De beslaglegger heeft onvoldoende aangetoond dat de op de wijze van artikel 499 Rv gelegde beslagen buiten bezwaar van de derde-beslagenen plaatsvonden.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:248 BW
Genoemd in 61 uitspraken · Officiële wettekst
61 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Uitoefening van pandrecht en retentierecht door vervoerder na surseance van afzender. Afbakening relevante goederen en toepasselijke regime (art. 23 en 24 AVC). Omvang vordering waarvoor het recht wordt uitgeoefend. Voor vestiging van een pandrecht is een geldige vestigingshandel
Faillissement (art. 57 F.); verleggingsregeling als bedoeld in art. 12 lid 4 Wet op de omzetbelasting 1968 jo. art. 24ba lid 1, aanhef en onder d, Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968; Richtlijn 2006/112/EG. Onderhandse verkoop door curator krachtens overeenstemming met pandhou
Bestuurdersaansprakelijkheid. Bestuurder professionele bewaarder treft ernstig persoonlijk verwijt voor het onverzekerd bewaren van sieraden. Hoogte schade. Terugkomen op bindende eindbeslissing. Uitlating partijen.
Geschil tussen curator en de bank over de verkoop van de handelsvoorraad van gefailleerde door die bank. De Bank had pandrecht op de verkochte zaken. De overeenkomst van vuistpand was niet vernietigd o.g.v. art. 24 Faillissementswet. Bank mocht ook tijdens faillissement tot verko
Tussen partijen is niet betwist dat Trading toerekenbaar tekortschoot in de betaling van haar opeisbare huurschulden. HTM is daarop niet tot uitwinning overgegaan, doch zij heeft in plaats daarvan de bedrijfsinventaris als inbetalinggeving voor de huurschuld geaccepteerd, waardoo
Aansprakelijkheidsrecht. Geschil tussen pandgever en pandhouder over schadevergoeding na een onderhandse in plaats van executoriale verkoop van de in pand gegeven goederen (81 RO).
Nadat de Inspecteur in zijn vertoogschrift heeft verklaard dat bij de bepaling van de hoogte van de door de belanghebbende ter zake van de vervreemding van de aandelen behaalde winst uit aanmerkelijk belang alsnog rekening kan worden gehouden met een bedrag van fl. 55.061,= aan k
Het hof zal eerst nagaan of de wet, in het bijzonder artikel 496 Rv, de pandhouder in het algemeen de mogelijkheid biedt om verlof te verkrijgen de onderhandse geregistreerde akte tegen derden, niet zijnde een houder maar een bezitter, (reëel) te executeren. Het hof zal deze vraa
-
Procesrecht. Levert de grosse van een authentieke akte een executoriale titel op als bedoeld in art. 436 (oud) Rv?