Verbintenissenrecht. Aansprakelijkheid bestuurder voor schade als gevolg van door hem bewerkstelligd toerekenbaar tekortschieten in nakoming van overeenkomst door vennootschap. Schending contractuele verplichting toe te schrijven aan betalingsonwil. Vordering tot vergoeding van s
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:246 BW
Genoemd in 203 uitspraken · Officiële wettekst
203 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Positie stil pandhouder in faillissement pandgever waar betaald is aan de curator ter voldoening van de verpande vorderingen voor mededeling verpanding aan schuldenaar. Blijft pandrecht voortbestaan op aan curator betaalde bedragen? Verrekeningsbevoegdheid bank in geval van op de
Koopovereenkomst; rechtsgevolgen vernietiging. Vervolg op HR 11 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3765, NJ 2013/492. Weigering eisvermeerdering na verwijzing, goede procesorde (art. 130 lid 2 Rv). Gevolgen van mededeling verpanding van vordering tot terugbetaling koopsom hangende d
19 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/189HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: ING BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, EISERES tot cassatie, advocaat: mrs. B. Winters en H.J.A. Knijff, t e g e n Mr. Pieter Marius GUNNING, in zijn hoedanigheid van curator in he
Faillissementsrecht. Overeenkomstenrecht; opzegging kredietovereenkomst met vennootschap door bank zonder dat opzegging wordt geëffectueerd; faillissement vennootschap; vraag of (i) wel of geen opzegging van de kredietovereenkomst heeft plaatsgevonden, (ii) de bank een aantal zek
(Stil) pandrecht op vordering. Overgang van schuldeisersbevoegdheden na vestiging beperkt recht; wettelijke regeling. Bevoegdheid pandhouder tot inning en opzegging van vordering na mededeling , art. 3:246 lid 1 en 2 BW. Bevoegdheid pandgever tot kwijtschelding, art. 6:160 BW, ve
Faillissementsrecht. Stil pandrecht vorderingen op naam. Vervolg op HR 22 juni 2007, LJN BA2511 (ING/Verdonk); curator dient zich te onthouden van actieve inning van stil verpande vorderingen gedurende de in dat arrest genoemde termijn, alsook zodra stille pandhouder heeft meeged
Faillissementsrecht. Is een openbare, en dus inningsbevoegde, pandhouder (art. 3:246 BW) bevoegd het faillissement van de panddebiteur aan te vragen? Art. 1 lid 1 Fw.
Pandrecht. Vestigingshandelingen voor stil pandrecht (met inachtneming van grondslagvereiste van art. 3:239 lid 1 BW voor pandrecht op toekomstige vorderingen) en openbaar pandrecht in één akte? Uitleg pandakte.
Faillissementsrecht. Pandrecht. Verkoop van aan de bank verpande winkelvoorraad met toestemming van de bank tegen pinbetalingen. M.b.t. die betalingen uitzondering op het verrekeningsverbod voor de bank van art. 54 lid 1 Fw? Toepassing van o.m. de arresten Mulder q.q./CLBN, Van G
Goederenrecht. Bevoegdheid pandhouder tot uitwinning zekerheden die zijn verbonden aan vordering pandgever op derden. HR 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2619, NJ 2006/362. Verbod van herverpanding (art. 3:242 BW).
Omzetting stil pandrecht in vuistpand, art. 3:236 lid 1 BW. Brengen in de macht van de pandhouder, feitelijke handeling, geen toepassing art. 42 Fw. Verrekening; schuldoverneming voor faillissement? Art. 54 Fw.
Effectenleaseproduct; restschuld. Geen effectenbemiddeling maar koop, art. 7:1 jo. 7:9 BW, op afbetaling, art. 7A:1576 BW. Aflevering, termijnbetaling. Art. 1:88 lid 3 BW van toepassing. Art. 3:246 BW; openbaar pandrecht van bank op aandelenvordering van deelnemer gelijk te stell
Procesrecht. Pandrecht. Schorsing en hervatting geding (art. 225 lid 1, aanhef en onder c, Rv en art. 227 Rv). Kan pandhouder die na mededeling van pandrecht inningsbevoegd wordt (3:246 lid 1 BW), door middel van schorsing en hervatting lopende procedure overnemen van pandgever?
Vorderingen uit hoofde ledenlening en participatiereserve coöperatie FloraHolland rechtsgeldig verpand? Uitleg statuten. Artikel 3:83 lid 2 BW beding goederenrechtelijke werking. HR Coface/Intergamma. Bestaande vorderingen op datum faillissement.
Het na openbaarmaking innen van een stil verpande vordering is niet hetzelfde als een executie van dat pandrecht. Pandhouder met ouder recht behoudt voorrang op het geïnde.
faillissement (naam betrokkene)(-vennootschappen); geen pandrecht, want bestaan onderliggende vorderingen niet aangetoond
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor he
Onteigening. Ontpoldering Hedwigepolder. Maatstaf toetsing van het Koninklijk Besluit tot onteigening door de civiele rechter. Koninklijk Besluit onrechtmatig door gebreken in de bestuursrechtelijke procedure? Infrastructurele werken, onder meer bestaande uit primaire waterkering
Onteigeningswet; art. 3, 43 Ow. Cassatieberoep tegen door de rechtbank vastgestelde schadeloosstelling ingesteld door de in het onteigeningsgeding tussengekomen hypotheekhouder. Belang bij het beroep? Uitleg art. 43 Ow. Art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM. Beginsel van proportion
Procesrecht. Pandrecht. Kan pandhouder van vordering op naam na mededeling pandrecht aan de schuldenaar een lopende procedure over vordering overnemen van pandgever middels schorsing en hervatting (art. 225 e.v. Rv)? Rechtsopvolging en -verkrijging tijdens geding. Subjectieve omv
Vermogensrecht. Aansprakelijkheid advocaat. Advies tot omleiden geldbedrag via derdengeldrekening, waardoor pandrecht bank teniet gaat. Beroep op ontbreken causaal verband met schade van de bank; novum in cassatie. Aansprakelijkheid stichting derdengelden; onderzoeksplicht sticht
Onoverdraagbaarheidsbeding = onverpandbaarheidsbeding? Is per datum faillissement sprake van toekomsitge vorderingen?
Executiegeschil. Kort geding. Geen inningsbevoegdheid pandgever na mededeling van de verpanding aan de schuldenaar, ook niet indien de vordering van de pandhouder op de pandgever kleiner is dan hetgeen de schuldenaar van de verpande vordering dient te betalen. Een geclausuleerde
x