Aansprakelijkheid bank wegens niet-inachtnemen zorgplicht in de fase van de hypotheekverstrekking, van de vrijwillige onderhandse verkoop van de woning en van de parate executie. Eigen deskundigheid van de schuldenaren. BKR-registratie en bank-interne registratie.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:268 BW
Genoemd in 496 uitspraken · Officiële wettekst
496 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 16 · live
Executiegeschil over aangekondigde executieverkoop woning. Gevorderde verbod wordt toegewezen. Hypotheekhouder onvoldoende eigen belang om op dit moment tot verkoop van de woning over te gaan. Geen achterstanden in betalingen. Alleen afgeleid belang beslaglegger die het in 2012 g
Goedkeuring onderhandse verkoop ex art. 3:268 lid 1 BW. Is makelaar aan te merken als belanghebbende? Nee, nu de opdracht tussen de makelaar en hypotheekgever is afgelopen en hypotheekgever niet bereid is aan de koopovereenkomst met een derde mee te werken.
Vraag of bank in strijd met bijzondere zorgplicht heeft gehandeld door tot openbare verkoop van de woning over te gaan en door als pandhoudster geen bodemprocedure tegen de brandverzekeraar van kredietnemer te entameren, doch daarentegen een minnelijke regeling te treffen. Art. 3
Vordering tot het verbieden van een executoriale verkoop van een woning. Vraag is of de bank misbruik van recht maakt dan wel of de bank in strijd handelt met haar verplichtingen tot schadebeperking en zorgvuldigheid jegens eisers.
Erfrecht. Afwijzing verzoek tot benoeming vereffenaar uitsluitend ten aanzien van verkoop en levering van de woning van erflater.
Art. 100e (oud) Woningwet. ‘Derdenwerking’ van dwangsombesluit, genomen vóór inwerkingtreding art. 100e (oud)? Art. 13 Invoeringswet Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Kan art. 100e (oud) worden ten uitvoer
Verzoek van ING op grond van artikel 4:204 lid 1 sub a BW tot benoeming tot vereffenaar van een nalatenschap, zij het alleen voor zover het betreft de verkoop en levering van de woning en de eventueel daarin aanwezige boedel. De bank wenst in feite over te gaan tot onderhandse ve
Primair verzoek opleggen schuldregeling en subsidiair verzoek toepassen wettelijke schuldsaneringsregeling. Onder verwijzing naar het arrest van de HR van 14 december 2012, ECLI:NL:HR:2012: BY0969, oordeelt het hof dat het bepaalde in artikel 288 lid 2, aanhef en onder b, Fw, inh
Eisende partij vordert 'aanbrengfee' op grond van een copie van een brief. Gedaagden betwisten dat er ter zake enige afspraak is gemaakt, c.q. dat eiseres enige dienst heeft verricht; en - voor zover al een overeenkomst zou worden aanvaard - dan is deze wegens wanprestatie ontbon
Nietig besluit bestuurder woningbouwcorporatie. Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder. Vordering afgewezen omdat causaal verband tussen handelen bestuurder en schade niet is komen vast te staan en de hoogte van de schade onvoldoende is onderbouwd.
Kort geding. Opzegging en opeising hypothecaire geldlening in verband met verstrekken van onjuiste inkomensgegevens door de hypotheekgever.
schorsing executie; parate executie door hypotheekhouder; beroep op buitengerechtelijke vernietiging onderliggende overeenkomsten treft geen doel.
Art. 81 lid 1 RO. Was de bank bevoegd tot executoriale verkoop van onroerende goederen na executoriale beslaglegging door schuldeisers? Uitleg algemene voorwaarden bank. Lossingsrecht. Verkoop onder marktwaarde? Art. 3:268, 3:269 BW. Art. 522 Rv.
Vermeerdering van eis met een vordering ex artikel 843a Rv tot afgifte van bescheiden in strijd met de eisen van goede procesorde. Uit art. 150 Rv volgt dat een partij die een beroep doet op een rechtsgevolg een stelplicht heeft ten aanzien van de feiten die tot dat rechtsgevolg
Omzetting leningen in commanditair kapitaal als deel van een reddingsplan.
Koop. Schadevergoeding na ontbinding koopovereenkomst. Onbegrijpelijk oordeel over grondslag vordering.
Verbintenissenrecht. Contractuele uitkoopbevoegdheid tegen gefixeerde vergoeding positief contractbelang. Gefixeerde vergoeding verschuldigd bij ontbinding overeenkomst wegens wanprestatie? Art. 6:265 BW. Goede trouw. Moment waarop wettelijke rente verschuldigd wordt, art. 6:119
De voorzieningenrechter heeft de onderhandse koopovereenkomsten van kantoorpanden van Eurcommerce goedgekeurd.
Vordering tot staking/schorsing executoriale verkoop onroerende zaken door hypotheekverstrekker afgewezen; geen sprake van misbruik van executiebevoegdheid; huurbeding in hypotheekakten in de zin van art. 3:264 BW.
Kort geding. Hypotheek. Onderhandse verkoop op basis van zaakwaarneming in plaats van executie; vervanging medewerking gedaagde door vonnis ingevolge artikel 3:300 BW . Toewijzing.
Kort geding. Hypotheek. Onderhandse verkoop op basis van zaakwaarneming in plaats van executie; vervanging medewerking gedaagde door vonnis ingevolge artikel 3:300 BW . Afwijzing.
Bank maakt geen misbruik van recht bij gebruikmaking van de haar ingevolge artikel 3:268 lid 1 BW toekomende bevoegdheid tot parate executie.
Bankrecht. Hypotheekaanvragen zijn door de tussenpersoon gedaan met gebruikmaking van valse of vervalste documenten. Dit vormt een voldoende grond voor de opzegging van de bankrelatie met de betrokkenen in privé en voor de executie van de aan hen verstrekte hypotheekrechten. De f
Hypotheekhouder handelt jegens eisers niet onrechtmatig en maakt ook geen misbruik van recht bij gebruikmaking van de haar ingevolge artikel 3:268 Lid 1 BW toekomende bevoegdheid tot executie. Hypotheekhouder heeft nu eenmaal de wettelijke bevoegdheid om tot parate executie over