprake van afg