OK; enquêterecht; beslissing raadsheer-commissaris; emailboxen zijn volledig en onvoorwaardelijk ter inzake van de onderzoeker
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:251 BW
Genoemd in 135 uitspraken · Officiële wettekst
135 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Pandrecht op aandelen. 1. Vervalbeding. Het vervalbeding moet aldus worden uitgelegd dat het er niet aan in de weg staat dat indien de executie van het pandrecht reeds vóór de vervaldatum is aangevangen, deze executie na de vervaldatum met succes kan worden voortgezet. 2. Verjari
Afstand van eigendomsvoorbehoud is een ‘’andere wijze van bevrediging van een schuldeiser’’ in de zin van Art. 3:92 lid 3 BW.
Vordering van curator tot betaling door bank o.gr.v. 6:162 BW.
Pandhoudersbeslag en faillissement. Vraag is of de beschikking van de rechter-commissaris ex artikel 63a Fw eraan in de weg staat dat het eerder door de voorzieningenrechter te Arnhem verleende verlof krachtens artikel 496 lid 2 Rv ten uitvoer wordt gelegd.
Inhoudsindicatie pandrecht op liquidatiesaldo?
Verzoek tot verlof voor een onderhandse verkoop bij wijze van executie van een pandrecht, eea als bedoeld in artikel 3:251 BW. De verzoeken worden afgewezen, omdat voorshands niet aannemelijk is dat verzoekers te goeder trouw een pandrecht hebben (gevestigd) op de bij hen bewaard
Verzoek op de voet van artikel 3:251 lid 1 BW is afgewezen
Kort geding. Derdenpandgever verzet zich tegen uitwining van de pandrechten op aandeeln . De voorzieningenrechter wijst de vordering af. Er is sprake van een achterstand in aflossingen en rentebetalingen mbt de lening waarvoor het pandrecht is gevestigd. De door eiseres aangevoer
WHOA-zaak. Afwijzing verzoek afkondigen afkoelingsperiode. Internationale rechtsmacht. Belanghebbenden. Onderhandse pandexecutie. Proceskostenveroordeling.
Deze zaak gaat over bestuurdersaansprakelijkheid en schuldeisersbenadeling (de faillissementspauliana). De curator maakt de (voormalig) bestuurder(s) van de failliete vennootschap verschillende verwijten, die naar het oordeel van de rechtbank echter niet tot bestuurdersaansprakel
Verzoek verblijven aandelen ex art 3:251 BW. Holistische benadering. Toewijzing onder voorwaarde.
Tussenarrest. Aangaan van overeenkomst tot financiële herstructurering niet onrechtmatig tegenover houders van achtergestelde obligaties. Voor de beantwoording van de vraag of de achtergestelde obligaties nog waarde vertegenwoordigden, is nadere informatie nodig
Goederenrecht. Pandrecht. Is pandhouder bevoegd om schikking aan te gaan m.b.t. verpande vordering en, zo neen, kan hij die bevoegdheid in de pandakte bedingen met goederenrechtelijke werking? Betekenis arresten IAE/Neo River en MFE/Stibbe. Toepassing van art. 7:424 lid 1 BW jo a
Artikel 2:195 lid 7 BW. Buiten toepassing verklaren van blokkeringsregeling op verzoek van pandhouder. Verzoek wordt afgewezen; niet gebleken dat belangen pandhouder bepaaldelijk vorderen dat de blokkeringsregeling buiten toepassing wordt verklaard.
Fiduciaire eigendom m.b.t. rechten koopwoningen. Uitwinning door toe-eigening conform regels pandrecht.
Tussenvonnis. Omvang van de rechten van de pandhouder op vermogensbestanddelen van failliet, voor en na datum faillissement. Pandrechten op NOW en TVL gelden?
Verzoek voorlopig getuigenverhoor, artikel 197 Rv, onvoldoende belang omdat de gestelde vordering als kansloos moet worden beschouwd, het verzoek is onvoldoende bepaald en een fishing expedition, strijd met goede procesorde wegens niet vermelden van een eerder inzageverzoek, verz
Eiseressen in kort geding hebben geïnvesteerd in Selecta (o.a. koffieautomaten). Bij Selecta heeft een herstructurering plaatsgevonden. Onderdeel hiervan is dat een groep van investeerders (eiseressen waren hier niet bij betrokken) bij de NCC (Netherlands Commercial Court) een ve
Hoogopgelopen schuld financiering woning. Regeling: prijsgeven rechten woning tegen kwijtschelding.
Verzoek ex art. 2:195 lid 7 en (tegen)verzoek ex art. 3:251 lid 1 BW. Pandrecht op aandelen. Blokkeringsregeling. Afwijzing verzoeken.
Pandrechten. Is de bestendige handelsrelatie een rechtsverhouding als bedoeld in artikel 3:239 lid 1 BW waaruit vorderingen rechtstreeks worden verkregen? Pandrecht op handelsnaam en klantcontracten?
Contradictoir. Incident. Voeging op grond van artikel 222 Rv. Vordering toegewezen. Er sprake is van verknochtheid, omdat de feitelijke én juridische geschilpunten in beide zaken op de genoemde onderdelen zo niet identiek, dan in ieder geval zodanige samenhang vertonen dat consis
Kort geding. Primaire vordering - tot het geven van een bevel tot het doen van afstand van het vuistpandrecht - afgewezen. Subsidiaire vordering - tot het verbieden van het executoriaal verkopen van de in vuistpand genomen zaken - toegewezen. Dwangsom gematigd en gemaximeerd.
Toewijzing van verzoek van vuistpandhouder om haar verlof te verlenen tot het op andere wijze verkopen van zaken (ex artikel 3:251 lid 1 BW). Het verzoek is niet toewijsbaar, voor zover dat onvoldoende is onderbouwd of de wettelijke grondslag daarvoor niet is gesteld of gebleken.