Bestuurdersaansprakelijkheid. (Mede) beleid bepalen in de zin van art. 2:248 lid 7 BW. Publicatieplicht. Later herziene jaarrekening. Onbelangrijk verzuim.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:394 BW
Genoemd in 461 uitspraken · Officiële wettekst
461 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Bestuurdersaansprakelijkheid, schenden publicatieplicht, bestuur niet geslaagd in weerleggen wettelijk vermoeden, verwijt curator dat bestuur heeft nagelaten andere belangrijke oorzaken van het faillissement te voorkomen gehonoreerd
Bestuurdersaansprakelijkheid: wettelijk vermoeden ontzenuwd, bestuurder toegelaten tot tegenbewijs dat weggemaakte inventaris waarde bepaalde vertegenwoordigde.
Onbehoorlijk bestuur. Art. 2:248 BW. Vordering afgewezen. Art. 2:9 BW onbehoorlijke taakvervulling. De curator heeft ter comparitie verklaard dat hetgeen door gedaagden is aangevoerd over het opstalrecht en de kwijtschelding van de schuld nieuw voor hem zijn. Daarin ziet de recht
Vordering van curator op grond van onbehoorlijk bestuur, te weten het niet publiceren van de jaarrekening. Behoudens tegenbewijs wordt vermoed dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement (art. 2:248 lid 2 BW). Bewijsopdracht aan (gedaagd
Bestuurdersaansprakelijkheid. Overschrijding wettelijke termijn voor openbaarmaking van jaarrekening met 28 dagen is, gelet op de omstandigheden van het geval, geen onbelangrijk verzuim als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW. Wettelijk vermoeden dat onbehoorlijk bestuur belangrijke o
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. In eerder tussenvonnis is al geoordeeld dat bestuurder aansprakelijk is voor het faillissementstekort. Rechtbank heeft de zaak naar de rol verwezen voor toelichting curator omtrent actuele stand vna het boedeltekort. De curator heeft
Bestuurdersaansprakelijkheid. Curator heeft reeds gemaakt dat onbehoorlijke bestuur een oorzaak van het faillissement was, waardoor de bestuurder niet meer een andere oorzaak aannemelijk mag maken.
De curator vordert een verklaring voor recht dat gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het bedrag van de schulden in het faillissement van EPG, voor zover deze schulden niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan.
"Bestuurdersaansprakelijkheid. Ook als onbehoorlijk bestuur door bestuurder(s) vast staat, is aansprakelijkheid van commissarissen niet vanzelfsprekend.".
Artikel 2:248 BW. Bestuurders niet aansprakelijk.
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Artikel 2:248 lid 2 BW. Schending van de deponeringsplicht en de adminstratieplicht. Tegenbewijsopdracht aan bestuurder.
Bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:248 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling; schending publicatievoorschriften ex art. 2:394 BW geen onbelangrijk verzuim nu niet is komen vast te staan dat gepubliceerde gegevens correct zijn.
Bij vonnis van de rechtbank Breda van 23 maart 2030 is Lija Chartering & Trading B.V. in staat van faillissement verklaard. Gedaagde in conventie is bestuurder van Lija.De curator vordert dat de rechtbank - kort weergegeven - voor recht zal verklaren dat gedaagde in conventie hoo
Regresvordering ex artikel 6:10 BW van een bestuurder die op grond van artikel 2:248 BW aansprakelijk is gehouden. Het vonnis betreft de vaststelling van de onderlinge bijdrageplicht tussen bestuurder en feitelijk beleidsbepaler. Verzoek om heroverweging.
Bestuurdersaansprakelijkheid. tegenbewijs tegen te late deponering jaarstukken niet gebeurd.
Hebben de bestuurders van de failliete naamloze vennootschap hun taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement?
Aansprakelijkheid bestuurder voor tekort in faillissement. De bestuurder heeft de jaarrekening niet tijdig gedeponeerd, dus er is sprake van onbehoorlijk bestuur, dat vermoed wordt een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn. De bestuurder heeft dat vermoeden ontzenuwd,
Kennelijk onbehoorlijk bestuur door jarenlang hoge managementvergoedingen uit te laten betalen zonder titel; onvoldoende optreden daartegen van bestuurders. Causale verband met faillissement. Toerekening wetenschap aan holding.
Curator vordert verklaring van recht dat gedaagden hun taak als (middellijk) bestuurder van Prestige Producties kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld in de zin van artikel 2:248 lid 1 en lid 2 BW en dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak was van het failli
Bestuurdersaansprakelijkheid. Betekenis van fiscale en strafrechtelijke uitspraken in dit verband
Faillissement. Hebben gedaagden de geïncasseerde bedragen ten onrechte niet aan de boedel afgedragen. subsidiair zijn zij ongerechtvaardigd verrijkt ten koste van de boedel, meer subsidiair moeten zij de geïncasseerde vorderingen op grond van de redelijkheid en billijkheid aan de
-
I. Terechte vernietiging van cessie door curator, nu cessie paulianeus is. Cessie heeft binnen een jaar voor het faillissement plaatsgevonden zonder dat daartoe een verplichting bestond en is nadelig voor de overige schuldeisers, omdat de gecedeerde vordering niet meer voor hen b
Curator spreekt gewezen bestuurder aan met vordering op grond van onbehoorlijke taakvervulling en met vordering op grond van onrechtmatige daad vanwege "selectieve" betaling van crediteuren. A. Omdat jaarstukken te laat zijn gedeponeerd, heeft bestuurder zijn taak onbehoorlijk ve