Procesrecht. Executoriale verkoop van aandelen door pandhouder met inachtneming van blokkeringsregeling. Is voor onderhandse verkoop toestemming van de voorzieningenrechter nodig? Verhouding tussen art. 2:198 lid 6 BW en art. 3:251 lid 1 BW. Doorbreking rechtsmiddelenverbod.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:248 BW
Genoemd in 61 uitspraken · Officiële wettekst
61 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Bevoegdheid pandhouder tot parate executie, art. 3:248 lid 1 BW. Onderhandse executieverkoop door pandgever, art. 3:251 lid 2 BW (HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q)). Pandhouder ook na faillissement gerechtigd tot executieopbrengst, art. 3:
Faillissement (art. 57 F.); verleggingsregeling als bedoeld in art. 12 lid 4 Wet op de omzetbelasting 1968 jo. art. 24ba lid 1, aanhef en onder d, Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968; Richtlijn 2006/112/EG. Onderhandse verkoop door curator krachtens overeenstemming met pandhou
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Is omzetbelasting over verkoop als gevolg van parate executie door pandhouder boedelschuld? Verwijzing naar o.m. ander HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q.), en HR 19 april 2013, ECLI:NL
Omzetting stil pandrecht in vuistpand, art. 3:236 lid 1 BW. Brengen in de macht van de pandhouder, feitelijke handeling, geen toepassing art. 42 Fw. Verrekening; schuldoverneming voor faillissement? Art. 54 Fw.
Het na openbaarmaking innen van een stil verpande vordering is niet hetzelfde als een executie van dat pandrecht. Pandhouder met ouder recht behoudt voorrang op het geïnde.
Executoriale verkoop van scheepscasco’s uit hoofde van subrogatie door schuldeiser die tevens pandhouder is. Vordering tot vaststelling van verdeling executie-opbrengst tussen executant en andere schuldeiser, art. 486 lid 1 Rv. Beperkt gerechtigde wiens recht door executie teniet
Slagende bewijsklacht. Ontoereikende motivering van het oordeel dat geen overdracht van economische eigendom van de aandelen heeft plaatsgevonden.
uitspraak Ondernemingskamer 31 december 2009; Stichting Continuiteit Inter Access Groep/Inter Access Groep B.V.
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor he
Incident tot schorsing ex artikel 225 Rv en tot hervatting ex artikel 227 Rv.
Coöperatie; verpanding van aanspraken lid uit hoofde van ledenlening en participatierekening; bestaande of toekomstige vorderingen?; leidt goederenrechtelijke onoverdraagbaarheid ex art. 3:83 lid 2 BW tevens tot onverpandbaarheid?
Caribische zaak. Huurrecht. Concordantiebeginsel. Timeshare-overeenkomsten. Is art. 7:226 BWSM ("koop breekt geen huur") ook van toepassing wanneer sprake is van eigendomsoverdracht door een ander dan de verhuurder? Anticipatie mogelijk op Ontwerp Timeshare Ordinance? Is de verkr
Bestuurdersaansprakelijkheid. Op geïntimeerden (oorspronkelijk eisers) rust de stelplicht en de bewijslast van hun stelling dat de bestuurder heeft bewerkstelligd dat de vennootschap haar verplichtingen jegens hen niet langer nakwam en dat de bestuurder hiervan een ernstig persoo
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor he
Voor toewijzing bij voorraad van geldvordering in kort geding is onderzoek noodzakelijk of vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddel
Pandrecht op aandelen. 1. Vervalbeding. Het vervalbeding moet aldus worden uitgelegd dat het er niet aan in de weg staat dat indien de executie van het pandrecht reeds vóór de vervaldatum is aangevangen, deze executie na de vervaldatum met succes kan worden voortgezet. 2. Verjari
Deze zaak gaat over bestuurdersaansprakelijkheid en schuldeisersbenadeling (de faillissementspauliana). De curator maakt de (voormalig) bestuurder(s) van de failliete vennootschap verschillende verwijten, die naar het oordeel van de rechtbank echter niet tot bestuurdersaansprakel
Hoger beroep van ECLI:NL:RBGEL:2024:7253. Na het faillissement van MPHE verkocht Jurest goederen uit de inventaris van de lunchroom en de ijssalon en heeft de opbrengst daarvan behouden. Curator spreekt Juresta aan op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Had Juresta een eigen
Verzoek ex art. 2:195 lid 7 en (tegen)verzoek ex art. 3:251 lid 1 BW. Pandrecht op aandelen. Blokkeringsregeling. Afwijzing verzoeken.
Overeenkomst verkoop van aandelen. Koopprijs niet geheel voldaan. Vordering toegewezen.
Faillissementsrecht. Bodemvoorrecht fiscus. Uitoefening van dat recht door curator ex art. 57 lid 3 tweede zin Fw. Betekenis afdracht restant executieopbrengst door pandhouder.
Afwikkeling van een mislukte samenwerking in een joint venture. Gedaagde 1 moet een bij de start van de samenwerking geleend bedrag aan eiseres terugbetalen. Gedaagde 2 is niet persoonlijk aansprakelijk voor betaling van dit bedrag, maar hij heeft zich wel borg gesteld en als bor
Eindvonnis. De vorderingen worden afgewezen. Geen sprake van pauliana (3:45 BW), onrechtmatig handelen of bestuurdersaansprakelijkheid in verband met het cederen van vorderingen, het vestigen en uitoefenen van een pandrecht, het beëindigen en verhangen van activiteiten, het verko
Onrechtmatige verkoop auto. Vuistpand. Schade?