Hypotheekhoudster (de bank) heeft appartementencomplex op de voet van artikel 3:268 lid 2 BW onderhands executoriaal verkocht aan eiseres. Nadien is eiseres gebleken dat gedaagden een van de appartementen bewonen. De stelling van eiseres dat de huurovereenkomst van gedaagden een
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:268 BW
Genoemd in 496 uitspraken · Officiële wettekst
496 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 17 · live
Executoriale kracht notariële akte; criteria HR 26 juni 1992 (NJ 1993/449). De vermelding in de hypotheekakte is te algemeen om te kunnen dienen ter omschrijving van een ten tijde van het verlijden van de akte bestaande vordering/rechtsverhouding. De aanduiding "uit welken andere
Gerechtelijke rangregelingverdeling restant executie-opbrengst. Niet in algemene zin bijzondere zorgplicht voor een bank. Niet rechtbank maar rechter-commissaris geeft bevelschrift ex artikel 485 Rv af om (restant) opbrengst aan de in aanmerking komende schuldeisers uit te keren.
Spoed kortgeding. Vordering van de man tot betaling door de vrouw van een bedrag als voorschot op de boedelscheiding afgewezen. De man heeft onvoldoende onderbouwd dat hij een vordering op de vrouw wegens overbedeling zal verkrijgen.
Antillenzaak; procesrecht. Ten onrechte geoordeeld dat griffierecht in hoger beroep niet tijdig was voldaan. Door hof afgewezen verzoek tot herroeping beslissing tot vervallenverklaring en doorhaling op de rol. Geen kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Onjuist o
Vraag of bank misbruik maakt van haar bevoegdheid door tot parate executie van een woning over te gaan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de bijzondere zorgplicht van de bank, zoals die door de Hoge Raad is aangenomen in zijn arresten van 5 juni 2009 (LJN: BH2811) en 1 m
In dit geschil gaat het om de vraag of de bank de hypotheekrechten zoals weergegeven in de aktes mag executeren, in welk kader van belang is of de bank daartoe uit hoofde van de door eiser verstrekte borgtochten bevoegd is en of het de bank vrij stond de privékredietrelatie dient
Beslag op onroerende zaak. Krijgt de hypotheekhouder een zorgpicht tegenover de beslaglegger extra op het handelen van de eigenaar te letten, vooral als daardoor de waarde van de zaak daalt? Nee.
Opzegging hypotheeklening en betaalrekening. Executie onroerend goed. Geen schending zorgplicht bank.
Onderhandse verkoop. Afgewezen. De ter goedkeuring voorliggende bieding is niet tijdig bij de met de veiling belaste notaris ingekomen.
Onderhandse verkoop. Afgewezen. Bieding is niet bij de met de veiling belaste notaris ingekomen, maar is door de makelaar van de eigenaar rechtstreeks aan verzoekster voorgelegd.
Opzegging hypotheekleningen. Geen misbruik van bevoegdheid van de bank om tot executie over te gaan.
Rekest. Hoger beroep tegen verlofverlening aan de bank voor de gezamenlijke onderhandse verkoop van onroerende zaken ex art. 3:268 BW afgewezen.
Executieverkoop versus onderhandse verkoop en ontruiming. Voorzieningenrechter is van oordeel dat artikel 525 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ook een ontruimingstitel geeft indien er sprake is van een onderhandse verkoop als bedoeld in artikel 3:268 lid 2 BW.
Executiegeschil. Afwijzing vordering tot schorsing van de parate executie van kantoorpanden. Beroep op schuldoverneming slaagt niet. De parate executie levert geen misbruik van recht op en is voorshands ook niet onrechtmatig.
Begrip genothebbende als bedoeld in art. 24 Wet WOZ. Beschikking WOZ en aanslag WOZ opgelegd aan executoriaal verkopende bank. Nu de woning op 1 januari 2009 al wel executoriaal was verkocht, maar nog niet geleverd, was mevrouw A daarvan nog de eigenaar en daarmee genothebbende e
Art. 7:19 BW bij schade, ontstaan na veiling en vóór gunning.
Tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting in hoger beroep heeft de notaris gesteld dat zij weliswaar in gebreke is gebleven met het doorsturen van een afschrift van de biedingen maar dat in vervolg op het feit dat klager het aan hem gerichte onderhandse bod had geaccep
Recht van parate executie, verlof tot onderhandse verkoop, executeitraject nog niet voltooid, zie rov 3.3 t/m 3.9.
Parate executie. Onderhandse verkoop door hypotheekhoudende bank onder ontbindende voorwaarde van toestemming van de voorzieningenrechter. Tussentijdse zuivering van het tot de executie aanleiding gevende verzuim door de rechthebbende op het verbonden goed. Maatstaf van art. 6:23
De voorzieningenrechter bepaalt dat de verkoop van de onroerende zaak: het bedrijfspand met garage, ondergrond, erf, tuin en parkeerplaats ondershands zal geschieden overeenkomstig de hierbij goedgekeurde koopovereenkomst.
De voorzieningenrechter verklaart de eisers niet onvankelijk op grond van artikel 3:268 lid 2 BW in gedane verzoek. De eisers hadden een verzoekschrift tot het verkrijgen van verlof als bedoeld in art. 3:268 lid 2 BW, om een onroerende zaak onderhands te verkopen voor een bedrag
Voor totstandkoming van een geldige onderhandse executieverkoop ex artikel 3:268 lid 2 BW is goedkeuring door de voorzieningenrechter een vereiste. Zolang deze goedkeuring ontbreekt, is de overeenkomst tot onderhandse executieverkoop niet tot stand gekomen en kan de executiekoper
verzet dwangbevel; kosten bestuursdwang verschuldigd door rechtsopvolger
Hypotheekfraude parate executie