Artikel 3:251 BW procedure. Opeisbaarheid onderliggende vordering wordt betwist door schuldenaar. Uitwinningsbevoegdheid en pandhouderschap worden betwist door belanghebbende partij aan wie vordering van verzoekster verpand is, die stelt dat het onderliggende zekerheidsrecht daar
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:251 BW
Genoemd in 135 uitspraken · Officiële wettekst
135 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Verkoop pand op bijzondere wijze, art. 3: 251 BW Discussie over IE-rechten op de machine (het pand) valt buiten het beoordelingskader.
Pandrecht op onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken. Afstand van eigendomsvoorbehoud; daartoe strekkende overeenkomst met wederpartij; betekenis HR 22 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4866. Aanvaarding afstand namens wederpartij door daartoe bevoegd vertegenwoordiger? Kribbenb
Pandrecht op aandelen. Tenietgaan (substitutie)pandrecht door verjaring van gezekerde vordering? Toepasselijkheid art. 3:323 lid 1 BW indien pandhouder een op de voet van art. 3:251 lid 1 BW aangevangen executie, na toewijzende beschikking, niet voltooit. Beroep op tenietgaan pan
Bevoegdheid pandhouder tot parate executie, art. 3:248 lid 1 BW. Onderhandse executieverkoop door pandgever, art. 3:251 lid 2 BW (HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q)). Pandhouder ook na faillissement gerechtigd tot executieopbrengst, art. 3:
Executiegeschil. Geen dwangsommen verbeurd. Belangenafweging brengt mee dat van verweerster in reconventie verwacht kan worden dat zij meewerkt aan levering van de aandelen op grond van de conceptakte van levering, mèt de door eiser in conventie gewenste aanvulling.
Nakoming vaststellingsovereenkomst. Conventie: Uitleg. Wijze van totstandkoming. Uitleg naar de letter. Dwaling. Nuancering HR 2013, 84. Ordemaatregel: depot bij notaris. Decharge en finale kwijting. Reconventie: afgewezen.
opheffingsuitverkoop
Afwijkende wijze van verkoop verpande aandelen. Surseance Faillissement
Vaststellingsovereenkomst 'vervallen'. [X] kan geen rechten meer ontlenen aan de vaststellingsovereenkomst, omdat hij niet heeft voldaan aan de (opschortende) voorwaarde (tijdige betaling) en partijen zijn overeengekomen dat in die situatie alles conform vonnis/arrest opeisbaar w
Faillissementsboedel heeft geen recht op som die deurwaarder onder zich heeft t.b.v. derden.
Verrekening van huurpenningen voor faillissement, maar na toepassing van bodemverhuurconstructie, en na faillissement.
Vóór faillissement sluiten (latere) failliet/pandgever en bank/(vuist)pandhouder een overeenkomst als bedoeld in art. 3:251 lid 2 BW. Bank verkoopt op grond van die overeenkomst na faillissement van de pandgever de verpande zaken onderhands i.p.v. openbaar. Benadeling crediteuren
Toerekenbaar tekortkomen door advocaat bij incassowerkzaamheden? Goodwill vatbaar voor beslag.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft het verzoek van pandhouder De Deutsche Bank om het Nederlandse deel van de kunstcollectie van DS Art, in plaats van op een openbare veiling, onderhands aan een particulier te verkopen, afgewezen. De voorzieningenrechter kan
Verkoop van opgeslagen zendingen druiven door bewaarnemer die zich beroept op een pandrecht. Toepasselijkheid Nekrovi-voorwaarden. Vestigen geldig pandrecht. Niet naleven regels voor parate executie
Vordering tot ontruiming van een onroerende zaak (een horeca-gelegenheid in het centrum van Zwolle). Het verbinden van dwangsommen aan een veroordeling tot ontruiming maakt niet dat de deurwaarder niet gerechtigd is om tot executie (te weten: de gedwongen ontruiming), ex art 555
Verzoek ex artikel 3:251 lid 1 BW. De voorzieningenrechter heeft – kort samengevat – geoordeeld dat het verzoek van de bank moet worden afgewezen, nu niet aannemelijk is geworden dat de voorgestelde wijze van onderhandse verkoop meer zal opleveren dan een openbare verkoop ex arti
Faillissement (art. 57 F.); verleggingsregeling als bedoeld in art. 12 lid 4 Wet op de omzetbelasting 1968 jo. art. 24ba lid 1, aanhef en onder d, Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968; Richtlijn 2006/112/EG. Onderhandse verkoop door curator krachtens overeenstemming met pandhou
Geschil tussen curator en de bank over de verkoop van de handelsvoorraad van gefailleerde door die bank. De Bank had pandrecht op de verkochte zaken. De overeenkomst van vuistpand was niet vernietigd o.g.v. art. 24 Faillissementswet. Bank mocht ook tijdens faillissement tot verko
Omzetbelasting. Verkoop activa door BV aan gelieerde BV met berekening van BTW. Kopende BV heeft geen recht op afrtrek, hetzij omdat de verkopende BV geen ondernemer is, hetzij omdat art. 31 Wet OB 1968 van toepasing is. Het beroep op het Besluit van 23 april 1986, V-N 1986, blz.
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Art. 26 lid 1 Wvg. Verkoop met tot 45 dagen na wijziging bestemmingsplan uitgestelde levering van door de gemeenteraad bij besluit aangewezen percelen waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn aan derde, die ter fin
Renvooiprocedures in faillissement. Separatist tegen achtergestelde crediteuren.
Faillissementsrecht; verzet tegen slotuitdelingslijst en vereenvoudigde afwikkeling (81 RO).
pandrecht roerende zaak; executie, art. 3:249 en 3:250 BW, revindicatie, art. 3:86 BW, goede trouw