Vernieuwing mandelige fundering; verminderde bijdrageplicht omdat de partij die onderhoud uitvoerde onvoldoende overleg heeft gevoerd; Bestaan van een overeenkomst tot gezamenlijke uitvoering van het funderingsherstel is niet komen vast te staan.; ook geen schadeplichtige afbraak
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:168 BW
Genoemd in 230 uitspraken · Officiële wettekst
230 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Wijziging kinder- en partneralimentatie en verzoek tot vaststelling gebruiksvergoeding.
Huwelijksvermogensrecht. Gebruiksvergoeding artikel 3:169 BW. Verhouding met artikel 1:165 BW (redelijke vergoeding voor voortgezette bewoning en gebruik).
Ontslag testamentair executeur. Gewichtige reden omdat executeur in geruime mate tekort is geschoten in haar plichten als executeur.
bevoegdheid deelgenoot om onverdeeld eigendomsaandeel in gemeenschappelijk perceel te vervreemden artikel 3:175 lid 1 BW.
Contradictoir. Uitleg over rechtsgeldigheid derdenpandrecht en beantwoording van de vraag of derdenpandrecht is uitgewonnen
Burengeschil. Stilzwijgende toestemming balkon, venster en grensoverschrijdende aanbouw
periodiek verrekenbeding, omgezet in finale verrekenverplichting, kosten huishouding
Funderingsherstel. Kantonrechter op grond van artikel 3:168 lid 2 BW bevoegd een regeling te treffen, aangezien gebleken is dat partijen, ook in de onderhavige procedure, geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over een overeenkomst als bedoeld in art. 3:168 BW.
Bijdrage jongmeerderjarige
Uitleg akte van berusting, kinder- en partneralimentatie en overige nevenvoorzieningen.
Geen bijdrage funderingsherstel mandelige muur, geen spoedeisendheid dat toestemming Kantonrechter niet afgewacht had kunnen worden, samenloop 5:65 en 3:170 BW, lekkage vanuit woning buren, onrechtmatige daad als gevolg van nalatigheid, voorzienbaarheid van schade.
Buurweg (artikel 719 BW (oud)). Vraag of er sprake is van buurweg of erfdienstbaarheid van weg. Geschil over wijze van uitoefening met betrekking tot parkeergelegenheid. Positie mede-eigenaren en huurders.
Intellectuele eigendom; IPR en merkenrecht; verzoek opheffing onderbewindstelling door kantonrechter te Den Haag ex art. 3:168, lid 5 BW op Gemeenschapsmerken en - modellen, die gezamenlijk eigendom zouden zijn van een Belg en een Chinees.
Verdeling onroerend goed. Vordering tot betaling van een gebruiksvergoeding alsnog afgewezen. Kosten opknappen woning. Overlegging van stukken. Verrekening.
Aankoop woning met eigen geld. Bijdrageplicht uitgaven gemeenschap 3:172 BW. Gebruikersvergoeding bepalen op 4% van aandeel in overwaarde woning.
Beheersregeling voormalige echtelijke woning en gebruiksvergoeding.
Mandelige muur; Niet gebleken dat bij de start van het funderingsherstel een reëel en acuut gevaar bestond dat zonder funderingsherstel de met de mandelige muur en fundering verbonden huizen, óf één ervan, ernstige schade zouden ondervinden of verloren zouden gaan, en zulks op zo
Vraag of de nadelige gevolgen door verzekeringsfraude door de man in geval van finale verrekening in het kader van een verrekeningsbeding voor zijn rekening moeten worden gelaten
beheersregeling, 3:168 BW vordering tot wijziging beheersregeling in KG
Huurrecht vakantiehuisje. Verdeling contractuele medehuur, ex art. 3:185 BW. Belangenafweging.
Eiser niet ontvankelijk, omdat een procespartij die aanvankelijk een vordering heeft ingesteld uitsluitend ten behoeve van zichzelf, niet gedurende de procedure bij wege van wijziging van eis een vordering kan instellen ten behoeve van de gemeenschap waarvan hij deelgenoot is
Verdeling eigenaarslasten van gemeenschappelijke woning samenwoners.
gemeenschap, artt.3:168 lid 2 BW en 3:169 BW, gebruiksvergoeding Veertien broers en zussen zijn deelgenoten in de nalatenschap van hun moeder. Drie broers vorderen bij de rechtbank Assen een gebruiksvergoeding van één broer te betalen aan de gemeenschap. De rechtbank is van oorde
Ontbonden huwelijksgemeenschap; bevoegdheid van de voorzieningenrechter ter zake uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Uit artikel 3:172 BW in samenhang met artikel 6:10 BW volgt dat de echtgenoten in beginsel ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de hypothecaire- e