Contradictoir. Bestuurdersaansprakelijkheid. Gedaagde 1 is bestuurder van Best Business School B.V. (BBS). BBS is failliet verklaard. De curator verwijt gedaagde 1 onbehoorlijk bestuur, zowel op grond van artikel 2:10 / 2:394 BW als inhoudelijk, en stelt hem aansprakelijk voor he
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:394 BW
Genoemd in 461 uitspraken · Officiële wettekst
461 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 14 · live
Bestuurdersaansprakelijkheid. Schending boekhoudplicht van art. 2:10 BW. Aandeelhoudersbesluit kapitaalvermindering 2007 nietig op grond van art. 2:216 lid 2 BW (oud), omdat het negatieve vermogen van de vennootschap dit niet toestond. Art. 2:216 lid 2 BW geldt ook bij een kapita
De indirect bestuurder van een gefailleerde vennootschap is op grond van art. 2:248 BW aansprakelijk voor het boedeltekort. De bestuurder is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat er een andere oorzaak van het faillissement is geweest.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Gedaagden hebben als bestuurders van de rechtspersoon niet voldaan aan zowel de verplichting van artikel 2:10 BW als die van artikel 2:394 BW. Op grond daarvan wordt (onweerlegbaar) vermoed dat zij als bestuurders hun taak onbehoorlijk hebben vervuld
Bestuurdersersaansprakelijkheid art. 2:248 BW na twee faillissementen Haags Juristen College.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:248 BW. Bestuurder heeft voor meer dan € 500.000,00 investeringen gedaan zonder dekking dan wel reeele terugverdienmogelijkheden. Oorzaak faillissement. Aansprakelijkheid. Geen matiging.
Bestuursaansprakelijkheid in faillissement. Feitelijk mede-beleidsbepaler. Peeters qq / Gatzen-vordering. Schadebegrip.
Bestuurdersaansprakelijkheid artikel 2:248 BW, onbelangrijk verzuim (4.25-4.27). Aansprakelijkheid aandeelhouder voor dividendbesluit (4.19-2.24). Aansprakelijkheid bestuurders voor uitvoering van dividendbesluiten (4.30-4.31)? Tussenvonnis.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling vanwege te late deponering jaarrekening (art. 2:248 lid 2 BW). Weerlegging van het vermoeden dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement.
Eiser (curator) vordert dat gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een bedrag gelijk aan het tekort in het faillissement van B.V. waar gedaagden bestuurder van zijn/waren. Jaarstukken niet tijdig gedeponeerd (artikel 2:394 BW). Geen onbelangrijk verzuim. Niet vo
bestuurdersaansprakelijkheid, alleen schending publicatieplicht, causaal verband kennelijk onbehoorlijk bestuur en faillissement weerlegd, ook geen ernstig persoonlijk verwijt
Eiser vordert betaling facturen op grond van nakoming (primair) en op grond van bestuurdersaansprakelijkheid (subsidiair). Gedaagde is niet in persoon opdrachtgever, maar heeft als bestuurder van Ltd. opdracht verstrekt. Vordering o.g.v. nakoming afgewezen. Geen ernstig verwijt a
Bestuurder heeft het vermoeden dat zijn kennelijk onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement niet weten te ontzenuwen.
Aansprakelijkheid voor boedeltekort o.g.v. 2:248 BW; gedaagde sub 1 heeft haar bestuurstaak onbehoorlijk vervuld; gedaagde sub 2 hoofdelijk mede-aansprakelijk o.g.v. art. 2:00 BW; vernietiging betalingen aan gedaagde sub 3 o.g.v. art. 42 Fw.
Aansprakelijkheid van bestuurders op grond van artikel 2:248 BW wegens onbehoorlijk bestuur. Schending van publicatieverplichtingen artikel 2:394 BW. Onder leiding en verantwoordelijkheid van de bestuurders heeft de vennootschap een zeer substantieel deel van haar gelden uitgelee
Faillissement circus. IPR. Vraag of sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid van bestuurder circus en/of de ‘lokale manager’ van het circus. En of ‘achterliggend bestuurder’ mogelijk onrechtmatig heeft gehandeld jegens de schuldeisers van het circus.
Bestuurdersaansprakelijkheid ex 2:248 BW. Wettelijk vermoeden ivm schending van 2: 394 lid 3 en 2:10 BW dat onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Onvoldoende aannemelijk gemaakt om dit vermoeden te weerleggen. Aansprakelijkheid van de (afgevaardi
Korte samenvatting: Contradictoir. Bestuurder heeft jegens curator recht op inzage in de administratie van zijn gefailleerde vennootschap ogv. zijn vennootschappelijke relatie met de vennootschap. Daarvoor hoeft hij geen beroep te doen op art. 843a Rv. .
Korte samenvatting: Contradictoir. Bestuurdersaansprakelijkheid. Feitelijk leiderschap. Peeters/Gatzenvordering
Bestuurdersaansprakelijkheid. Publicatieplicht geschonden. Van buiten komende oorzaak faillissement staat niet vast; indien wel het geval, dan hebben bestuurders nagelaten die oorzaak te voorkomen: levert (ook) onbehoorlijk bestuur op.
Verschillende vorderingen met betrekking tot beëindiging zakelijke samenwerking tussen golfprofessional en exploitant golfbaan.
Bestuurdersaansprakelijkheid Bestuurder heeft zijn taak onbehoorlijk vervuld. Hij heeft niet voldaan aan de boekhoudplicht (2:10 BW) en de publicatieplicht (2:394 BW). Geen vergoeding beslagkosten nu een verklaring voor recht is, geen eis in de hoofdzaak in de zin van artikel 700
Spoedappel. Eisers vorderen dat een door geïntimeerden in de bodemprocedure ingediende akte wordt ingetrokken, omdat de inhoud daarvan onrechtmatig zou zijn. Taakverdeling bodemrechter kort gedingrechter.
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. Eén van de twistpunten is of de verschenen gedaagde middellijk bestuurder is van de gefailleerde vennootschap. Schending van de administratie- en boekhoudplicht. Herstelvonnis d.d. 1 augustus 2012.
Bestuurdersaansprakelijkheid; schenden publicatieplicht; bestuur geslaagd in weerleggen wettelijk vermoeden; verwijt curator dat andere oorzaken - die tot de normale risico’s van de bedrijfsvoering behoren - zijn te wijten aan onbehoorlijk bestuur onvoldoende onderbouwd