Geschil tussen een beursgenoteerde vennootschap en aandeelhouders over een dividenduitkering bij wege van uitgegeven cumulatief preferente aandelen ten aanzien waarvan de vennootschap nadien heeft besloten deze te converteren in gewone aandelen; enquêterecht, kan een enquête word
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:350 BW
Genoemd in 553 uitspraken · Officiële wettekst
553 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
8 april 2005 Eerste Kamer Nr. R04/005HR (OK 109) JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. LAURUS N.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, 2. [Verzoeker 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verzoeker 3], wonende te [woonplaats], 4. [Verzoeker 4], wonende te [woonplaats
Enquêterecht. Vertegenwoordiging rechtspersoon. Gegronde redenen om aan juist beleid te twijfelen (art. 2:350 lid 1 BW).
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Ontvankelijkheid: is een indirecte aandeelhouder van de vennootschap enquêtebevoegd?
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM) en van procedurele waarborgen art. 1 EP EVRM? Staat als belanghebbende. Onaanvaardbare doorkruisi
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM)? Staat als belanghebbende. Onaanvaardbare doorkruising van bestuursrechtelijke kader? Voorlopig o
Kort geding. Rechtspersonenrecht. Art. 2:15 BW. Vernietigbaarheid van besluiten van KNVB-organen (licentie- en beroepscommissie) tot onvoorwaardelijke intrekking van proflicentie van Vitesse. Beleids- en beoordelingsruimte van KNVB-organen, marginale toetsing door rechter.
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure, eerste fase. Verzoeken afgewezen. Toepassing van art. 2:239 lid 6 BW (tegenstrijdig belang). Naar de aard vermogensrechtelijk geschil.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Afwijzing van enquêteverzoek op basis van belangenafweging. Samenhang met 23/00717.
Aandeelhoudersgeschil. Incidentele vordering tot voeging / tussenkomst afgewezen. Afwijzing gevorderde geboden en verboden en afwijzing vorderingen tot schorsing van de huidige bestuurders en benoeming van een nieuwe bestuurder.
Enquêterecht. Ontvankelijkheid van enquêteverzoek. Toepassing van art. 2:349a BW m.b.t. treffen van onmiddellijke voorzieningen.
Einduitspraak op enquêteverzoek van Openbaar Ministerie naar beleid Sint Maartens havenbedrijf. Gezien de tijdens de procedure aangebrachte verbeteringen en na een belangenafweging, volgt afwijzing van het verzoek.
OK; enquêterecht; afwijzing van het verzoek tot het bevelen van een onderzoek en het treffen van bepaalde onmiddellijke voorzieningen
Uitspraak Ondernemingskamer 1 april 2011; VDB Almere Beheer B.V. / Sensemakers B.V.
Enquêterecht. Verzoek als bedoeld in art. 2:345 lid 1 BW kan niet meer worden ingetrokken indien hierop met een uitdrukkelijk dictum is beslist; meest gerede partij kan zich met een verzoek tot beëindiging tot de ondernemingskamer richten. Oordeel dat curatoren van de failliete r
ABN AMRO. Enquêteprocedure; OK heeft ten onrechte bij wijze van onmiddellijke voorziening als bedoeld in art. 2:349a lid 2 BW de verdere uitvoering van de LaSalle-transactie opgeschort. Bij het ontbreken van wettelijke of statutaire regeling bestaat géén goedkeuringsrecht van AvA
Ondernemingsrecht. Afgewezen verzoek van een aandeelhoudster in een familiebedrijf tot het gelasten van een enquête wegens het in strijd met wet en statuten jaren achtereen mondeling oproepen voor de algemene vergadering van aandeelhouders (81 RO).
Ondernemingsrecht; verzoek om enquête. Geschil tussen aandeelhouder(s) en rechtspersoon over beweerdelijk wanbeleid; gegronde redenen voor twijfel aan juist beleid; betekenis van wettelijk vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW (81 RO).
-
-
-
-