Pandrechten. Inningsbevoegdheid pandhouder na openbaarmaking pandrecht.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:246 BW
Genoemd in 203 uitspraken · Officiële wettekst
203 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Vestiging openbaar pandrecht op bestaande en toekomstige vorderingen door mededeling van pandakte uit 2007 aan de schuldenaar op 5 september 2012. De op die datum bestaande en toekomstige vorderingen zijn individualiseerbaar gebleken.
Brengt een onoverdraagbaarheidsbeding met goederenrechtelijke werking met zich dat ook de verpandbaarheid van een vordering is uitgesloten? Artikel 3:228 BW, 3:83 lid 2 BW.
Effectenleaseproduct; restschuld. Geen effectenbemiddeling maar koop, art. 7:1 jo. 7:9 BW, op afbetaling, art. 7A:1576 BW. Aflevering, termijnbetaling. Art. 1:88 lid 3 BW van toepassing. Art. 3:246 BW; openbaar pandrecht van bank op aandelenvordering van deelnemer gelijk te stell
3:246 BW. Tweede stille pandhouder is bevoegd tot inning van aan hem verpande vorderingen na mededeling van zijn pandrecht aan debiteuren.
In deze zaak is de vraag aan de orde of ING aansprakelijk is tegenover de boedel in het faillissement van X Vastgoed B.V. . Volgens de curator heeft ING haar vordering op X uit hoofde van verstrekte financiering op ongeoorloofde wijze opgeëist en geïncasseerd. Tussen partijen sta
Procesrecht. Schorsing en hervatting (art. 225-227 Rv). Procesfinancier roept op grond van een medegedeeld pandrecht de schorsing in van het geding om deze in plaats van de pandgever op eigen naam te kunnen hervatten. Niet kan worden aangenomen dat de betrekkingen waarin de pand
Coöperatie; verpanding van aanspraken lid uit hoofde van ledenlening en participatierekening; bestaande of toekomstige vorderingen?; leidt goederenrechtelijke onoverdraagbaarheid ex art. 3:83 lid 2 BW tevens tot onverpandbaarheid?
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Termijnstelling als bedoeld in art. 58 Fw; bestaan van de vordering.
Eind 2012 heeft een advocaat – die op dat moment in het kader van een pre-pack al de stille bewindvoerder was van de moedervennootschap – een bestuurder geadviseerd de derdengeldenrekening van de advocaat te gebruiken voor een binnenkomende betaling voor de dochtervennootschap. E
Faillissementsrecht. (Stil) pandrecht op geldvorderingen. Wie is (tot) wanneer inningsbevoegdheid? Toepasselijkheid art. 58 Fw. Onredelijke termijn.
Goederenrecht. Bevoegdheid pandhouder tot uitwinning zekerheden die zijn verbonden aan vordering pandgever op derden. HR 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2619, NJ 2006/362. Verbod van herverpanding (art. 3:242 BW).
Faillissement bekrachtigd. Verpandingen dienen geen ander doel dan de verhaalsmogelijkheden van schuldeisers te frustreren. Voldoende aannemelijk is geworden dat het verpandingsverweer regelmatig wordt opgeworpen om faillissementsaanvragen binnen het concern [X] / [y] c.s. te fru
Uitgebreide gebouwenverzekering. Melding van bestemmingswijziging pand. Ontmanteling hennepkwekerij. Brandschade. Vergoeding naar herbouwwaarde of naar verkoopwaarde.
Intellectuele eigendom; naburige rechten. Geschil tussen Norma en de kabelexploitanten over de vraag of sprake is van 'heruitzenden' door de kabelexploitanten in de zin van artikel 14a WNR. Het hof oordeelt dat dit artikel ziet op secundaire openbaarmaking, maar dat in de huidige
Faillissementsrecht. Overeenkomstenrecht; opzegging kredietovereenkomst met vennootschap door bank zonder dat opzegging wordt geëffectueerd; faillissement vennootschap; vraag of (i) wel of geen opzegging van de kredietovereenkomst heeft plaatsgevonden, (ii) de bank een aantal zek
Verbintenissenrecht. Aansprakelijkheid bestuurder voor schade als gevolg van door hem bewerkstelligd toerekenbaar tekortschieten in nakoming van overeenkomst door vennootschap. Schending contractuele verplichting toe te schrijven aan betalingsonwil. Vordering tot vergoeding van s
-
In deze zaak liggen twee kwesties voor: (a) een beroep op pauliana door de curator ter zake een vaststellingsovereenkomst die ING (huisbankier van gefailleerde) sloot met een huurder van een bedrijfspand met deze gefailleerde. (b) de (principieel ingestoken) vraag of een pandhoud
In deze zaak liggen twee kwesties voor: (a) een beroep op pauliana door de curator ter zake een vaststellingsovereenkomst die ING (huisbankier van gefailleerde) sloot met een huurder van een bedrijfspand met deze gefailleerde. (b) de (principieel ingestoken) vraag of een pandhoud
-
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor he
Schuldenaar heeft bevrijdend betaald aan pandhouder. Pandgever heeft bevoegdheid om schikking te treffen aan pandhouder overgedragen. Uitleg maatstaf Neo River-arrest.
Uitwinning pandrecht (art. 3:246 BW). Overdracht van de verpande vordering kan niet aan de pandhouder worden tegengeworpen.
Vordering gemeente op basis van pandrecht. Onrechtmatig handelen beleggingsadviseur jegens de Stichting X. Geldigheid pandrecht en omvang van de door de Stichting geleden schade. 20% eigen schuld van de Stichting.