Kort geding. Schorsing executieveiling door bank op basis van hypotheekrecht. Taak executierechter bij parate executie. Belangenafweging ten nadele van de bank.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:268 BW
Genoemd in 496 uitspraken · Officiële wettekst
496 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 18 · live
Faillissement (art. 57 F.); verleggingsregeling als bedoeld in art. 12 lid 4 Wet op de omzetbelasting 1968 jo. art. 24ba lid 1, aanhef en onder d, Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968; Richtlijn 2006/112/EG. Onderhandse verkoop door curator krachtens overeenstemming met pandhou
De kernvraag in deze zaak is of de Rabobank als hypotheekhouder bevoegd is over te gaan tot openbare verkoop van de woning nadat zij de geldleningovereenkomst heeft opgezegd. In verband daarmee dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de geldleningovereenkomst rechtsgeld
De primaire vordering (grondslag: ongerechtvaardigde verrijking) berust op de stelling dat tussen partijen weliswaar een overeenkomst van geldlening is gesloten, maar dat Frank Lensen B.V. bij de totstandkoming van die overeenkomst van geldlening misbruik heeft gemaakt van omstan
Parate executie hypotheekbank. Misbruik van bevoegdheid? Belangenafweging. Causale verband tussen gestelde schending van de zorgplicht van bank enerzijds en de betalingsachterstand anderzijds is te ver verwijderd. De bank maakt geen misbruik van haar bevoegdheid door tot parate e
Vraag in kort geding of beslagrecht wordt misbruikt door niet mee te werken aan vrijwillige verkoop door hypotheekhouder namens de eigenaar. Hof acht misbruik niet aannemelijk geworden.
Rechter wijst onderhandse verkoop af en bepaalt openbare verkoop onroerende zaak Hardenberg.
Vordering tot staking executoriale verkoop woning. Betalingsachterstand. Die termijn voor de nakoming, gelet op de hoogte van de inmiddels ontstane achterstand in de hypothecaire verplichtingen en in aanmerking genomen dat SNS Bank in juni 2009 nog genoegen nam met betaling van €
Appeltermijn: drie maanden of vier weken? Gegrond beroep op doorbreking van het appelverbod. Omvang rechtsstrijd in hoger beroep na doorbreking.
Appeltermijn: drie maanden of vier weken? Gegrond beroep op doorbreking van het appelverbod. Omvang rechtsstrijd in hoger beroep na doorbreking.
Huurbeding/betekeningsexploot
Vaststaat dat eiser al geruime tijd zijn financiële verplichtingen jegens Rabobank c.s. niet nakomt. Op grond van het bepaalde in artikel 3:268 lid 1 BW is Rabobank c.s. als hypotheekhouder dus in beginsel bevoegd de woning in het openbaar te (doen) verkopen. Dat Rabobank c.s. mi
Projectontwikkeling. Uitleg overeenkomst. Partijen twisten over de vraag of een leveringsverplichting is ontstaan op grond van een mondelinge koopovereenkomst en zo niet, of een dergelijke verplichting voortvloeit uit een eerder tussen hen gesloten aanvullende overeenkomst (aanvu
Onderhandse verkoop ex art. 3:268 lid 2 BW toegewezen. Goedkeuringsverklaring ex art. 3:270 lid 3 BW aangehouden omdat thans onvoldoende vast staat of alle vorderingen die de bank op belanghebbenden stelt te hebben door de eerste hypotheek zijn verzekerd.
De vordering tot verbod dan wel schorsing van een openbare veilig tot verkoop van de woning van eiseres wordt afgewezen. Eisers hebben een jaar de gelegenheid gehad hun schulden af te lossen en op die wijze de veiling te voorkomen. Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt en ook o
Geschil over onderhandse executoriale verkoop van een woning. (81 RO)
De gemeente Leiden vordert Bever te verbieden enige executiemaatregelen te nemen krachtens de hypotheekakte van 29 december 2004 (bedoeld zal zijn: 7 januari 2005) ten aanzien van de aan het hypotheekrecht verbonden onroerende zaak aan het Stationsplein te Leiden en Regiobouw te
Opheffing in kortgeding van conservatoir beslag? Nee.
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Art. 26 lid 1 Wvg. Verkoop met tot 45 dagen na wijziging bestemmingsplan uitgestelde levering van door de gemeenteraad bij besluit aangewezen percelen waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn aan derde, die ter fin
Artikel 3:268 Rv. Rechtbank staat onderhandse executieverkoop van Holiday Inn Schiphol te Lijnden toe.
Totstandkoming rechtsgeldige overeenkomst; aanbod en aanvaarding uitleg van gewisselde faxen en brieven
Appellant is in hoger beroep tegen beschikking om 'onderhandse executie' door de hypotheekhouder, geregeld in art. 3:268 BW NA jo art. 548 Rv NA. Ingevolge de wet geldt deze beschikking als niet-appellabel. Op straffe van niet-ontvankelijkheid dient de appellant een ‘doorbrekings
e feiten [eiser] en [gedaagde sub. 1] zijn op 5 september 2007 een schriftelijke overeenkomst aangegaan. De overeenkomst vermeldt als titel “akte van geldlening”. Artikel 1 van de overeenkomst luidt als volgt: “Artikel 1 De schuldeiser ([eiser]) heeft aan de schuldenaar ([gedaagd
Verzoek tot onderhandse verkoop onroerende zaken ex artikel 3:268 lid 2 BW. Het verzoek ten aanzien van de eerste onroerende zaak is niet-ontvankelijk, nu de openbare verkoop ten overstaan van een notaris niet aan verzoeker is aangezegd. Het verzoek ten aanzien van de tweede onro
Verbod aan de bank om over te gaan tot parate executie van haar recht op hypotheek met betrekking tot twee woningen zolang niet voldoende aannemelijk is geworden dat eisers zich aan andere fraudezaken hebben schuldig gemaakt.