Geschil tussen vennootschap en curator van twee voormalig werkmaatschappijen over al dan niet gevestigde pandrechten en een al dan niet overeengekomen vergoeding voor afmaken onderhanden werk.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:248 BW
Genoemd in 61 uitspraken · Officiële wettekst
61 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Tussenvonnis. Toerekenbare tekortkoming. Het partijdebat over de omvang van de schade is nog onvoldoende uit de verf gekomen. Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich hierover bij akte nader uit te laten.
Incident tot voeging/tussenkomst ex artikel 217 Rv ingesteld door pandhouder. Parallel verzoek tot ontslag van instantie ex artikel 27 lid 2 Fw door wederpartij van (failliete) pandgever. Verval van instantie.
Tenuitvoerlegging notariële akten, misbruik van recht, vereenzelviging.
Uitverkoop van elektronicawinkel door bank en leverancier. Vraag of leverancier, die eigendomsvoorbehoud heeft, samen met bank pandhouder is bevestigend beantwoord (uitleg gezamenlijke pandakte). Verzuim aanwezig geacht wegens bedrijfsbeëindiging. Pandrecht rust op eigendom onde
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op auto onder klaagster t.z.v. ontnemingsprocedure tegen ex-vriend klaagster, waarna auto op last van pandhouder executoriaal is verkocht, executieoverschot is overgemaakt op bankrekening OM en OM dit bedrag, zonder ex art. 116.3 Sv mededeling te doe
Faillissementspauliana, bestuurdersaansprakelijkheid.
Procesrecht. Executoriale verkoop van aandelen door pandhouder met inachtneming van blokkeringsregeling. Is voor onderhandse verkoop toestemming van de voorzieningenrechter nodig? Verhouding tussen art. 2:198 lid 6 BW en art. 3:251 lid 1 BW. Doorbreking rechtsmiddelenverbod.
Curator verkoopt verpande goederen zonder instemming van de pandhouder; dit is onrechtmatig en verplicht curator tot schadevergoeding. Systeem artikelen 57 en 58 FW
Gaat om vordering tot verbod een pandrecht te executeren op IE-rechten van een app. Eisers wilden een bepaalde app op de markt brengen en hebben financiering gezocht en gevonden in de vorm van een lening verstrekt door gedaagden. Als zekerheid voor de lening hebben eisers een pan
Positieve/negatieve pandverklaring verstrekt?
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Is omzetbelasting over verkoop als gevolg van parate executie door pandhouder boedelschuld? Verwijzing naar o.m. ander HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q.), en HR 19 april 2013, ECLI:NL
Vordering eiseres tot medewerking van gedaagde aan onderhandse executoriale verkoop en, in verband daarmee, tot afgifte van door gedaagde beslagen en bezwaarde zaken.
kort geding; afwijzing verbod executoriale veiling aandelen. Geen strijd met het toe-eigeningsverbod van artikel 3:235 BW of met artikel 3:250 BW. Geen misbruik van executiebevoegdheid. Veiling met voldoende waarborgen omkleed.
Bestuurdersaansprakelijkheid, selectieve betaling, profiteren van wanprestatie, vereenzelviging, uitvoerbaar bij voorraad
Contradictoir. Uitleg over rechtsgeldigheid derdenpandrecht en beantwoording van de vraag of derdenpandrecht is uitgewonnen
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7575, NJ 2004/618 (Bannenberg). Verhaal door pandhouder voor ten tijde van faillietverklaring toekomstig vorderingen. Art. 483e Rv. Rechtsverhouding waaruit regresvord
Pandrecht; artt. 3:227 BW en 3:278 lid 1 jo. 3:279 BW. Geen sprake van lossing of oneigenlijke lossing. Vaststelling waarde verpande roerende zaken. onverschuldigde betaling.
Faillissementscurator van moedervennootschap doet faillissementsaangifte van dochtervennootschap; bijzondere belangen van schuldeiser van moedervennootschap met pandrecht op haar aandelen in dochtervennootschap; gezamenlijke doorstart of verkoop? Onrechtmatige daad van curator pr
Pandrecht op aandelen. Tenietgaan (substitutie)pandrecht door verjaring van gezekerde vordering? Toepasselijkheid art. 3:323 lid 1 BW indien pandhouder een op de voet van art. 3:251 lid 1 BW aangevangen executie, na toewijzende beschikking, niet voltooit. Beroep op tenietgaan pan
Uitleg clausule van achterstelling / achtergestelde lening. De eiser verwijt aan de gedaagde, een notaris, dat deze medewerking heeft verleend aan een transactie waardoor zekerheidsrechten van eiser zijn uitgehold. Volgens de stelling van eiser had hij het zekerheidsrecht op de r
parate executie strandpaviljoen met inventaris; kort geding.. Misbruik van executierecht? Pandrecht. Strandpaviljoen roerend of onroerend? Geen vervangingsclausule voor inventaris.
Bevoegdheid pandhouder tot parate executie, art. 3:248 lid 1 BW. Onderhandse executieverkoop door pandgever, art. 3:251 lid 2 BW (HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q)). Pandhouder ook na faillissement gerechtigd tot executieopbrengst, art. 3:
Executoriale verkoop van scheepscasco’s uit hoofde van subrogatie door schuldeiser die tevens pandhouder is. Vordering tot vaststelling van verdeling executie-opbrengst tussen executant en andere schuldeiser, art. 486 lid 1 Rv. Beperkt gerechtigde wiens recht door executie teniet
De beslaglegger heeft onvoldoende aangetoond dat het op de wijze van artikel 499 Rv gelegde beslag buiten bezwaar van de derde-beslagene plaatsvond.