Beschikking voorzieningenrechter, pandrecht op Europese, Nederlandse en Amerikaanse octrooien en op Uniemerken, verzoek verblijven pand (3:251 BW). Derdenwerking niet-geregistreerde pandrechten tegen faillissementscurator, waardering pandrechten.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:251 BW
Genoemd in 135 uitspraken · Officiële wettekst
135 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Bestuurdersaansprakelijkheid. Rekening-courantschuld. Bestuur en RvC niet aansprakelijk.
Uitverkoop van elektronicawinkel door bank en leverancier. Vraag of leverancier, die eigendomsvoorbehoud heeft, samen met bank pandhouder is bevestigend beantwoord (uitleg gezamenlijke pandakte). Verzuim aanwezig geacht wegens bedrijfsbeëindiging. Pandrecht rust op eigendom onde
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Verhaal schuldeisers onmogelijk ten gevolge van doorstart bedrijf na onderhandse verkoop bedrijfsinventaris met medwerking van bank die de inventaris in pand had. Wetenschap bank dat koper een aan de schuldenaar geliëerd bedrijf was?
Faillissementspauliana, bestuurdersaansprakelijkheid.
Procesrecht. Executoriale verkoop van aandelen door pandhouder met inachtneming van blokkeringsregeling. Is voor onderhandse verkoop toestemming van de voorzieningenrechter nodig? Verhouding tussen art. 2:198 lid 6 BW en art. 3:251 lid 1 BW. Doorbreking rechtsmiddelenverbod.
Curator verkoopt verpande goederen zonder instemming van de pandhouder; dit is onrechtmatig en verplicht curator tot schadevergoeding. Systeem artikelen 57 en 58 FW
Art. 81 lid 1 RO. Insolventie- en executierecht. Verzoek tot opening rangregeling en benoeming rechter-commissaris (art. 481 Rv). Klachten tegen afwijzing verzoek.
Geen verwijzing wegens verknochtheid van onderhavig verzoek aan de verzoeken inzake C/16/436924 / KG RK 17-357 en C/16/436929 / KG RK 17-358. Onder het begrip 'dezelfde rechter' in 285 lid 2 Rv wordt ook verstaan 'hetzelfde gerecht'.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Is omzetbelasting over verkoop als gevolg van parate executie door pandhouder boedelschuld? Verwijzing naar o.m. ander HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q.), en HR 19 april 2013, ECLI:NL
Vordering eiseres tot medewerking van gedaagde aan onderhandse executoriale verkoop en, in verband daarmee, tot afgifte van door gedaagde beslagen en bezwaarde zaken.
kort geding; afwijzing verbod executoriale veiling aandelen. Geen strijd met het toe-eigeningsverbod van artikel 3:235 BW of met artikel 3:250 BW. Geen misbruik van executiebevoegdheid. Veiling met voldoende waarborgen omkleed.
Vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2016:1626. Verpanding van octrooien. Verzoek ex 3:251 BW toegewezen tot verblijven aan pandhouder.
Bestuurdersaansprakelijkheid, selectieve betaling, profiteren van wanprestatie, vereenzelviging, uitvoerbaar bij voorraad
Non-conformiteit stadion. Loskomen van bouten en moeren. Normaal gebruik en onderhoud. Onderzoeks- en mededelingsplicht. Klachtplicht. Verkoop en levering aan de executiekoper van een verpande vordering tot vervangende schadevergoeding van de failliete oorspronkelijke koper op de
Procesrecht. Goederenrecht. Rechtsmiddelenverbod van art. 3:268 lid 3 BW analoog van toepassing op beschikking tot verblijven van verpand goed aan pandhouder (art. 3:251 BW)? Vgl. HR 17 juni 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1401, NJ 1995/367.
Uitverkoop in verband met bedrijfsbeëindiging ondernemer die nadien in de schuldsanering terecht komt. Positie van pandhouder/eigendomsvoorbehoudgerechtigde. Uitverkoop is niet geschied in het kader van een van artikel 3:251 lid 2 BW afwijkende verkoopafspraak als bedoeld in HR 1
Onrechtmatige selectieve betaling, onrechtmatig handelen bestuurder.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Frustratie van betaling. Na een onherroepelijk geworden uitspraak, waarbij de wederpartij is veroordeeld tot betaling, blijft betaling uit. Verhaal blijkt niet mogelijk, omdat de vennootschap inmiddels is leeggehaald en de door de vennootschap gedrev
Overdracht tot zekerheid van roerende zaken aan financieel adviseur nietig op grond van artikel 3:84 lid 3 BW. De inpandgeving van die zaken die daaraan vooraf is gegaan herleeft. Vordering tot vernietiging van de inpandgeving wordt afgewezen.
Pandrecht op octrooi. Tevens verzoek 3:251 BW. Uitspraak in vorm vonnis alsmede beschikking.
Faillissementsrecht. Rangorde (art. 3:277 BW). Aan bank verpande, door curator onrechtmatig geïnde vorderingen. Gaat boedelvordering van de pandhouder wegens schadevergoeding voor op de kosten van executie en vereffening, waaronder het salaris van de curator? (HR 28 september 19
Curatoren vorderen betaling openstaande facturen aan boedel, o.g.v. internationale overeenkomst van bewaarneming. Algemene voorwaarden van toepassing (o.m. inhoudend verrekeningsverbod) ?
Pandrecht; artt. 3:227 BW en 3:278 lid 1 jo. 3:279 BW. Geen sprake van lossing of oneigenlijke lossing. Vaststelling waarde verpande roerende zaken. onverschuldigde betaling.
kort geding, afgifte auto’s, overeenkomst ex art. 3:251 BW,