De stilzwjjgend getroffen regeling over het genot van de gemeenschappelijke woning wordt op de voet van artikel 3: 168 lid 3 BW wegens onvoorziene omstandigheden gewijzigd.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:168 BW
Genoemd in 230 uitspraken · Officiële wettekst
230 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Bevoegdheid van deelgenoot in een gemeenschap om een rechtsvordering in te stellen ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. Bestaan van beheersregeling (waarbij betreffende deelgenoot van beheer was uitgesloten) ten tijde van het instellen va
Ex-echtelieden. Gebruik voormalige echtelijke woning. Vordering ex artikel 3:168 lid 2 BW van de man om de voormalige echtelijke woning, met uitsluiting van de vrouw die samen met hun kind thans in de woning woont, te bewonen. De kantonrechter overweegt dat onvoldoende aannemelij
Art. 3:168 BW; gebruiksvergoeding; verzoekschrift of dagvaarding; handelskamer rechtbank niet bevoegd; De rechtbank is van oordeel dat een geschil tussen de deelgenoten over een gebruiksvergoeding van een gemeenschappelijk woning als bedoeld in art. 3:168 BW door middel van een v
Uitleg bepaling omtrent mandeligheid. De rechtbank is van oordeel dat het gebruik dat een gerechtigde van de mandeligheid maakt in strijd is met de bepaling waarbij de mandelighed is gevestigd. Daarin is immers niet voorzien in het gebruik van een binnenterrein voor commerciële d
Verdeling gemeenschap tussen broers; afrekening met betrekking tot gevoerd beheer van onroerende zaken.
Ontruiming. Geen sprake van een huurovk of direct opzegbare gebruiksovk. Partijen zijn niet alleen (feitelijk) ingebruikgever en ingebruiknemer, maar zijn tevens gezamenlijk eigenaar van het betrokken appartement. Dat laatste brengt mee dat titel 7 van boek 3 van het BW op hun re
Hoewel opzeggende vennoot na haar opzeggingsbrief van 31 augustus 2009 wel de intentie had om met een deel van de vennoten de advocatenpraktijk voort te zetten, is de maatschap op 1 januari 2010 ontbonden wegens gebrek aan vertrouwen van de opzeggende maat. Het maatschapsvermogen
- Gemeenschappelijke eigendom, diverse aspecten waaronder bevoegdheid tot procederen. Artikel 3:166 en 3:171 BW - Burenrecht, licht, lucht en uitzicht. Artikel 5:21 en 5:50 BW - Verjaring erfdienstbaarheid van het recht op licht, lucht en uitzicht - Al of niet openbare weg. Artik
Zakenrecht. Mandeligheid muur. Prevaleert de afspraak over meebetalen, gemaakt vóór de constatering dat herstel van de mandelige muur objectief gezien noodzakelijk was, of de wettelijke plicht om bij te dragen, neergelegd in art. 5:65 BW? (art. 81 RO).
Vraag of er een rechtsgeldige huurovereenkomst bestaat tussen gedaagden. De vraag die vervolgens rijst, is of eiser gebonden is aan de hiervoor genoemde huurovereenkomst. Leerstuk van de vertegenwoordigheidsbevoegdheid. Voorts toepasselijkheid van artikel 3:168 BW.
Geschil tussen partijen over wie recht heeft op de hond na verbreking van de relatie. Op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen partijen moet de hond aan eiseres worden afgegeven. Gedaagde heeft geen recht op een gebruiksregeling met de hond nu hij niet aannemelijk heeft
Vaststelling gebruiksregeling (scheids)muur ex artikel 3:168 BW. Doordat de scheidsmuur deel is gaan uitmaken van de uitbouw van de woning van de ene eigenaar, is de mandeligheid geeindigd, weshalve er geen grond meer is voor een gebruiksregeling.
Verzoek ex artikel 3:168 BW. Ex-echtgenoten en gebruik woning. Belangenafweging partijen, belang kinderen.
Gebruikersvergoeding ex art. 3:168 BW. Redelijkheid en billijkheid
Verdeling gemeenschappelijke grond
Verzoek ex art. 3:168 BW. Ex-echtgenoten en gebruik woning. Belangenafweging partijen, belang kinderen.
De rechtbank bepaalt dat de man het aan de vrouw toekomende deel van het pensioen inclusief voorindexering ten behoeve van de vrouw dient af te storten.
Artikel 3:168 BW Verzoek regeling gebruik gemeenschappelijke woning. Ambtshalve instelling bewind ex artikel 3:168, lid 2, BW.
bankrekening , waarvan saldo toebehoort aan moeder, op naam van moeder en dochter; beiden hebben een bankpasje, met dezelfde pincode; geen sprake van een beheersregeling ex 3:168 BW; moeder mag bewijzen dat dochter gelden van de rekening heeft opgenomen ten eigen behoeve en zonde
Vordering van zus tot medewerking door broer aan verkoop van de voormalige ouderlijke woning
Tot stand gekomen pandrecht op vorderingen die voortvloeien uit ten tijde van de pandakte nog niet bestaande rechtsverhouding? Betaling in het kader van een overwaardearrangement? 3:239 BW, 3:253 lid 1 BW De rechtbank is van oordeel dat in dit geval noch krachtens de pandakte, no
Eigenarenvereniging ’t Zuiderland is niet een vereniging in de zin van artikel 5:124 BW. De betrokken eigenaren/leden zijn immers geen eigenaren van een appartementsrecht, maar zijn ieder voor zich eigenaar van een afzonderlijke (recreatie)woning met bijbehorende grond, alsmede v
Geschil omtrent afrekening over en weer van bijdragenplichten als bedoeld in art. 3:172 BW met betrekking tot (eenvoudige) gemeenschap waarin een horecapand werd geëxploiteerd. Bestaan van een beheerregeling als bedoeld in art. 3:168 BW.? Werking van art. 3:176 lid 2 BW bij overd
Hoger beroep tegen de echtscheiding om continuering van het gebruik van de voormalige echtelijke woning te waarborgen wordt niet gesanctioneerd onder verwijzing naar artikel 3:168 BW.