Kan een vennootschap aan wie een krediet is verstrekt onder de voorwaarde dat haar indirect bestuurder jegens de bank een KIV afgeeft, aan die KIV rechten ontlenen. Uitleg KIV. Is het niet nakomen van de KIV jegens de bank onrechtmatig jegens die vennootschap? Levert het niet nak
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:394 BW
Genoemd in 461 uitspraken · Officiële wettekst
461 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
De rechtbank Overijssel heeft beslist dat de bestuurder/aandeelhouder van een failliete herenmodezaak in Enschede persoonlijk aansprakelijk is voor de schulden van dat bedrijf, omdat hij de onderneming onbehoorlijk heeft bestuurd. De schade bedraagt waarschijnlijk meer dan € 2.00
Bestuurdersaansprakelijkheid. Schending van verplichting ex art. 2:394 BW. Bestuurder verweert zich met de stelling dat de boekhouding niet beschikbaar is door nalaten van boekhouder van vennootschap. Rechtbank oordeelt dat een dergelijke situatie – veronderstellenderwijs van de
Jaarrekening 224 dagen te laat gepubliceerd. Onbehoorlijke taakvervulling (Art. 2:248 lid 2 BW ) Onbelangrijk verzuim als het niet tijdig publiceren in de omstandigheden van het geval er niet op wijst dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. Dit is met name het geval
Faillissement vennootschap. Bestuurdersaansprakelijkheid. Artikel 2: 248 lid 2 BW
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Klachten over rol ‘bestuurder’. Stelplicht en bewijslast. Begrip ‘belangrijke oorzaak van het faillissement’. Wettelijke vermoedens bij schending administratie- en publicatieplicht.
bestuurdersaansprakelijkheid?
Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement. In hoger beroep wordt alsnog geoordeeld dat het vermoeden ontleend aan art. 2:248 lid 2 BW niet is weerlegd.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Curator heeft haar stelling dat gedaagde feitelijk beleidsbepaler beschouwd moet worden onvoldoende uitgewerkt en onderbouwd. Niet is komen vast te staan dat gedaagde zich daadwerkelijk als bestuurder heeft gedragen, daadwerkelijk bestuurstaken heeft
Bestuurdersaansprakelijkheid Feitelijk bestuurder (art. 2:248 lid 7 BW) Peeters q.q./Gatzen-vordering Selectieve betalingen Betrokkenheid als derde Schade ten gevolge van een jegens de gezamenlijke schuldeisers gepleegde onrechtmatige daad Art. 6:162 BW
OK; enqueterecht; beeindiging activiteiten vennootschap; onderzoek bevolen.
Bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank concludeert dat de bestuurder niet is geslaagd in het weerleggen van het wettelijk vermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW.
Vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid door de curator tegen bestuurder en vermeend feitelijk bestuurder. Sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Echter voldoende aannemelijk gemaakt dat andere feiten en omstandigheden dan onbehoorlijke taakvervulling een belangri
art. 2:248 BW, art. 6:248 lid 2 BW. Aansprakelijkheid bestuurder voor tekort in faillissement. Is beroep op niet verrekenbaarheid van de rekening-courantvordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?
De directeur van een BV sluit met een administratiekantoor een overeenkomst waarin hij zich persoonlijk aansprakelijk stelt voor aan de BV in rekening gebrachte en nog in rekening te brengen bedragen voor administratiewerkzaamheden. De BV betaalt de rekeningen niet, gaat failliet
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW. De curator stelt dat de boekhoudverplichting is geschonden. De bestuurder van de failliet kan de boekhouding betreffende het laatste jaar in het geheel niet overleggen en betreffende de twee daaraan vooraf gaande jaren kan
Bestuurdersaansprakelijkheid; vorderingen van curator afgewezen
Bestuurdersaansprakelijkheid. Tussenvonnis. Gedaagde (zoon) dient zijn administratie aan de curator af te geven. De curator wordt in de gelegenheid gesteld om bij akte zijn bevindingen naar aanleiding van de te ontvangen administratie uiteen te zetten en zijn stellingen ten aanzi
In het onderhavige geval gaat het eerst en vooral om de vraag of [gedaagde] als indirect bestuurder van de drie verschillende vennootschappen, Beijer Logistics, Tessem en BLT, zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van
Doorwerking van de Aansprakelijkheidsverklaring op de bestuurder van de Holding en een dochter-B.V. van die Holding. holding is geliquideerd, dochter is failliet.
Vernietiging faillissement. Gestelde bestuurdersaansprakelijkheid betwist en niet summierlijk gebleken. Binnen faillissementsprocedure geen ruimte voor nader feitenonderzoek en bewijslevering voor gestelde vordering van aanvrager.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling door jaarrekeningen niet tijdig te deponeren (art. 2:394 lid 3 BW) en niet te voldoen aan de boekhoudplicht (art. 2:10 BW). Aansprakelijkheid voor boedeltekort omdat de onbehoorlijke taakvervulling het faillissement heeft
wsnp
Bestuurdersaansprakelijkheid. Niet voldaan aan verplichting jaarrekeningen (tijdig) te deponeren. Beroep op art. 2:248 lid 3 BW faalt. Faillissementskosten worden afgewezen vanwege gebrek aan onderbouwing.
Maatstaf voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een onbelangrijk verzuim als bedoeld in artikel 2:248 lid 2 BW. Toepassing van HR 12-07-2013, ECLI:NL:HR:2013, BZ7189 en HR 1-11-2013, ECLI:NL:HR:2013,1079 Tegenbewijs tegen bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW conf